Geschiedenis wordt meestal geschreven aan de hand van koningen, oorlogen, verkiezingen en grote maatschappelijke omwentelingen. Joris van Casteren kiest in De mensheid zal nog van mij horen voor een radicaal ander uitgangspunt. Hij laat de geschiedenis vertellen door mensen die nooit een standbeeld zullen krijgen: anonieme Nederlanders die jarenlang hun dagelijkse leven vastlegden in dagboeken. Het resultaat is een uitzonderlijk boek dat laat zien hoe het gewone leven uiteindelijk de meest indringende geschiedenis oplevert.
Voor dit boek dook van Casteren jarenlang in het Nationale Dagboekarchief, waar duizenden persoonlijke dagboeken worden bewaard. Uit die enorme verzameling selecteerde hij een aantal levens die hij niet simpelweg samenvat, maar zorgvuldig reconstrueert en met elkaar verweeft. Zo ontstaat geen droge inventaris van dagboekfragmenten, maar een meeslepende literaire non-fictie waarin onbekende Nederlanders alsnog een stem krijgen.
Wat dit boek zo bijzonder maakt, is de manier waarop van Casteren zich vrijwel volledig op de achtergrond houdt. Hij schrijft niet over zichzelf en probeert de dagboekschrijvers nergens te psychologiseren. Zijn kracht ligt juist in het aandachtig kijken en luisteren. Hij laat zien hoe mensen zichzelf presenteren op papier, welke illusies zij koesteren, welke angsten zij verbergen en hoe zij betekenis proberen te geven aan een leven dat voor de buitenwereld onopgemerkt blijft.
De dagboeken bestrijken verschillende perioden en maatschappelijke milieus. De schrijvers verschillen sterk van elkaar, maar delen één verlangen: gehoord worden. Sommigen schrijven om hun verdriet te verwerken, anderen uit een behoefte om hun bestaan vast te leggen of om later begrepen te worden. De titel De mensheid zal nog van mij horen krijgt daardoor een ontroerende lading. Niet als grootspraak, maar als de stille hoop dat een mensenleven niet volledig zal verdwijnen zodra de schrijver zelf is gestorven.
Van Casterens stijl sluit daar naadloos op aan. Hij schrijft helder, nauwkeurig en zonder retoriek. Zijn zinnen zijn sober, maar bevatten een groot gevoel voor ironie en mededogen. Regelmatig duikt onverwachte humor op in de levens van zijn hoofdpersonen, zonder dat hun kwetsbaarheid ooit wordt gerelativeerd. Juist die afwisseling van ontroering, verbazing en lichte absurditeit maakt het boek zo aangenaam leesbaar.
Onder de afzonderlijke levensverhalen ontstaat geleidelijk een veel groter verhaal. De dagboeken vormen samen een alternatieve geschiedenis van Nederland, verteld vanuit woonkamers, ziekenhuizen, fabrieken, scholen en verzorgingshuizen. Grote maatschappelijke veranderingen verschijnen niet als abstracte ontwikkelingen, maar als gebeurtenissen die het dagelijkse leven van gewone mensen ingrijpend beïnvloeden. Daarmee laat de auteur zien dat geschiedenis uiteindelijk niet alleen wordt gemaakt door politici en machthebbers, maar ook door miljoenen onbekende burgers.
Het boek kent nauwelijks een klassieke spanningsboog. Wie een lineair verhaal verwacht, zal moeten wennen aan de episodische opbouw. Juist die fragmentarische vorm weerspiegelt echter de aard van het bronmateriaal. Iedere stem voegt een nieuw perspectief toe, totdat langzaam een verrassend rijk en veelkleurig portret van de Nederlandse samenleving ontstaat.
Met De mensheid zal nog van mij horen bevestigt Joris van Casteren opnieuw zijn uitzonderlijke talent om journalistiek, geschiedenis en literatuur met elkaar te verbinden. Hij bewijst dat de meest aangrijpende verhalen vaak verborgen liggen in archieven, schriftjes en vergeten notitieboeken. Door die stemmen opnieuw te laten klinken, schrijft hij niet alleen een boek over het verleden, maar ook over de universele menselijke behoefte om herinnerd te worden.
Hij wist het niet meer
De rode koe
Weekdier
Normaliteit
Godendrank
Zwaluwstaarten
Zephyr
Barakstad
Dagboek 1933
Boek vol levens
Levensvonk
Geheime kamers
Voornamelijk vrouwen
Een waardig levenseinde
Cirkel der dagen
De prijs van zichtbaarheid
Maan en zon
Winst
A.J. Heselman
Reddend zwemmen
Een zachte vernieling
Moord op de Nijl