Boeken die een blik achter de schermen van een gesloten wereld beloven, hebben vaak een streepje voor. De gevangenis spreekt nu eenmaal tot de verbeelding. Overbevolkte cellen, spanningen tussen gedetineerden, geweld, wanhoop en menselijke drama’s vormen het decor van Dagboek van een cipier, waarin Femke Brosens haar ervaringen beschrijft in de Antwerpse gevangenis van de Begijnenstraat.
Toch wringt er iets fundamenteels aan dit boek. Niet omdat de beschreven problematiek onbelangrijk zou zijn, integendeel. De Belgische gevangenissen kampen al jarenlang met overbevolking, personeelstekorten en mensonwaardige omstandigheden. Maar de vraag dringt zich op hoeveel gezag een auteur kan claimen wanneer zij haar ervaringen al na negen maanden dienstverband bundelt in een boek.
De flaptekst suggereert een inkijk in een harde en complexe wereld. Brosens beschrijft hoe zij als jonge vrouw haar weg zoekt op een overbevolkte mannenafdeling en geconfronteerd wordt met psychische problemen, uitzichtloosheid en recidive. Dat zijn zonder twijfel relevante observaties. Tegelijk ontstaat de indruk dat de auteur nog maar net de drempel van deze wereld heeft overschreden wanneer zij zichzelf al in de rol van gids en commentator plaatst.
Dat hoeft op zich geen probleem te zijn. Een frisse blik kan waardevol zijn. Maar een gevangenis is geen omgeving die zich laat begrijpen in enkele maanden tijd. Wie amper negen maanden meedraait, bevindt zich nog midden in het leerproces. De eerste indrukken zijn vaak het scherpst, maar zelden het meest genuanceerd. Daardoor voelt Dagboek van een cipier eerder als een verzameling eerste ervaringen dan als een doorleefde reflectie op het gevangeniswezen.
Ook de formule zelf oogt weinig origineel. De afgelopen jaren verschenen talloze boeken waarin professionals hun werkveld toegankelijk maken voor een breed publiek. Spoedartsen, politieagenten, rechters, psychologen en leerkrachten schreven allemaal hun persoonlijke getuigenissen. Dagboek van een cipier volgt grotendeels hetzelfde stramien: opmerkelijke situaties, menselijke verhalen en kritische kanttekeningen bij een systeem dat zichtbaar onder druk staat.
Dat levert ongetwijfeld leesbare passages op, maar roept tegelijk de vraag op wat dit boek werkelijk toevoegt. Is dit een diepgravende analyse van een gevangenissysteem in crisis? Of vooral een bundeling van indrukken van iemand die nog maar net kennismaakt met die werkelijkheid?
De meest interessante vraag die het boek onbedoeld oproept, gaat misschien niet eens over gevangenissen, maar over onze tijd. Tegenwoordig lijkt elke eerste ervaring meteen een boek, podcast of documentaire te moeten opleveren. Waar vroeger jaren van ervaring nodig waren om als deskundige te worden beschouwd, volstaat vandaag soms een handvol maanden om een persoonlijk relaas te publiceren.
Dat betekent niet dat Brosens niets waardevols te vertellen heeft. Haar betrokkenheid lijkt oprecht en haar verontwaardiging over bepaalde toestanden waarschijnlijk terecht. Maar juist daarom had meer afstand het boek mogelijk sterker gemaakt. Sommige ervaringen winnen aan kracht wanneer ze eerst de tijd krijgen om te bezinken.
Dagboek van een cipier biedt hooguit een summiere kennismaking met een wereld die voor de meeste mensen verborgen blijft. Wie op zoek is naar persoonlijke verhalen uit het gevangenisleven zal hier ongetwijfeld zijn gading vinden. Wie echter hoopt op diepgaande inzichten in detentie, strafuitvoering en de structurele problemen van het Belgische gevangeniswezen, zou zich kunnen afvragen of negen maanden ervaring voldoende zijn om dat grotere verhaal overtuigend te vertellen.
Maturiteit heeft tijd nodig…
Cilento
Céline
Dagboek van een cipier
Flaneren kun je leren
Een geschiedenis van België
Patrick Conrad
CSI
Beste Michele
Bach dag na dag
Ola en de dingen
Stille geheimen
Onsterfelijkheid
Een bestelknop is geen boekhandel
Wat stilte wil
Van daarboven zie je de zee
Moord in de Oriënt-Expres
Wilfried de Jong
Blijf in leven
Contrapunt
Oorsprong
Konvooi
De vermaledijde vaders