Een pestepidemie is bij Orhan Pamuk nooit alleen een pestepidemie. In De nachten van de pest gebruikt hij de uitbraak van de builenpest op het fictieve eiland Minger in 1901 als laboratorium voor een veel groter verhaal over macht, angst, nationalisme en de manier waarop een samenleving zichzelf opnieuw uitvindt wanneer de bestaande orde begint af te brokkelen.
Minger maakt deel uit van het tanende Ottomaanse Rijk en ligt ergens tussen Rhodos en Kreta. De bevolking bestaat ongeveer voor de helft uit moslims en voor de helft uit orthodoxe christenen. Wanneer de pest uitbreekt, blijken de verhoudingen tussen beide groepen uiterst kwetsbaar. De sultan stuurt gezondheidsinspecteur Bonkowski Pasja naar het eiland om de epidemie te bestrijden. Wanneer hij wordt vermoord, krijgen dokter Nuri en prinses Pakize de opdracht naar Minger te reizen. Wat begint als een poging de pest onder controle te krijgen en een moord op te lossen, ontwikkelt zich tot een politieke crisis die uiteindelijk de onafhankelijkheid van het eiland tot gevolg heeft.
Pamuk schrijft daarmee nadrukkelijk geen traditionele historische roman. Minger bestaat niet, maar voelt door zijn kaarten, steden, politieke instellingen, bevolkingsgroepen en geschiedenis overtuigend echt aan. Ook de vertelling zelf is geconstrueerd. Een fictieve historica reconstrueert de gebeurtenissen meer dan een eeuw later aan de hand van brieven, documenten, herinneringen en tegenstrijdige bronnen. Daardoor ontstaat voortdurend twijfel over wat de lezer nu eigenlijk als historische waarheid moet beschouwen.
Dat spel met waarheid en fictie is een van de sterkste aspecten van de roman. Pamuk laat zien dat geschiedenis niet alleen wordt gemaakt door wat er gebeurt, maar ook door de manier waarop later wordt bepaald wat er gebeurd zou zijn. Een revolutie krijgt helden, een onafhankelijkheidsstrijd krijgt een vlag, een nieuwe staat krijgt een nationale mythe. De werkelijkheid is daarbij minder netjes dan de geschiedenisboeken die er later uit voortkomen.
De pest versnelt dat proces. Quarantaine is in eerste instantie een medische maatregel, maar wordt al snel een politieke kwestie. Wie mag bepalen waar mensen naartoe mogen? Wie controleert de havens? Wie heeft het recht om huizen af te sluiten? En wat gebeurt er wanneer een bevolking weigert maatregelen te accepteren die haar eigen veiligheid zouden moeten dienen? Pamuk schreef het grootste deel van de roman vóór de coronapandemie, maar de verschijning tijdens de COVID-19-periode gaf het boek onvermijdelijk een extra actualiteit. Pamuk heeft zelf aangegeven dat de belangstelling voor pandemieën al vóór corona onderdeel van zijn project was, terwijl de koppeling tussen epidemie en autoritair bestuur bewust in de roman zit.
Juist daar wordt De nachten van de pest meer dan een historische pestroman. Een epidemie geeft overheden uitzonderlijke macht. Angst maakt bevolkingen bereid maatregelen te aanvaarden die onder normale omstandigheden ondenkbaar zouden zijn. Tegelijkertijd kunnen geruchten, religieuze overtuigingen en wantrouwen tegenover autoriteiten de bestrijding van een ziekte ondermijnen. Pamuk laat die verschillende krachten voortdurend op elkaar botsen.
Daaruit ontstaat ook het politieke hart van de roman: nationalisme. Wanneer het gezag van het Ottomaanse Rijk verzwakt, ontstaat op Minger een verlangen naar zelfstandigheid. Maar Pamuk behandelt nationalisme niet eenvoudig als bevrijdend of onderdrukkend. Hij laat zien hoe snel een streven naar vrijheid kan veranderen in een nieuwe vorm van conformisme. Een nieuwe natie heeft immers niet alleen grenzen nodig, maar ook helden, symbolen, verhalen en een gedeelde identiteit. De geschiedenis van Minger wordt vervolgens zorgvuldig herschreven totdat mythe en werkelijkheid nauwelijks nog van elkaar te onderscheiden zijn.
Dat maakt de roman ook herkenbaar als Pamuk. De spanning tussen Oost en West, tussen traditie en moderniteit, tussen religie en wetenschap en tussen persoonlijke identiteit en nationale identiteit keert in zijn werk vaker terug. Maar hier worden al die tegenstellingen samengebracht in één fictief eiland. Minger wordt een miniatuurwereld waarin Pamuk de mechanismen van een veel grotere geschiedenis kan uitproberen.
