Simone de Beauvoir

Simone de Beauvoir (1908–1986) was een Franse schrijfster, filosoof, essayist en feministisch denker. Ze werd op 9 januari 1908 geboren in Parijs en groeide op in een katholiek burgerlijk milieu. Ze studeerde filosofie aan de Sorbonne en behaalde in 1929 de agrégation de philosophie, waarmee ze tot de best gekwalificeerde filosofen van haar generatie behoorde. Vervolgens gaf ze les in onder meer Marseille, Rouen en Parijs, totdat ze zich vanaf de jaren veertig volledig op het schrijven richtte.

Haar naam raakte al vroeg verbonden met Jean-Paul Sartre, die ze tijdens haar filosofiestudie leerde kennen. Hun relatie was ongebruikelijk voor die tijd: ze trouwden niet en kozen voor een relatie waarin onafhankelijkheid en openheid centraal stonden. Samen behoorden ze tot de bekendste intellectuelen van het naoorlogse Frankrijk en waren ze nauw betrokken bij Les Temps modernes, het tijdschrift dat zij samen met Sartre oprichtte. Toch is het inmiddels duidelijk dat De Beauvoir niet uitsluitend als partner of medewerker van Sartre kan worden begrepen. De hedendaagse filosofische geschiedschrijving beschouwt haar als een zelfstandig denker met belangrijke bijdragen aan de existentialistische ethiek, fenomenologie, sociale en politieke filosofie en feministische filosofie.

Als schrijfster debuteerde de Beauvoir in 1943 met L’Invitée, een roman over de ingewikkelde verhoudingen tussen liefde, jaloezie, vrijheid en afhankelijkheid. Daarna verschenen onder meer Le Sang des autres (1945), Tous les hommes sont mortels (1946) en Les Mandarins (1954). Die laatste roman, waarin de Beauvoir de intellectuele en politieke wereld van het naoorlogse Parijs verwerkte, werd bekroond met de Prix Goncourt van 1954. De roman is deels autobiografisch, maar de Beauvoir gebruikte het genre niet simpelweg om haar eigen omgeving te documenteren: ze onderzocht er ook de politieke en morele dilemma’s van intellectuelen na de Tweede Wereldoorlog in.

Haar grootste invloed kwam echter van Le Deuxième Sexe, dat in 1949 in twee delen verscheen. De Beauvoir onderzocht daarin de positie van vrouwen vanuit geschiedenis, biologie, literatuur, antropologie, psychoanalyse en filosofie. Haar centrale analyse is dat vrouwelijkheid niet alleen een biologisch gegeven is, maar ook maatschappelijk en historisch wordt gevormd. De beroemde gedachte dat men niet eenvoudigweg als vrouw wordt geboren maar tot vrouw wordt gemaakt, vat die analyse kernachtig samen. Ze onderzocht hoe vrouwen tot de ‘Andere’ worden gemaakt tegenover de man als norm en hoe maatschappelijke structuren, verwachtingen en mythen die verhouding in stand houden. Het boek veroorzaakte bij verschijnen grote controverse en werd onder meer door het Vaticaan op de Index geplaatst. Inmiddels geldt het als een van de belangrijkste werken uit de geschiedenis van de feministische filosofie.

De feministische betekenis van de Beauvoir kan echter niet los worden gezien van haar bredere filosofie. In Pyrrhus et Cinéas (1944) en vooral Pour une morale de l’ambiguïté (1947) werkte ze een ethiek uit rond vrijheid, verantwoordelijkheid en de verhouding tot anderen. Voor haar betekent vrijheid niet dat het individu volledig losstaat van de wereld. Mensen bevinden zich altijd in concrete omstandigheden en hun vrijheid is verbonden met die van anderen. Daarom kan een mens zijn eigen vrijheid niet volledig realiseren door de vrijheid van anderen te negeren of te onderdrukken. De oorlog en de bezetting van Frankrijk hadden deze problematiek voor de Beauvoir bovendien een concrete en politieke betekenis gegeven.

