In De klopjacht op de sneer neemt Lewis Carroll de lezer mee op een expeditie die vanaf het begin even onzinnig als doelgericht is. Een bonte bemanning vertrekt naar een afgelegen eiland om een wezen te vangen dat niemand ooit heeft gezien, maar waarover iedereen kennelijk voldoende weet om ernaar op zoek te gaan. De belleman leidt het gezelschap, terwijl figuren als de hoedbandenier, de biljarter-markeur, de beursspeculant, de bakker en de bankier hun eigen merkwaardige logica meebrengen. Wat volgt is een berijmd avontuur waarin de jacht zelf belangrijker lijkt dan de vraag waarop die uiteindelijk zal uitlopen.
Carroll bouwt zijn gedicht op uit klank, herhaling, woordspelingen en schijnbaar consequente redeneringen die bij nader inzien nergens toe leiden. De bemanning zoekt met dopjes, vorken, zorg en hoop, alsof elk middel even geschikt is om een ongrijpbaar fabeldier te vangen. De humor ontstaat niet alleen uit de absurde situaties, maar ook uit de plechtige toon waarmee de grootste onzin wordt gepresenteerd. Achter die nonsens schuilt een opmerkelijk strak georganiseerd universum, met eigen regels, terugkerende formuleringen en personages die juist door hun onbegrijpelijke eigenaardigheden herkenbaar worden.
De nieuwe vertaling van Robbert-Jan Henkes vormt daarbij een wezenlijk onderdeel van de uitgave. The Hunting of the Snark is immers geen gedicht waarvan de betekenis eenvoudig kan worden overgezet: ritme, rijm, klank en dubbelzinnigheid zijn minstens zo belangrijk als de letterlijke inhoud. Henkes probeert de speelsheid niet glad te strijken, maar zoekt in het Nederlands naar een vergelijkbare vrijheid en muzikaliteit. Dat levert een vertaling op die niet alleen het verhaal begrijpelijk maakt, maar vooral de taal opnieuw laat ontsporen. De illustraties, gebaseerd op het oorspronkelijke beeldmateriaal van Henry Holiday en ingekleurd door Floris Tilanus, versterken het karakter van het boek als vreemd, zelfstandig universum.
Toch is De klopjacht op de sneer niet voor iedere lezer even toegankelijk. Wie een helder avontuur met een afgeronde betekenis verwacht, zal vooral botsen op de weigering van Carroll om het raadsel op te lossen. De sneer blijft een doel dat tegelijk concreet en volstrekt ongrijpbaar is. Ook de opeenstapeling van namen, beroepen en woordgrappen kan vermoeiend worden wanneer het gedicht achter elkaar wordt gelezen. De kracht ervan ligt daarom niet zozeer in een doorlopend verhaal, maar in de afzonderlijke scènes, vondsten en taalkundige ontsporingen.
Juist daardoor blijft het gedicht meer dan een aardige curiositeit uit de Victoriaanse literatuur. Carroll laat zien dat taal niet alleen dient om de werkelijkheid te beschrijven, maar ook een eigen werkelijkheid kan voortbrengen. De klopjacht op de sneer is een zorgvuldig geconstrueerde ode aan het ongerijmde: een avontuur waarin iedereen ernstig op zoek is naar iets wat misschien niet bestaat, en waarin die vergeefse zoektocht zelf het meest overtuigende bewijs vormt van Carrolls verbeeldingskracht.
Jazzportretten
Teflonbaby
Alles komt goed
Dagboek van een cipier
Oscar Wilde’s crucifix
Nacht in Parijs
Eigen aan mensen
WinWin
Het geheugenpaleis
Eén boek per dorp
Daar zit een boek in!
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
De geesten
Serpentina’s petticoat
November
Het feest der onbeduidendheid
Dagboek van de oudheid
Nirwana
Bijna altijd prijs
Boerenpsalm
Een revolverschot
De Griekse mythen
Het meesterwerk