Joseph Roth

Joseph Roth behoort tot die zeldzame schrijvers wier werk tegelijk diep geworteld is in een verdwenen wereld en toch verrassend actueel blijft. Zijn romans worden bevolkt door officieren, ambtenaren, keizersgezinden, vluchtelingen, dromers en verloren zielen, maar achter die historische decors gaan vragen schuil die nog altijd herkenbaar zijn: wat gebeurt er wanneer een samenleving haar samenhang verliest? Hoe leeft een mens verder wanneer de wereld waarin hij thuis was ophoudt te bestaan? En kan nostalgie een vorm van inzicht zijn, of slechts een vlucht uit de werkelijkheid?

Geboren op 2 september 1894 in Brody, een stadje dat toen deel uitmaakte van het Oostenrijks-Hongaarse rijk en vandaag in Oekraïne ligt, groeide Roth op in een multiculturele regio waar talen, religies en volkeren naast elkaar leefden. Joden, Polen, Duitsers en Oekraïners maakten deel uit van dezelfde complexe samenleving. Die ervaring van culturele verscheidenheid zou een blijvende invloed hebben op zijn denken en schrijven.

Na studies in Wenen werd Roth journalist. Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij in het Oostenrijks-Hongaarse leger, een ervaring die zijn kijk op Europa blijvend zou bepalen. De oorlog betekende niet alleen een militaire nederlaag, maar ook het einde van het rijk waarin hij was opgegroeid. De ondergang van Oostenrijk-Hongarije zou uitgroeien tot een centraal thema in zijn werk. Veel van zijn personages leven in de schaduw van die verdwijning en proberen zich aan te passen aan een nieuwe wereld die zij nauwelijks begrijpen.

In de jaren twintig groeide Roth uit tot een van de belangrijkste journalisten van het Duitstalige taalgebied. Zijn reportages verschenen in vooraanstaande kranten en stonden bekend om hun scherpe observaties en grote menselijke betrokkenheid. Anders dan veel tijdgenoten schreef hij niet vanuit ideologieën of theorieën, maar vanuit aandacht voor gewone mensen. Zijn reportages over armoede, migratie en maatschappelijke veranderingen behoren nog altijd tot de hoogtepunten van de Europese journalistiek.

Toch is het vooral als romanschrijver dat Roth zijn blijvende reputatie verwierf. Met boeken als Job, Radetzkymars en De Kapucijner Crypte ontwikkelde hij een stijl die tegelijk eenvoudig en indringend is. Zijn proza mist de experimenteerdrift van sommige modernistische tijdgenoten, maar bezit een helderheid die zijn werk toegankelijk houdt. Roth schrijft zonder overbodige versieringen. Zijn kracht ligt in de precisie van zijn observaties en in zijn vermogen om grote historische ontwikkelingen zichtbaar te maken in individuele levens.

Job, gepubliceerd in 1930, behoort tot zijn bekendste romans. Het verhaal van Mendel Singer, een eenvoudige Joodse onderwijzer die wordt geconfronteerd met verlies, tegenslag en ballingschap, geldt als een moderne hervertelling van het Bijbelse verhaal van Job. Tegelijk is het een roman over migratie, geloof en menselijke veerkracht. Het boek wordt vaak beschouwd als een van de aangrijpendste werken uit de Duitstalige literatuur van de twintigste eeuw.

Nog groter is wellicht de reputatie van De Radetzkymars, verschenen in 1932. In deze roman volgt Roth drie generaties van de familie Trotta tegen de achtergrond van het langzaam desintegrerende Oostenrijks-Hongaarse rijk. Wat begint als een familiegeschiedenis groeit uit tot een melancholische beschouwing over loyaliteit, identiteit en historische verandering. Voor veel lezers vormt het boek het hoogtepunt van Roths oeuvre.

De politieke ontwikkelingen van de jaren dertig troffen Roth persoonlijk. Als Jood en uitgesproken tegenstander van het nationaalsocialisme zag hij vroeg welk gevaar Adolf Hitler vormde. Al in 1933 verliet hij Duitsland. Terwijl veel tijdgenoten de situatie nog onderschatten, begreep Roth dat Europa een nieuwe catastrofe tegemoet ging. Hij bracht de laatste jaren van zijn leven door in ballingschap, voornamelijk in Parijs.

Die laatste jaren werden overschaduwd door financiële problemen, een groeiende alcoholverslaving en de mentale ziekte van zijn vrouw Friedl. Toch bleef hij schrijven. Zijn latere werk wordt gekenmerkt door een toenemende melancholie en een diep gevoel van verlies. Roth zag niet alleen zijn vaderland verdwijnen, maar ook het culturele Europa waarin hij geloofde.

Hij overleed op 27 mei 1939 in Parijs, enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Daarmee maakte hij de volledige vernietiging van de wereld die hij zo vaak had beschreven niet meer mee. Veel lezers hebben later opgemerkt dat zijn romans daardoor een bijna profetisch karakter kregen. Roth zag scherper dan velen van zijn tijdgenoten hoe kwetsbaar beschaving, tolerantie en politieke stabiliteit werkelijk waren.

Toch zou het onjuist zijn hem uitsluitend te lezen als chroniqueur van een verloren rijk. Zijn werk gaat uiteindelijk over mensen die proberen betekenis te vinden in tijden van verandering. Over trouw en verlies, hoop en ontworteling. Over de vraag hoe een individu zich verhoudt tot de grote krachten van de geschiedenis.

Meer dan tachtig jaar na zijn dood blijft Joseph Roth daarom een van de meest gelezen auteurs uit het Duitstalige taalgebied. Zijn boeken bieden niet alleen een venster op het Europa van de twintigste eeuw, maar ook een inzicht in menselijke ervaringen die tijd en plaats overstijgen.

Voor lezers van Stefan Zweig, Sándor Márai en Irène Némirovsky vormt Roth vaak een vanzelfsprekende volgende stap. Niet omdat hij dezelfde verhalen vertelt, maar omdat hij dezelfde fundamentele vraag onderzoekt: wat gebeurt er met mensen wanneer de wereld waarin zij geloven langzaam verdwijnt?

Boeken van deze auteur


Scroll naar boven
Librar
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.