Dat maakt haar existentialisme minder vrijblijvend dan het soms wordt voorgesteld. De Beauvoir vertrekt wel van een wereld zonder vooraf gegeven absolute betekenis, maar daaruit leidt zij geen nihilisme af. Juist omdat er geen universele instantie is die onze keuzes definitief rechtvaardigt, worden mensen verantwoordelijk voor wat zij met hun vrijheid doen. Vrijheid is volgens haar bovendien altijd relationeel: wie de vrijheid van anderen vernietigt, ondermijnt ook de voorwaarden waaronder vrijheid überhaupt kan bestaan. Haar filosofie verbindt daardoor individuele verantwoordelijkheid met politieke en maatschappelijke omstandigheden.

De Beauvoir bleef haar filosofische ideeën ook in literaire vorm onderzoeken. Haar romans en verhalen behandelen steeds opnieuw de verhouding tussen vrijheid en afhankelijkheid, liefde en bezit, ouderdom, dood en de onmogelijkheid om volledig over een ander mens te beschikken. Haar autobiografische werk neemt daarbij een bijzondere plaats in. In boeken als Mémoires d’une jeune fille rangée (Een welopgevoed meisje), La Force de l’âge en La Force des choses maakte ze haar eigen leven tot literair en intellectueel materiaal. De autobiografie werd voor haar niet alleen een terugblik, maar ook een manier om te onderzoeken hoe een individu gevormd wordt door familie, opleiding, sociale klasse, politieke gebeurtenissen en relaties.

Een andere belangrijke ontwikkeling in haar werk was haar belangstelling voor ouderdom. In La Vieillesse (1970), in het Nederlands bekend als De ouderdom, onderzocht ze hoe ouderen in moderne samenlevingen worden gemarginaliseerd. Daarmee trok ze een lijn die al in Le Deuxième Sexe zichtbaar was: groepen mensen kunnen tot ‘de Ander’ worden gemaakt wanneer de samenleving hen niet langer als volwaardige handelende personen behandelt. De Beauvoir analyseerde ouderdom daarom niet alleen als lichamelijk proces, maar ook als een sociale en politieke positie.

Haar denken werd in de jaren zestig en zeventig steeds nadrukkelijker politiek. De Beauvoir sprak zich uit over kolonialisme, oorlog, vrouwenrechten en reproductieve vrijheid. In 1971 was zij een van de ondertekenaars van het Manifeste des 343, waarin vrouwen publiekelijk verklaarden dat zij een illegale abortus hadden ondergaan en het recht op abortus eisten. Het manifest werd op 5 april 1971 gepubliceerd en vormde een belangrijk moment in de strijd voor de legalisering van abortus in Frankrijk.

De laatste periode van haar leven werd sterk bepaald door ouderdom, lichamelijke achteruitgang en het overlijden van Sartre in 1980. In La Cérémonie des adieux (1981) beschreef ze zijn laatste levensjaren en de aftakeling die eraan voorafging. De publicatie veroorzaakte discussie, juist omdat de Beauvoir ook zeer persoonlijke en lichamelijk confronterende aspecten van Sartres laatste jaren openbaar maakte. In 1983 verscheen Lettres au Castor, een selectie uit de correspondentie van Sartre aan de Beauvoir. Tot aan haar dood bleef zij bovendien betrokken bij Les Temps modernes. Ze stierf op 14 april 1986 in Parijs en werd naast Sartre begraven op de begraafplaats van Montparnasse.

De betekenis van Simone de Beauvoir ligt uiteindelijk niet in één enkel boek of één enkele filosofische stelling. Ze bracht filosofische analyse, literatuur, autobiografie en politiek activisme voortdurend met elkaar in verband. Le Deuxième Sexe maakte haar tot een centrale figuur van het moderne feministische denken, maar haar oeuvre is aanzienlijk breder: van existentialistische ethiek en romans over liefde en vrijheid tot analyses van ouderdom, herinnering en politieke verantwoordelijkheid. Juist de combinatie van filosofische strengheid en literaire ervaring maakt haar werk nog altijd relevant voor vragen over vrijheid, identiteit, macht en de manier waarop een samenleving bepaalt wie als volwaardig individu wordt gezien.

Boeken van deze auteur

Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?

Scroll naar boven
Librar
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.