Gaston Durnez had een bijzondere reden om zich in Gilbert Keith Chesterton te verdiepen. Toen Durnez vijfentwintig was en zelf een humoristische roman wilde schrijven, las schrijfster Maria Rosseels de eerste vijftig pagina’s van zijn manuscript. Haar advies was eenvoudig: hij moest Chesterton lezen. De roman van Durnez kwam er uiteindelijk niet, maar zijn bewondering voor de Engelse schrijver bleef zijn hele leven bestaan. De lach van Chesterton is daarvan het resultaat.
Durnez schrijft geen klassieke, afstandelijke biografie. Hij probeert vooral te laten zien waarom Chesterton hem zo fascineerde. Het boek is tegelijk een portret van de mens en een kennismaking met diens omvangrijke oeuvre. Chesterton was journalist, essayist, dichter, romanschrijver en polemist en is tegenwoordig vooral bekend als de geestelijke vader van Father Brown. Maar Durnez maakt duidelijk dat Chesterton veel meer was dan de schrijver van detectives.
Centraal staat de merkwaardige combinatie van ernst en humor die Chestertons werk kenmerkt. Hij kon grote maatschappelijke, religieuze en politieke kwesties behandelen zonder zijn gevoel voor het absurde en het komische te verliezen. Voor Durnez was juist die combinatie essentieel. Chestertons humor was geen oppervlakkige grap, maar een manier om naar de werkelijkheid te kijken.
Durnez bespreekt verschillende belangrijke werken, waaronder De man die donderdag was en Orthodoxie, en plaatst ze in hun historische context. Daardoor gaat het boek niet alleen over literatuur. Het geeft ook een beeld van het Groot-Brittannië van Chestertons tijd en van de politieke, sociale en religieuze discussies die hem bezighielden.
Juist dat maakt De lach van Chesterton interessant voor lezers die Chesterton nog nauwelijks kennen. Durnez legt uit waar diens ideeën vandaan komen en hoe zijn schrijverschap zich ontwikkelde, zonder te vervallen in een academische analyse. Zijn eigen bewondering blijft daarbij voortdurend voelbaar.
Soms is die bewondering zelfs zo groot dat Durnez eerder een verdediger dan een kritische biograaf lijkt. Hij schrijft duidelijk vanuit liefde voor zijn onderwerp. Dat is tegelijk de beperking én de charme van het boek. Dit is geen poging om Chesterton van alle kanten kritisch te wegen, maar een persoonlijke introductie tot een schrijver die Durnez als zijn “grootste literaire liefde” beschouwde.
Ook Chestertons verhouding tot Vlaanderen krijgt aandacht. De Engelse schrijver bezocht onder meer Lier en verwerkte zijn ervaringen in het gedicht The Ballad of a Strange Town. Durnez, die zelf sterk verbonden was met het Vlaamse culturele leven, heeft zichtbaar plezier in dergelijke onverwachte verbindingen.
De titel De lach van Chesterton vat het boek mooi samen. Durnez is vooral geïnteresseerd in de schrijver die achter zijn ideeën altijd het vermogen behield om verwonderd en vrolijk naar de wereld te kijken. Chesterton kon volgens hem ernstige zaken behandelen zonder zwaarwichtig te worden. Dat maakt ook Durnez’ eigen boek licht en toegankelijk, ondanks de hoeveelheid onderwerpen die erin aan bod komt.
De kille Kempen
Hád ik maar een mening
Alice in Wonderland & in Spiegelland
Patrick Conrad
Tussen de dagen
Je hebt het niet van mij, maar
Hofdames
Honderd jaar eenzaamheid
Opwaaiende zomerjurken
Spel
Rouwdouwers
Beatrix Gerstberger
Portnoy’s klacht
Niets verlaat de tijd
De drie rivieren
Mist
De meeste boeken hadden een artikel moeten zijn
Sapiens
Patrick Conrad
Verloren grond
Lust
Waar de stilte heerst