Wat gebeurt er met een vriendschap wanneer één van de vrienden politiek een richting inslaat die de anderen steeds moeilijker kunnen verdragen? Dat is de centrale vraag in De schaduw van een vriend, de derde roman van Maarten Asscher. Hij plaatst die vraag binnen een herkenbaar maar gesloten milieu: een oude studentenjaarclub waarvan de leden elkaar al tientallen jaren kennen en die gewend zijn geraakt aan de vanzelfsprekendheid van hun onderlinge loyaliteit.
De jonge onderzoeksjournaliste Kyra van Egmond schrijft een kritisch portret van het rechtse Tweede Kamerlid Xavier Wiegers. Om hem beter te begrijpen, wil ze ook spreken met zijn voormalige studievrienden, die samen de jaarclub ‘Honey Ball’ vormen. Haar onderzoek loopt echter al snel vast. De vriendenkring beschermt zich tegen haar nieuwsgierigheid en houdt de gelederen gesloten. Tegelijkertijd blijkt dat ook binnen de groep de politieke opvattingen van Wiegers steeds meer voor ongemak zorgen.
Daarmee ontstaat een interessante tegenstelling. De vrienden willen hun onderlinge band beschermen, maar de persoon die ze beschermen is tegelijkertijd degene die de eenheid van de groep bedreigt. De vraag wordt daardoor niet alleen of de vriendschap onder druk komt te staan, maar ook hoeveel een vriendschap eigenlijk kan verdragen voordat loyaliteit omslaat in medeplichtigheid.
Asscher kiest voor een klassiek opgebouwde roman waarin de spanning geleidelijk wordt opgevoerd. De veertigste verjaardag van de jaarclub vormt een belangrijk aanknopingspunt. Een bijeenkomst die bedoeld is om een lange vriendschap te vieren, verandert langzaam in een confrontatie met alles wat gedurende die veertig jaar onbesproken is gebleven. De vrienden hebben een gezamenlijk verleden, maar blijken in het heden steeds minder hetzelfde te denken.
Daarbij is vooral de figuur van Xavier Wiegers interessant. Hij is niet alleen een politicus met uitgesproken reactionaire opvattingen, maar ook een vriend die door de anderen al tientallen jaren wordt gekend. Dat maakt het beoordelen van zijn ideeën ingewikkelder. Wiegers is niet zomaar een publieke figuur die van buitenaf kan worden veroordeeld; voor zijn vrienden is hij iemand met wie ze hebben gestudeerd, gefeest, gelachen en herinneringen gedeeld.
Juist daar raakt de roman aan een ongemakkelijke werkelijkheid. Het is gemakkelijker om een politieke tegenstander op afstand te veroordelen dan om iemand die je persoonlijk kent op zijn overtuigingen aan te spreken. Vriendschap creëert een loyaliteit die soms sterker blijkt dan politieke overtuiging. Maar er komt een moment waarop zwijgen zelf een keuze wordt.
Kyra vertegenwoordigt het tegenovergestelde principe. Zij is als journalist juist op zoek naar wat verborgen blijft. Voor haar is het relevant om te weten welke ideeën achter Wiegers’ publieke optreden schuilgaan en welke rol zijn vrienden daarin spelen. Haar vasthoudendheid maakt haar tot de tegenkracht van de gesloten mannenwereld. De confrontatie tussen Kyra en de jaarclub gaat daardoor niet alleen over politiek, maar ook over de botsing tussen openbaarheid en beslotenheid.
Dat maakt de roman actueler dan een eenvoudige satire op een groep oudere mannen. Asscher stelt een bredere vraag: mag een journalist binnendringen wanneer zij vindt dat het publieke belang dat vereist? Waar eindigt iemands recht op privacy en waar begint de verantwoordelijkheid tegenover de samenleving?
De roman geeft daar geen gemakkelijk antwoord op. Dat is een van zijn sterkere kanten. De journalist wordt niet zonder meer als de morele winnaar neergezet. Haar vastberadenheid kan bewonderenswaardig zijn, maar ook hard en destructief. De vrienden zijn evenmin uitsluitend laffe verdedigers van hun oude netwerk. Zij worden geconfronteerd met een situatie waarin iedere keuze consequenties heeft.
