
A.F.Th. van der Heijden werd geboren als Adrianus Franciscus Theodorus van der Heijden op 15 oktober 1951 in Geldrop, Nederland. Hij geldt als een van de belangrijkste en meest ambitieuze Nederlandstalige schrijvers van de afgelopen decennia.
Van der Heijden studeerde korte tijd psychologie in Nijmegen, maar koos uiteindelijk volledig voor de literatuur. Hij debuteerde aanvankelijk onder het pseudoniem Patrizio Canaponi, waaronder hij de roman Een gondel in de Herengracht (1978) publiceerde. Zijn definitieve doorbraak volgde in de jaren tachtig met de monumentale romancyclus De tandeloze tijd, waarin persoonlijke herinnering, maatschappelijke analyse en literaire verbeelding samenvloeien tot een breed panorama van het naoorlogse Nederland.
Zijn werk wordt gekenmerkt door lange, associatieve zinnen, psychologische intensiteit en een uitzonderlijke aandacht voor detail. Thema’s als tijd, dood, herinnering, seksualiteit, verslaving en verval keren voortdurend terug. Naast De tandeloze tijd verwierf hij ook grote bekendheid met romans als Tonio (2011), het indringende requiem voor zijn overleden zoon, en Stemvorken (2018).
Van der Heijden ontving vrijwel alle belangrijke literaire prijzen in het Nederlandse taalgebied, waaronder de Multatuliprijs, de AKO Literatuurprijs, de Libris Literatuur Prijs en de P.C. Hooft-prijs voor zijn volledige oeuvre.
Binnen de hedendaagse Nederlandstalige literatuur wordt hij beschouwd als een schrijver van grote stilistische ambitie en intellectuele reikwijdte, iemand die de klassieke omvangrijke romantraditie koppelt aan een zeer persoonlijke en vaak existentiële thematiek.
Librar las Tonio.
