De flauwgevallen priester op mijn tong

Walter Soethoudt 1976 190 pagina's 9789023653936 Paperback

Met De flauwgevallen priester op mijn tong verscheen in 1976 het eerste boek waarin Johan Anthierens een selectie van zijn journalistieke kronieken bundelde. Het gaat om vijftien Ooggetuige-kronieken die hij in 1975 voor Knack schreef. De bundel betekende daarmee ook een belangrijke stap in de ontwikkeling van Anthierens als schrijver: zijn journalistieke werk kreeg een literaire vorm en zijn eigenzinnige stem werd voor een breder publiek zichtbaar.

Anthierens was op dat moment al een opvallende verschijning binnen de Vlaamse journalistiek. Zijn kronieken waren niet het soort journalistiek waarin de schrijver zich achter de feiten verschuilt. Hij kijkt, interpreteert, provoceert en geeft de werkelijkheid voortdurend een persoonlijke draai. Zijn onderwerpen worden aanleiding voor observaties over mensen, gewoonten, hypocrisie en de eigenaardigheden van de samenleving.

Juist in deze vroege bundel is goed te zien hoe Anthierens zijn eigen stijl ontwikkelt. Hij schrijft met taalplezier, ironie en een opvallend gevoel voor formulering. De titel zelf is daarvan een mooi voorbeeld: absurd, beeldend en onmiddellijk nieuwsgierig makend. Volgens Schrijversgewijs vormen de vijftien kronieken een fraai voorbeeld van zijn taalvirtuositeit.

De kronieken zijn bovendien meer dan luchtige columns. Achter de humor zit een journalist die zich weinig aantrekt van gevestigde opvattingen. Anthierens heeft een uitgesproken behoefte om mensen en instellingen die zichzelf te serieus nemen, uit hun comfortabele positie te halen. Dat zou een constante worden in zijn latere werk.

Interessant is dat hij in deze bundel al verschillende interesses toont die later belangrijke onderdelen van zijn oeuvre zouden worden. Zo bevat het boek bijvoorbeeld Pallieter, een uitdaging, een beschouwing over Felix Timmermans. Daarmee verschijnt ook de literaire en culturele Anthierens al naast de journalistieke chroniqueur.

Dat maakt De flauwgevallen priester op mijn tong achteraf gezien belangrijker dan de bescheiden omvang misschien doet vermoeden. Het is een vroege momentopname van een schrijver die nog tientallen jaren actief zou blijven en die zich later zou bewegen tussen journalistiek, televisie, satire, interviews, polemieken en literaire portretten.

De vijftien teksten zijn duidelijk verbonden met het Vlaanderen van 1975. Sommige onderwerpen en verwijzingen zullen voor de hedendaagse lezer minder vanzelfsprekend zijn. Maar juist daardoor heeft de bundel ook documentaire waarde. Je krijgt niet alleen Anthierens te zien, maar ook de samenleving waarop hij destijds zijn scherpe blik richtte.

Zijn stijl is daarbij het belangrijkste bindmiddel. Hij schrijft niet afstandelijk en ook niet volgens de conventies van de klassieke reportage. Zijn kronieken hebben iets persoonlijks en literairs. Hij observeert de wereld, maar laat de lezer ondertussen voortdurend merken dat er een eigenzinnige schrijver achter de observatie zit.

Scroll naar boven
Librar
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.