Emmanuel de Bom is een van die figuren die gemakkelijk in de schaduw van zijn tijdgenoten verdwijnen. Hij was bevriend met August Vermeylen, Stijn Streuvels en Karel van de Woestijne, werkte mee aan Van Nu en Straks, schreef met Wrakken een van de eerste moderne Vlaamse stadsromans en werd uiteindelijk een invloedrijke Antwerpse bibliothecaris en cultuurambtenaar. Toch is hij nooit de canonieke status van sommige van zijn vrienden gaan dragen.
Met De man die van mensen hield probeert Chris Ceustermans precies die scheve verhouding te herstellen. De biografie gaat niet alleen over een schrijver, maar over een man die gedurende zijn hele leven een opmerkelijke hoeveelheid energie stak in andere mensen, in literatuur, in cultuur en in de stad Antwerpen. Dat maakt het boek tegelijk een schrijversbiografie en een portret van het culturele Vlaanderen tussen het einde van de negentiende eeuw en de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog.
De titel is zorgvuldig gekozen. De Bom was geen gemakkelijk of onproblematisch personage. Hij was ambitieus, soms impulsief en maakte politieke keuzes die hem later zwaar zouden worden aangerekend. Maar hij had ook een opvallend vermogen om zich aan anderen te hechten en voor anderen iets te willen betekenen. Zijn vrienden, schrijvers en kunstenaars kregen vaak meer aandacht van hem dan zijn eigen literaire carrière uiteindelijk zou krijgen.
Ceustermans begint bij de jonge Emmanuel de Bom, die in 1868 in Antwerpen werd geboren als zoon van een kleermaker. Hij groeide op in een eerder liberaal dan streng religieus gezin en koos al vroeg zijn eigen weg. Zonder universitaire opleiding wist hij zich op te werken binnen het Antwerpse stadsbestuur en het bibliotheekwezen. Uiteindelijk zou hij directeur van de Antwerpse stadsbibliotheek worden.
Maar voordat hij die positie bereikte, werd hij vooral gevormd door de literaire vernieuwingsbeweging van het einde van de negentiende eeuw.
De Bom was een van de drijvende krachten achter Van Nu en Straks. Samen met onder anderen August Vermeylen, Cyriel Buysse en Prosper van Langendonck werkte hij aan een tijdschrift dat een nieuwe richting wilde geven aan de Vlaamse literatuur. Het ging daarbij niet alleen om een andere manier van schrijven, maar om een breder cultureel project. Vlaanderen moest volgens deze jonge generatie uit zijn provinciale isolement komen en aansluiting zoeken bij de moderne Europese cultuur.
De Bom paste uitstekend in die beweging. Hij was nieuwsgierig, sociaal en voortdurend geïnteresseerd in nieuwe mensen en ideeën. Hij verzamelde schrijvers en kunstenaars om zich heen en fungeerde vaak als verbindende figuur. Zijn eigen literaire werk zou uiteindelijk minder invloedrijk blijken dan dat van sommige vrienden, maar zijn rol als organisator en cultuurpromotor was aanzienlijk.
Dat maakt hem tot een interessant voorbeeld van een schrijver wiens betekenis niet volledig in zijn eigen boeken ligt.
Zijn roman Wrakken, verschenen in 1898, is daar een goed voorbeeld van. Het boek geldt als de eerste moderne stadsroman in de Vlaamse literatuur. De stad Antwerpen wordt er niet langer voorgesteld als decor, maar als een moderne, complexe omgeving waarin mensen elkaar ontmoeten, verliezen en proberen te overleven. De roman is bovendien sterk verbonden met de Boms eigen liefdesleven. Volgens latere onderzoekers is een belangrijk deel van het boek terug te voeren op zijn turbulente verhouding met Clara Gaesch.
Die relatie is een van de meest fascinerende onderdelen van de biografie.
De jonge de Bom raakte in de ban van Clara, een Duitse zangeres en animeermeisje die in Antwerpen verbleef. De verhouding was intens en instabiel en zou een belangrijke rol spelen in zijn persoonlijke leven en zijn schrijverschap. Jan Lampo heeft deze episode later uitvoerig beschreven, maar Ceustermans verwerkt haar in een bredere levensgeschiedenis.
