Herman Teirlinck

Herman Teirlinck (Sint-Jans-Molenbeek, 1879 – Beersel, 1967) was een Belgische roman- en toneelschrijver, dichter en vormgever. Hij behoort tot de belangrijke Vlaamse auteurs van de eerste helft van de twintigste eeuw. Zijn veelzijdigheid reikte verder dan de literatuur: hij hield zich intensief bezig met theatervernieuwing, onderwijs en vormgeving en ontwierp ook boekbanden voor zijn eigen werk en dat van andere auteurs.

Teirlinck werd geboren als enig kind in een gezin van vijf kinderen. Zijn vader, Isidoor Teirlinck, was toneelschrijver en volkskundige; zijn moeder was onderwijzeres. Vanwege zijn zwakke gezondheid bracht hij een deel van zijn jeugd door bij zijn grootouders in Zegelsem. Hij volgde onderwijs in Brussel en begon aanvankelijk aan een studie geneeskunde, maar stapte later over naar de Duitse taal- en letterkunde in Gent. Ook die studie maakte hij niet af.

Al vroeg koos Teirlinck voor een veelzijdig bestaan waarin literatuur, journalistiek, onderwijs en theater elkaar voortdurend raakten. In 1903 was hij medeoprichter van het tijdschrift Vlaanderen, dat voortkwam uit de traditie van Van Nu en Straks. Vanaf 1906 werkte hij bovendien als Belgisch correspondent voor het Algemeen Handelsblad.

Het theater werd een van de belangrijkste aandachtsgebieden in zijn leven. Teirlinck wilde af van het oppervlakkige repertoire dat in sommige volksschouwburgen werd gebracht en was sterk geïnteresseerd in de vernieuwingen van onder anderen Edward Gordon Craig. In 1909 publiceerde hij het essay De kunst van het theater, waarin hij zijn ideeën over de moderne toneelkunst uiteenzette. Later werd hij docent en directeur van verschillende kunst- en toneelopleidingen. Na de Tweede Wereldoorlog richtte hij in 1946 de Studio van het Nationaal Toneel te Antwerpen op, die later bekend werd als de Studio Herman Teirlinck.

Ook in het onderwijs speelde Teirlinck een belangrijke rol. Hij gaf jarenlang Nederlands en doceerde daarnaast toneeltechniek en andere aspecten van de podiumkunsten. Zijn invloed strekte zich bovendien uit tot het Belgische hof. Hij was adviseur voor kunst en wetenschap van de koningen Albert I, Leopold III en Boudewijn.

Als schrijver ontwikkelde Teirlinck een uitgesproken, vaak sterk gestileerde prozastijl. Zijn werk wordt gekenmerkt door een grote aandacht voor taal, ritme en vorm. Hij schreef romans, verhalen, poëzie en toneelstukken. Tot zijn bekendste werken behoren De man zonder lijf, Ave en Het ivoren aapje. Vooral zijn latere romans worden beschouwd als belangrijke voorbeelden van de ontwikkeling van het Vlaamse proza.

Teirlinck werd gedurende zijn leven verschillende malen onderscheiden. Hij ontving onder meer de Staatsprijs voor toneelletterkunde, de Grote vijfjaarlijkse staatsprijs voor Vlaamse letterkunde en in 1956 de Prijs der Nederlandse Letteren. Daarnaast kreeg hij eredoctoraten van vier universiteiten.

Zijn invloed op de Vlaamse literatuur en het Vlaamse theater was groot. Tegelijkertijd is zijn werk in de eenentwintigste eeuw minder toegankelijk geworden. De sterk gestileerde taal en soms uitgesproken kunstmatigheid van zijn proza kunnen modern lezers op afstand houden. Toch blijft Teirlinck een belangrijke figuur in de geschiedenis van de Nederlandstalige literatuur, juist vanwege de manier waarop hij literatuur, theater, onderwijs en kunst met elkaar verbond.

Boeken van deze auteur


Scroll naar boven
Librar
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.