Er bestaan liefdesverhalen waarin twee mensen elkaar vinden. Er bestaan ook liefdesverhalen waarin een derde persoon voortdurend aanwezig blijft, zelfs nadat hij gestorven is. De pruimenpluk behoort tot die tweede categorie. Dimitri Verhulst vertrekt van een eenvoudig gegeven, maar gebruikt het om een ongemakkelijke waarheid bloot te leggen: de doden verlaten ons nooit helemaal. Soms worden ze zelfs de grootste concurrent van de levenden.
Dat maakt De pruimenpluk tot een van de meest onderschatte romans uit Verhulsts oeuvre.
Centraal staat een man die verliefd wordt op een weduwe. In een traditionele liefdesroman zou dat het begin van het verhaal zijn. Bij Verhulst vormt het eerder het probleem. Want hoe bouw je een toekomst op met iemand die een verleden koestert dat jij nooit kunt evenaren? Hoe meet je je met een herinnering? En belangrijker nog: hoe versla je iemand die nooit meer fouten zal maken?
Dat laatste is misschien wel de meest pijnlijke gedachte die door de roman waart. Levende mensen stellen teleur. Ze vergeten verjaardagen, zeggen verkeerde dingen en maken zichzelf belachelijk. Doden doen dat niet meer. Een gestorven geliefde wordt langzaam een kunstwerk, een zorgvuldig gepolijste herinnering waaruit alle scherpe kanten verdwijnen.
Precies tegen die onmogelijke tegenstander moet Verhulsts protagonist het opnemen.
Zoals vaker bij Verhulst is de toon bedrieglijk licht. Zijn zinnen hebben vaart, humor en een zekere volkse directheid. De schrijver bezit een uitzonderlijk talent om ernstige thema’s te benaderen zonder zwaarwichtig te worden. Onder de oppervlakte van de roman sluimert verdriet, maar het wordt zelden uitgesproken in grote emotionele scènes. Verhulst vertrouwt op ironie, observatie en kleine verschuivingen in perspectief.
Dat werkt bijzonder goed.
Waar veel hedendaagse romans over verlies verzanden in therapeutische zelfanalyse, kiest Verhulst voor een veel subtielere aanpak. Hij schrijft niet over rouw als een psychologisch proces, maar als een verstoring van menselijke relaties. De overledene is niet afwezig; hij blijft aanwezig in gesprekken, gewoontes, foto’s en herinneringen. Zijn invloed is soms groter dan die van de levenden.
Daardoor krijgt De pruimenpluk iets universeels. Vrijwel iedereen kent het gevoel vergeleken te worden met een voorganger. Een ex-partner. Een ouder. Een broer of zus. Een vriend. Verhulst drijft dat mechanisme tot het uiterste door de concurrent simpelweg dood te maken. Het resultaat is tegelijk tragisch en komisch.
Interessant is hoe de roman voortdurend speelt met de vraag wat liefde eigenlijk betekent. Is liefde gericht op een werkelijk persoon, of op het beeld dat we van die persoon hebben gemaakt? Naarmate het verhaal vordert, wordt duidelijk dat herinneringen niet noodzakelijk betrouwbaarder zijn dan fantasieën. Integendeel. Ze worden voortdurend herschreven, aangepast en mooier gemaakt dan de werkelijkheid ooit was.
In die zin gaat De pruimenpluk niet alleen over rouw, maar ook over de menselijke neiging om verhalen te construeren. We herinneren ons niet wat er werkelijk gebeurde. We herinneren ons wat we nodig hebben om verder te kunnen leven.
Verhulst onderzoekt dat thema met opmerkelijke terughoudendheid. Waar zijn grotere romans soms uitpakken met exuberante taal, groteske humor en provocatie, kiest hij hier voor een veel soberder register. Dat maakt het boek minder spectaculair dan bijvoorbeeld Godverdomse dagen op een godverdomse bol, maar ook intiemer. De schrijver lijkt minder geïnteresseerd in het schoppen tegen de wereld en meer in het observeren van menselijke kwetsbaarheid.
Toch kent de roman ook beperkingen.
De bescheiden omvang werkt soms tegen hem. Sommige personages blijven schetsmatig en bepaalde inzichten worden aangeraakt zonder volledig uitgewerkt te worden. Je voelt af en toe dat Verhulst materiaal in handen heeft voor een grotere roman dan hij uiteindelijk schrijft. De novellevorm dwingt hem tot concentratie, maar laat ook mogelijkheden onbenut.
Daar staat tegenover dat de beknoptheid het boek een bijzondere helderheid geeft. Er is geen overbodige ballast. Geen zijpaden. Geen ambitie om een generatie of een samenleving te beschrijven. Alles staat in dienst van één centrale gedachte: de strijd tussen herinnering en werkelijkheid.
En dat is uiteindelijk waar De pruimenpluk zijn grootste kracht vindt.
De roman stelt een vraag die veel liefdesverhalen zorgvuldig vermijden. Niet hoe je iemand verovert, maar hoe je kunt leven met het feit dat een deel van die persoon altijd elders zal blijven. Soms bij een vroegere geliefde. Soms in een herinnering. Soms bij een dode.
Niet voor lezers die de uitbundige, provocerende Verhulst zoeken. Wel voor wie geïnteresseerd is in een kleine, intelligente roman over verlies, liefde en de merkwaardige macht van herinneringen.
Want tegen een levende rivaal kun je nog winnen.
Tegen een dode vrijwel nooit.
Céline
Hofdames
Daar zit een boek in!
De tijden
Rome en Perzië
Salami
Opwaaiende zomerjurken
De gelukkige huisvrouw
Stoute schoenen
Voor wie de klok luidt
Voornamelijk vrouwen
Max Havelaar
De glorie van Rome
Mali Blues
De langverwachte
Louis Paul Boon
Yalla
Schaduwliefde
Interview met de geschiedenis
Shaolin Spirit
Iedereen kan publiceren, niemand wordt nog geselecteerd
Bonuskind