De tegenstelling met de latere de Bom is groot. De jonge schrijver is een man van verlangen, vernieuwing en persoonlijke vrijheid. Later komt hij terecht in een huwelijk met Nora Aulit, een vrouw met een sterke religieuze overtuiging. Het huwelijk wordt moeilijk, mede door Nora’s gezondheidsproblemen en haar religieuze strengheid. De Bom zou vervolgens opnieuw een belangrijke emotionele relatie aangaan met Emma Léonard.
Ceustermans maakt van deze relaties geen goedkope romantische geschiedenis. Ze tonen vooral hoe moeilijk de Bom het vond om zijn behoefte aan vrijheid te verzoenen met zijn verantwoordelijkheden tegenover de mensen van wie hij hield.
Dat laatste is belangrijk, want de Bom was opvallend zorgzaam. Hij bleef zich bekommeren om mensen, ook wanneer dat hem persoonlijk veel kostte. De zorg voor Clara, later voor zijn echtgenote Nora en vervolgens zijn betrokkenheid bij andere schrijvers en kunstenaars liepen soms rechtstreeks tegen zijn carrièrebelangen in. Volgens Manu van der Aa is juist die bereidheid om mensen niet zomaar in de steek te laten een van de opvallendste eigenschappen die uit Ceustermans’ biografie naar voren komen.
De Eerste Wereldoorlog vormt vervolgens een breuk.
De Bom had zich ontwikkeld tot een overtuigd Vlaamsgezinde en raakte tijdens de oorlog betrokken bij het activisme. Die keuze vervreemdde hem van verschillende vrienden en had grote gevolgen voor zijn loopbaan. Na de oorlog werd hij ontslagen als hoofdbibliothecaris wegens zijn gedrag tijdens de Duitse bezetting. Hij zou pas jaren later naar zijn functie kunnen terugkeren.
Hier wordt de biografie ook een politieke geschiedenis.
Ceustermans laat zien hoe een culturele beweging die aanvankelijk gericht was op emancipatie en modernisering langzaam verstrikt kon raken in de politieke conflicten van haar tijd. De Bom was geen eenvoudige nationalist en evenmin een man die zijn hele leven volgens één politieke overtuiging handelde. Zijn Vlaams activisme tijdens de oorlog kwam voort uit overtuigingen die eerder in zijn leven al aanwezig waren, maar de gevolgen ervan waren ingrijpender dan hij waarschijnlijk had voorzien.
Juist daardoor krijgt zijn latere leven iets tragisch. De man die zo sterk geloofde in culturele samenwerking zag hoe politieke tegenstellingen vrienden uit elkaar dreven.
Na de oorlog moest de Bom zichzelf opnieuw uitvinden. Hij werd journalist bij De Volksgazet en bleef actief als schrijver en cultuurfiguur. Tegelijkertijd bleef hij zich inzetten voor jonge auteurs. Zijn eigen literaire reputatie was inmiddels minder groot dan hij als jonge vernieuwer had gehoopt, maar zijn netwerk en zijn invloed bleven aanzienlijk.
Dat blijkt bijvoorbeeld uit zijn betrokkenheid bij Alice Nahon. De Bom zette een inzamelingsactie op om de zieke dichteres financieel te helpen zodat zij in het buitenland kon gaan kuren. Het is een klein detail in zijn lange leven, maar het past precies bij het beeld dat Ceustermans met de titel van zijn boek oproept: De Bom was iemand die voortdurend bezig was met de mensen om hem heen.
Zijn betekenis voor het Antwerpse culturele leven werd misschien nog duidelijker in zijn werk als bibliothecaris. De Bom was niet tevreden met een bibliotheek als opslagplaats voor boeken. Hij wilde er een culturele instelling van maken die mensen toegang gaf tot literatuur en kennis. Zijn betrokkenheid bij de grote Hendrik Conscience-tentoonstelling van 1912 speelde bovendien een belangrijke rol in de ontwikkeling van het latere Letterenhuis.
Daarmee wordt duidelijk waarom de biografie niet alleen interessant is voor liefhebbers van de Bom zelf. Via zijn leven komt een groot deel van het Vlaamse culturele landschap voorbij. Vermeylen, Buysse, Streuvels, Van de Woestijne, Conscience en talloze minder bekende schrijvers en kunstenaars maken deel uit van zijn netwerk.
