In Al mijn vaders laat Mira Feticu haar hoofdpersoon Myra terugkijken naar een jeugd waarin liefde, verwaarlozing en misbruik diepe sporen hebben nagelaten. Myra woont inmiddels in Nederland en doceert over Dante aan de Universiteit van Amsterdam. Wanneer ze verdwijnt, worden haar echtgenoot Jan en haar collega Dennis verhoord. Vanuit die ondervragingen ontstaat langzaam een beeld van de vrouw die ze was en van het verleden dat haar blijft achtervolgen.
Feticu kiest voor een opvallende structuur. De verhoren van de twee mannen worden afgewisseld met delen waarin Myra zelf haar levensgeschiedenis vertelt. Die passages zijn opgebouwd rond de kringen van Dante’s hel. Daardoor wordt haar verleden niet in één keer onthuld, maar dringt het geleidelijk het verhaal binnen. De vorm creëert spanning, maar doet ook iets wezenlijks met het perspectief: wat anderen over Myra vertellen, wordt voortdurend gecorrigeerd en verdiept door haar eigen stem.
Literatuur is voor Myra meer dan een beroep of intellectuele belangstelling. Dante vormt een toevluchtsoord en een taal waarin ze haar woede en pijn kan herkennen. De roman verbindt haar persoonlijke geschiedenis daardoor met een groter literair kader. Dat werkt vooral goed omdat Feticu niet doet alsof literatuur haar trauma eenvoudig kan oplossen. Lezen biedt houvast, maar het verleden blijft zich opdringen.
De roman is rauw en confronterend. Feticu schrijft over beschadiging, lichamelijkheid en afhankelijkheid zonder haar hoofdpersoon tot een passief slachtoffer te maken. Myra is tegelijkertijd kwetsbaar, boos, moeilijk en soms zelfdestructief. Juist die tegenstrijdigheid maakt haar overtuigender dan wanneer ze alleen als slachtoffer zou worden neergezet. Een sterke bespreking in Tzum wijst er ook op dat de lezer aanvankelijk vooral ergernis tegenover Myra kan voelen, terwijl haar eigen hoofdstukken gaandeweg meer begrip oproepen.
De intensiteit heeft echter ook een keerzijde. Feticu legt de pijn van haar personage zeer nadrukkelijk op tafel en sommige passages krijgen daardoor een bijna overrompelend karakter. De voortdurende emotionele druk laat weinig ruimte voor afstand. Ook de vele verwijzingen naar Dante en andere literatuur vragen iets van de lezer. Toch is de constructie sterk genoeg om te voorkomen dat het verhaal in louter melodrama blijft steken.
Interessant is dat het persoonlijke verhaal geleidelijk een bredere betekenis krijgt. Myra’s positie als Roemeense vrouw in Nederland maakt haar ervaringen ook tot een verhaal over migratie, Oost- en West-Europa en het zoeken naar een plaats binnen een samenleving die niet altijd zo toegankelijk blijkt als ze vanuit haar boeken had gedacht. Daarmee wordt haar persoonlijke zoektocht naar vaders en erkenning verbonden met een groter gevoel van Europese verdeeldheid en vervreemding.
Al mijn vaders is vooral een roman over de vraag hoe iemand verder kan leven wanneer het verleden niet voorbij wil gaan. Feticu gebruikt daarvoor een ambitieuze vorm waarin verhoor, herinnering en literatuur voortdurend op elkaar reageren. Soms is haar proza hard en nadrukkelijk, maar juist daardoor blijft Myra’s stem hangen. Het boek laat zien hoe literatuur een schuilplaats kan worden voor iemand die in het gewone leven nergens werkelijk thuis is, zonder te doen alsof woorden alle wonden kunnen genezen.
De zaak Alaska Sanders
Het was mijn verdomde plicht
Je ziet mij nooit meer terug
Cilento
Het alsjeblieftmeisje
Cum fraude
De dood in Venetië
Kudos
Ik denk dat het zal regenen als ik doodga
Gezicht van het kwaad
Rituelen
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Jeruzalem trilogie
Bot mes
Peelwerkers
Karakter
Democratie zonder politiek?
Godendrank
Daar zit een boek in!
De tijd van de oligarchen
Ruw
De tatoeëerder van Auschwitz
De bandagist