Het begrip vriendschap krijgt daardoor een bijna morele betekenis. Een vriend kennen betekent niet noodzakelijk dat je hem werkelijk begrijpt. De titel verwijst naar een uitspraak die Asscher via Montaigne aan de Griekse dichter Menander ontleent: zelfs de schaduw van een vriend zou al geluk brengen. In de roman krijgt die schaduw echter ook een donkere betekenis. De vriend die je jarenlang kent, kan plotseling een kant van zichzelf laten zien die je liever niet had gekend.
De politieke dimensie van de roman is nadrukkelijk aanwezig. Asscher schrijft over reactionaire denkbeelden rond massa-immigratie en de vermeende bedreiging van de Nederlandse volksaard. Toch is De schaduw van een vriend geen politiek pamflet. De interessante kwestie is niet zozeer welke politieke opvattingen juist zijn, maar wat politieke overtuigingen doen met menselijke relaties.
Daarin zit ook een zekere afstandelijkheid van Asscher. Hij lijkt minder geïnteresseerd in het overtuigen van de lezer dan in het blootleggen van een situatie waarin niemand zonder kleerscheuren uitkomt. De vrienden moeten kiezen tussen loyaliteit en geweten, Kyra tussen journalistieke vasthoudendheid en de grenzen van het privéleven, en de lezer wordt gedwongen om beide kanten van het conflict te bekijken.
De roman heeft wel een zwakke plek. De politieke denkbeelden van Wiegers worden uitvoerig uiteengezet. Daardoor kan het verhaal op bepaalde momenten minder literair en meer essayistisch worden. Een recensent van MappaLibri vond sommige van deze passages zelfs te lang en te belerend, evenals de speeches over vriendschap tijdens de jubileumbijeenkomst.
Tegelijkertijd past die essayistische inslag wel bij Asscher. Hij is niet alleen romanschrijver maar ook essayist, en zijn belangstelling voor ideeën en maatschappelijke vraagstukken is duidelijk voelbaar. Wie een roman verwacht waarin uitsluitend de personages en hun emoties centraal staan, kan daardoor enige afstand ervaren. Wie juist geïnteresseerd is in de ideeën achter het verhaal, krijgt meer te overdenken.
Ook de filmische opzet van de roman werkt overwegend goed. De situaties zijn duidelijk geënsceneerd en de confrontaties worden stap voor stap opgebouwd. De jaarclub functioneert bijna als een gesloten toneelruimte waarin de onderlinge verhoudingen steeds zichtbaarder worden. Naarmate de jubileumviering dichterbij komt, wordt duidelijk dat de oude vriendschap niet langer vanzelfsprekend is.
Asscher heeft bovendien een interessant historisch uitgangspunt gebruikt. Voor zijn roman liet hij zich onder meer inspireren door een Nederlandse studentenjaarclub uit 1913 waarin zowel iemand die later in het verzet actief was als een toekomstige NSB-ideoloog deel uitmaakten van dezelfde vriendenkring. Hij verplaatste dat gegeven naar de hedendaagse politieke werkelijkheid.
Dat maakt de roman tot een boek over de houdbaarheid van vriendschap in de tijd. Mensen veranderen. Politieke overtuigingen veranderen. De samenleving verandert. Een vriendenclub die veertig jaar eerder werd gevormd, kan daardoor op een gegeven moment worden geconfronteerd met een fundamentele vraag: zijn we nog vrienden omdat we hetzelfde denken, of juist omdat we geleerd hebben met onze verschillen te leven?
Voornamelijk vrouwen
Slauerhoff – Biografie
Patrick Conrad
De zaak Alaska Sanders
Jazzportretten
De grap
Jeruzalem trilogie
Hamnet
De eeuwige jachtvelden
De tussentijd
Odyssee
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Nachtstad
Web
Brief aan Cooper en de wereld
Wil
Gerards Godsverlangen
De naam van de roos
Nooit moet je me vragen
Waarom heeft een schrijver een corrector nodig?
Het dwaallicht
Schaduw
Wat duurt wachten lang