De Bom was vaak niet degene die zelf het middelpunt vormde. Hij was degene die anderen met elkaar in contact bracht.
Dat verklaart ook waarom het boek goed past naast Ceustermans’ andere biografische werk. In Schrijven in de Grauwzone stond een zeer individuele, zelfdestructieve schrijver centraal. In De man die van mensen hield gaat het om een man die juist sterk gericht was op zijn omgeving. De twee figuren verschillen enorm, maar Ceustermans heeft voor beiden oog voor de spanning tussen het persoonlijke leven en het literaire werk.
De biografie is bovendien interessant omdat ze de literaire betekenis van de Bom niet kunstmatig opblaast. Wrakken wordt terecht als een belangrijk werk behandeld, maar Ceustermans maakt niet van de Bom een vergeten genie dat alleen door omstandigheden uit de canon is gevallen. Zijn belangrijkste bijdrage ligt breder: als schrijver, journalist, bibliothecaris, organisator en mentor heeft hij mee de omstandigheden gecreëerd waarin andere Vlaamse schrijvers konden werken.
Dat is misschien een minder spectaculaire vorm van literaire betekenis, maar niet noodzakelijk een minder belangrijke.
De recensent Manu van der Aa noemt precies dat een van de verdiensten van de biografie: de Bom behoorde niet tot de allergrootste schrijvers, maar hielp wel de omstandigheden scheppen waarin figuren als Buysse, Van de Woestijne en Streuvels konden floreren.
Ceustermans schrijft bovendien een vlot leesbare biografie. Dat is geen onbelangrijke verdienste bij een leven dat zoveel historische zijpaden kent. De hoeveelheid namen, tijdschriften, organisaties en politieke gebeurtenissen had gemakkelijk kunnen leiden tot een droog cultuurhistorisch overzicht. In plaats daarvan blijft de persoon de Bom voortdurend aanwezig.
Er zijn wel stilistische kanttekeningen gemaakt. Manu van der Aa merkte bijvoorbeeld enkele opvallende samenstellingen en kleine taalkundige onnauwkeurigheden op, die volgens hem mede aan de eindredactie konden worden toegeschreven. Hij beoordeelde het boek desondanks als een relatief beknopte en evenwichtige reconstructie van de Boms goedgevulde leven.
Die evenwichtigheid is uiteindelijk belangrijker dan dergelijke kleine onvolkomenheden.
Want de Bom is juist een figuur bij wie een biograaf gemakkelijk een bepaalde kant had kunnen kiezen. Men had hem kunnen presenteren als de idealistische grondlegger van een nieuwe Vlaamse cultuur. Men had hem ook vooral kunnen beoordelen vanuit zijn activisme tijdens de Eerste Wereldoorlog. Of men had zich kunnen concentreren op zijn gecompliceerde liefdesleven.
Ceustermans kiest voor het geheel.
Het resultaat is een portret van een man die voortdurend probeerde modern te zijn, maar telkens opnieuw geconfronteerd werd met de beperkingen van zijn tijd. Hij wilde Vlaanderen vernieuwen, maar raakte verstrikt in de politieke conflicten van datzelfde Vlaanderen. Hij wilde vrij leven, maar was gebonden aan mensen voor wie hij verantwoordelijkheid voelde. Hij wilde schrijver zijn, maar werd uiteindelijk misschien belangrijker als bibliothecaris, mentor en cultuurorganisator.
Dat maakt de titel De man die van mensen hield uiteindelijk meer dan een vriendelijke karakterisering. Het is een interpretatie van zijn hele levensloop.
Epstein
De rode koe
Theodoros
Gezicht van het kwaad
Lázár
Memoires vol leven en dood
Rome en Perzië
Eén boek per dorp
Rome en de Lage Landen
Wie was ik
De slinger van Foucault
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Familieziek
Classical Queers
Wat loopt daar?
22 banen
Import
De wijsheid van een eiland
Brutopia
Verkeerde afslag
Het laatste lied
Ik werd kamer 235
Het ultieme geheim