De roman heeft bovendien een uitgesproken speels karakter. Pamuk verwijst naar detectiveverhalen, negentiende-eeuwse romans en klassieke pestliteratuur. Sherlock Holmes wordt zelfs onderdeel van het verhaal, terwijl de vertelstructuur voortdurend met de conventies van het historische verhaal speelt. De verteller weet soms al wat er gaat gebeuren en kondigt gebeurtenissen vooruit aan, andere episodes worden vanuit verschillende perspectieven opnieuw verteld.
Die speelsheid heeft een keerzijde. De nachten van de pest is met zijn 768 pagina’s een omvangrijk boek en Pamuk heeft duidelijk meer ideeën dan strikt noodzakelijk is voor zijn verhaal. De roman bevat veel uitweidingen en lange verklarende passages. Personages krijgen soms de taak om historische of politieke informatie aan de lezer door te geven, waardoor dialogen hun natuurlijkheid verliezen. Ook de herhalingen kunnen het tempo aanzienlijk vertragen. Recensies in onder meer The Guardian en Kirkus Reviews signaleren precies die overvloed: het boek is ambitieus en inventief, maar soms ook overdadig en zwaar.
Toch is die overvloed niet alleen een tekortkoming. Pamuk wil een complete wereld bouwen en heeft daar zichtbaar plezier in. Minger krijgt een eigen geschiedenis, taal, folklore en politieke mythologie. Hoe langer de lezer er verblijft, hoe meer het eiland zich gedraagt als een echte plaats met een verleden dat voortdurend wordt herschreven.
Ook de figuren zijn minder belangrijk als psychologisch uitgewerkte individuen dan als spelers in een groter krachtenveld. Dokter Nuri vertegenwoordigt de wetenschap, maar is tegelijk echtgenoot en onderzoeker. Prinses Pakize beweegt zich tussen haar persoonlijke leven en haar positie binnen de dynastie. De politieke leiders, religieuze figuren en revolutionairen worden op hun beurt geconfronteerd met de vraag hoeveel macht zij kunnen uitoefenen in een samenleving die door angst wordt beheerst.
Daarin schuilt uiteindelijk de belangrijkste gedachte van de roman. Een epidemie maakt zichtbaar hoe kwetsbaar een samenleving is, maar ook hoe snel mensen betekenis proberen te geven aan chaos. Eerst is er de ziekte. Daarna komen de verklaringen, de schuldigen, de helden, de vijanden en uiteindelijk de nationale mythe. Pamuk laat zien hoe een gemeenschap zichzelf opnieuw kan uitvinden terwijl ze midden in een ramp zit.
De nachten van de pest is daarom geen gemakkelijk boek. Daarvoor is het te lang, te gelaagd en soms te nadrukkelijk intellectueel. Wie een strak opgebouwde historische roman verwacht, zal geregeld moeten doorbijten. Maar wie bereid is mee te gaan in Pamuks literaire spel, krijgt een roman waarin epidemie, detectiveverhaal, politieke satire, liefdesgeschiedenis en fictieve geschiedschrijving voortdurend in elkaar grijpen.
Het meest geslaagde aan het boek is uiteindelijk Minger zelf. Het eiland bestaat niet, maar Pamuk laat overtuigend zien hoe een plaats door verhalen werkelijkheid kan worden. Eerst verzint hij een eiland, vervolgens verzint hij zijn geschiedenis en uiteindelijk krijgt dat verzonnen verleden de kracht van een echte herinnering.
Dat is misschien de meest Pamukachtige gedachte van allemaal: dat geschiedenis niet alleen bepaalt wie we zijn, maar dat wij haar voortdurend opnieuw uitvinden om te kunnen begrijpen wie we denken dat we zijn.
De kreeftenvrouwen
Van onze jongens geen nieuws
De gelukkige huisvrouw
De ketter en de kerkvorst
Onvoltooid verleden
Charley Toorop
Ruw
De ondergang van Rome
Komt een vrouw bij de dokter
De stad
Liefde en aardbevingen
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Nooit meer slap
Giovanna’s navel
Trofee
De IJzertoren
Als de dieren
Ik was getrouwd met een communist
Eet meer mensenvlees
Als alles goed gaat
Een tijdloze liefde
Gebroken engelen
Sommige auteurs bouwen vooral aan hun imago