De ongelovige Thomas heeft een punt

Houtekiet 2011 344 pagina's 9789089241887 Paperback

Niet alles wat aannemelijk klinkt, is waar. En niet alles wat mensen met grote overtuiging vertellen, verdient daarom ook geloof. In De ongelovige Thomas heeft een punt nemen filosofen Johan Braeckman en Maarten Boudry de lezer mee langs een indrukwekkende verzameling pseudowetenschappelijke theorieën, bijgeloof, complottheorieën en andere vormen van irrationeel denken. Hun eigenlijke onderwerp is echter niet zozeer de onzin zelf, maar de vraag waarom mensen erin geloven.

De titel verwijst naar de apostel Thomas, die volgens het evangelie van Johannes weigerde te geloven dat Jezus uit de dood was opgestaan zonder daarvoor bewijs te krijgen. Waar Thomas traditioneel wordt voorgesteld als iemand die te weinig geloof heeft, draaien Braeckman en Boudry dat beeld om. Zijn scepsis is volgens hen juist een gezonde intellectuele houding. Bij buitengewone beweringen mag je buitengewone bewijzen verlangen.

Dat uitgangspunt vormt de rode draad door het boek. De auteurs behandelen een lange reeks voorbeelden: het monster van Loch Ness, UFO’s, telepathie, geesten, graancirkels, homeopathie, mirakels, de lijkwade van Turijn, de verschrikkelijke sneeuwman en verschillende complottheorieën. Ook serieuzere en historisch invloedrijke vormen van pseudowetenschap komen aan bod. Het doel is telkens hetzelfde: laten zien welke denkfouten ervoor zorgen dat mensen een bewering voor waar aannemen zonder dat het beschikbare bewijs die conclusie rechtvaardigt.

Interessanter dan de afzonderlijke voorbeelden is de analyse van het menselijk brein. De auteurs benadrukken dat mensen bijzonder gemakkelijk verkeerde verbanden leggen, statistische kansen verkeerd inschatten en hun eigen waarneming en geheugen overschatten. We zien bovendien vaak wat we verwachten te zien. Wie bijvoorbeeld in een bepaalde afbeelding een gezicht denkt te herkennen, kan dat gezicht vervolgens werkelijk blijven “zien”. Onze intuïtie voelt dan als bewijs, terwijl ze dat helemaal niet hoeft te zijn.

Daarmee wordt het boek uiteindelijk een stuk ongemakkelijker dan een verzameling verhalen over mensen die in Bigfoot of vliegende schotels geloven. De auteurs maken duidelijk dat kritisch denken geen eigenschap is die je simpelweg wel of niet bezit. Niemand is immuun voor denkfouten. Sterker nog: intelligente mensen kunnen bijzonder goed worden in het verdedigen van overtuigingen die ze eenmaal hebben aangenomen. Intelligentie beschermt ons dus niet automatisch tegen irrationaliteit; ze kan ons soms juist helpen om achteraf overtuigende redenen te verzinnen voor een conclusie die we om andere redenen al hadden getrokken.

Dat is een van de sterkste inzichten van het boek. Het probleem ligt niet uitsluitend bij gebrek aan kennis. Een mens kan uitstekend opgeleid zijn en toch slachtoffer worden van confirmation bias, wensdenken of een gebrekkige inschatting van waarschijnlijkheden. Kritisch denken vraagt daarom meer dan veel weten. Het vereist vooral de bereidheid om ook de eigen overtuigingen aan een kritische controle te onderwerpen.

De auteurs besteden eveneens aandacht aan het verschil tussen wetenschap en pseudowetenschap. Dat verschil ligt volgens hen niet simpelweg in de vraag of een theorie uiteindelijk juist blijkt te zijn. Wetenschap is juist waardevol omdat ze zichzelf kan corrigeren. Hypothesen worden getoetst, resultaten kunnen worden tegengesproken en theorieën moeten worden aangepast wanneer het bewijs daar aanleiding toe geeft. Pseudowetenschappelijke overtuigingen hebben daarentegen vaak de neiging zichzelf tegen kritiek te beschermen.

De gekozen voorbeelden maken die tegenstelling concreet. Een theorie die iedere mogelijke uitkomst als bevestiging van zichzelf beschouwt, kan nauwelijks nog worden weerlegd. Wanneer iemand een voorspelling doet en die komt niet uit, kan er altijd een nieuwe verklaring worden bedacht waarom dat eigenlijk toch precies was wat de theorie voorspelde. Daarmee wordt de theorie immuun voor falsificatie en dus ook voor echte toetsing.

Braeckman en Boudry schrijven bovendien niet uitsluitend over bizarre overtuigingen. Juist de voorbeelden die in eerste instantie belachelijk lijken, functioneren als spiegel. Het is gemakkelijk om iemand uit te lachen die beweert een buitenaards wezen te hebben gezien. Het is moeilijker om bij jezelf te onderzoeken welke aannames je zonder bewijs voor waar houdt. Daarmee verschuift de focus van “zij geloven onzin” naar “hoe betrouwbaar is mijn eigen manier van denken?”

Dat maakt het boek ook maatschappelijk relevant. Complottheorieën zijn geen onschuldige curiositeiten wanneer ze invloed krijgen op het handelen van grote groepen mensen. De auteurs laten zien hoe zulke overtuigingen kunnen ontstaan en waarom harde bewijzen niet altijd voldoende zijn om iemand van gedachten te laten veranderen. Wie een overtuiging als onderdeel van zijn identiteit is gaan beschouwen, zal tegenbewijs immers niet noodzakelijk als informatie ervaren, maar als een aanval.

De aanpak is didactisch, maar niet schools in de negatieve betekenis van het woord. De auteurs gebruiken veel concrete gevallen om abstracte denkfouten begrijpelijk te maken. Daardoor kan het boek zowel als kennismaking met kritisch denken als als naslagwerk worden gelezen. Een eerdere bespreking omschreef precies die combinatie als een van de sterke kanten: veel voorbeelden, een duidelijke boodschap en praktische toepasbaarheid.

Daar staat tegenover dat de omvangrijke hoeveelheid voorbeelden soms ook een nadeel vormt. Wie al vertrouwd is met sceptische literatuur, zal sommige argumenten en casussen herkennen. Niet ieder hoofdstuk heeft daardoor dezelfde verrassing of overtuigingskracht. Bovendien kunnen de wetenschappelijke en filosofische uitweidingen de vaart uit het boek halen. Het is eerder een uitgebreide handleiding dan een boek dat je uitsluitend voor ontspanning leest.

Toch is die breedte ook een belangrijke verdienste. Braeckman en Boudry beperken zich niet tot één soort irrationaliteit. Ze laten zien dat dezelfde cognitieve valkuilen kunnen terugkeren in heel verschillende contexten. De ene keer gaat het om een spookverschijning, de andere keer om een complottheorie of een vermeende medische behandeling. De inhoud verschilt, maar de manier waarop mensen tot hun overtuiging komen vertoont opvallend vaak overeenkomsten.

De uiteindelijke boodschap is daardoor tamelijk eenvoudig, maar zeker niet gemakkelijk toe te passen: geloof niet onmiddellijk wat je graag zou willen geloven, wat indrukwekkend klinkt of wat door veel mensen wordt herhaald. Vraag welk bewijs ervoor bestaat, hoe betrouwbaar dat bewijs is en welke andere verklaringen mogelijk zijn. En vooral: pas dezelfde kritische maatstaf toe op overtuigingen waar je zelf aan gehecht bent.

Meer van deze auteur

Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?

Scroll naar boven
Librar
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.