Er wordt vaak gezegd dat we in “historische tijden” leven. Cees Nooteboom begint zijn Berlijn precies met die vaststelling — en prikt ze meteen door. Niet omdat ze onjuist is, maar omdat er iets ongemakkelijks aan kleeft: een zweem van zelfverheffing, alsof de getuige automatisch betekenis krijgt door het feit dat hij kijkt. Alsof aanwezigheid al interpretatie is.
In Berlijn, tussen begin 1989 en de zomer van 1990, wordt dat idee op de proef gesteld. Nooteboom bevindt zich in een stad die nog verdeeld is, maar al begint te schuiven. Terwijl Oost-Duitse burgers zich via ambassades een weg naar het Westen banen en het regime zijn laatste rituelen opvoert, observeert hij — niet als chroniqueur van grote gebeurtenissen, maar als verzamelaar van momenten. Een kus tussen Honecker en Gorbatsjov, bijvoorbeeld: geen karikaturale propagandabeelden, maar een geladen gebaar dat tegelijk nabijheid en einde suggereert. Geen Judaskus, merkt Nooteboom op, maar wel een die iets bezegelt wat nog niet uitgesproken is.
Wat Berlijn uitzonderlijk maakt, is precies die positie. Nooteboom schrijft zonder voorkennis. Hij weet niet dat de Muur een maand later zal vallen, noch dat de DDR binnen het jaar zal verdwijnen. Zijn teksten zijn momentopnames, niet gecorrigeerd door het voordeel van achteraf. Daardoor blijven ze licht onwetend, tastend, soms zelfs naïef — maar net daarin schuilt hun kracht. Ze registreren een werkelijkheid die nog niet weet dat ze geschiedenis zal worden.
Die houding maakt van het boek geen klassiek reisverslag, maar een soort literair seismogram. Nooteboom spreekt nauwelijks met mensen; hij kijkt, leest, rijdt, noteert. Hij observeert liever dan dat hij verklaart. Het gevolg is een tekst die niet uitgaat van stemmen, maar van indrukken. Geuren zelfs: de muffe, zware lucht van de DDR — halfverbrande benzine, bruinkool — wordt bij hem even betekenisvol als een politieke gebeurtenis. Geschiedenis, suggereert hij, laat zich niet alleen vatten in data en besluiten, maar ook in wat je inademt zonder erbij stil te staan.
Wat blijft hangen, is niet zozeer het verhaal van de val van de Muur — dat kennen we — maar het gevoel van een wereld die nog niet beseft dat ze op het punt staat te verdwijnen. De vreemdste ervaring is misschien wel die nabijheid: twee systemen, twee werkelijkheden, gescheiden door een grens die tegelijk absurd en absoluut is. Dat er, op hoorafstand, een andere wereld bestaat, blijft Nooteboom verbazen. Hij probeert haar niet te doorgronden, enkel te registreren.
Berlijn is daarmee minder een boek over Berlijn dan over kijken naar verandering zonder te weten waar die naartoe leidt. Het weigert het grote verhaal en kiest voor het fragment, het detail, het tijdelijke. En juist daardoor wordt het iets wat zeldzaam is: geen reconstructie van geschiedenis, maar een ervaring van het moment vóór die geschiedenis zich sluit.
Niet alles wordt uitgelegd. Gelukkig maar. Sommige tijden moet je niet begrijpen, maar ondergaan.
Stille geheimen
De druivenfluisteraar
Helden zonder glorie
Dwars door Afrika
De bewaker
Rome en Perzië
Ierland
In gesprek met een lijk
Het geschenk
Weekdier
Clint Eastwood
Opwaaiende zomerjurken
Winterwater
De stille Amerikaan
De muzikale vluchteling
Willem Elsschot in Parijs
Mist
Authenticiteit heeft grenzen
Familieziek
Bruiloft aan zee
Moord op de Nijl
De flauwgevallen priester op mijn tong