Een man stapt in Londen op de trein naar het noorden van Schotland. In zijn hoofd klinkt voortdurend een klank die hem niet loslaat en die hem verder lijkt te sturen. Naarmate de treinreis vordert, raakt hij steeds meer verwijderd van de werkelijkheid en uiteindelijk ook van zichzelf. De Far North Line brengt hem tot het noordelijkste station van Schotland, waarna zijn reis verdergaat richting de afgelegen Orkney-eilanden. Wat begint als een treinreis naar het noorden, verandert langzaam in een tocht door een ontregelde geest. Sien Volders gebruikt de reis niet zozeer om een bestemming te beschrijven, maar om te laten zien hoe iemand steeds verder kan afdrijven wanneer zijn greep op de werkelijkheid verzwakt.
De kracht van Bij twijfel altijd noord ligt in de manier waarop het landschap en de geest van de hoofdpersoon in elkaar beginnen over te lopen. Het ruige noorden van Schotland wordt steeds desolater naarmate de man verder reist, en die leegte weerspiegelt zijn toenemende isolement. Volders schrijft zintuiglijk en weet de kou, de wind, de uitgestrektheid en de eenzaamheid van het landschap overtuigend voelbaar te maken. Het noorden wordt daardoor meer dan een decor: het krijgt bijna de functie van een tweede bewustzijn waarin de verwarring van de hoofdpersoon wordt weerspiegeld.
Ook de klank die hem voortdrijft, werkt goed als motief. Wat voor een buitenstaander misschien onbegrijpelijk of zelfs beangstigend is, krijgt binnen zijn eigen beleving een logica. Volders laat de lezer dicht bij die ervaring komen zonder alles te verklaren. Dat maakt het verhaal beklemmend, maar ook menselijk. Achter de verwarring blijft iemand zichtbaar die probeert vast te houden aan wat nog houvast biedt.
De korte vorm past goed bij het verhaal. Met iets meer dan zestig pagina’s heeft Volders weinig ruimte nodig om een sterke sfeer neer te zetten. De tekst leest daardoor bijna als een literaire treinreis waarin de afstand op de kaart steeds minder belangrijk wordt en de innerlijke beweging van de hoofdpersoon steeds belangrijker. De trein brengt hem letterlijk naar het noorden, maar psychologisch beweegt hij vooral weg van de wereld om hem heen.
Tegelijkertijd is die beknoptheid ook de voornaamste beperking van het boek. Volders kiest bewust voor suggestie en laat veel onuitgesproken, maar daardoor blijft de hoofdpersoon soms wat op afstand. De lezer begrijpt zijn ontregeling beter dan de persoon achter die ontregeling. Dat geeft het verhaal een intrigerende vaagheid, maar zorgt er ook voor dat de emotionele impact niet overal even sterk is. Vooral wie meer psychologische verdieping of een uitgewerkte ontwikkeling van het personage verwacht, kan het gevoel krijgen dat het verhaal net iets te vroeg eindigt.
Toch weet Volders binnen die beperkte ruimte een opmerkelijk geladen sfeer te creëren. De eenzaamheid van het landschap, de monotonie van de reis en de steeds verder afbrokkelende werkelijkheid versterken elkaar. Ook de mensen die de man onderweg ontmoet, zorgen voor kleine momenten van menselijkheid die contrasteren met zijn groeiende isolement. Daardoor wordt het verhaal niet uitsluitend donker: tussen de vervreemding door blijft er aandacht voor medemenselijkheid.
De titel krijgt gaandeweg iets dubbelzinnigs. ‘Bij twijfel, altijd noord’ klinkt als een eenvoudige richtingaanwijzer, maar in het verhaal wordt het bijna een obsessief principe. Als je niet meer weet waar je heen moet, blijf je noordwaarts gaan. Het is tegelijk een keuze en een vlucht, een manier om richting te houden terwijl iedere zekerheid langzaam verdwijnt.
Moord in het Grand Alpine Hotel
Schooljaren
De God van Nederland
Ola en de dingen
Liefde en aardbevingen
Marten Toonder – Biografie
Occo
De geur van hooi
Gestolen hart
Most Wanted
Opwaaiende zomerjurken
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Roger De Vlaeminck
De staatsvijand
Taal is zeg maar echt mijn ding
Belaagd
Het citaat als intellectuele rollator
Trouwlust
De aanraking
De wegen der verbeelding
Naar zachtheid en een warm omhelzen
Indische duinen
Trots en vooroordeel