Met De trap van steen en wolken schreef Johan Daisne een roman die in de Vlaamse literatuur van de jaren veertig een duidelijke breuk betekende met het traditionele realisme. Het boek, Daisnes debuutroman, werd geschreven tijdens de Duitse bezetting en verscheen in 1942. Het geldt als een van de zuiverste voorbeelden van het magisch realisme in de Nederlandstalige literatuur.
De roman draait om Evert, een jonge man wiens gewone bestaan langzaam wordt doordrongen van gebeurtenissen die zich niet meer volledig rationeel laten verklaren. Zijn werkelijkheid krijgt een tweede laag waarin herinneringen, dromen, verwachtingen en toevalligheden steeds sterker met elkaar verweven raken. Daisne laat de lezer daardoor voortdurend twijfelen waar de werkelijkheid ophoudt en de verbeelding begint.
Die vermenging is geen kunstgreep om het verhaal alleen maar vreemder te maken. Voor Daisne is de werkelijkheid zelf onvoldoende. In het nawoord van de roman schrijft hij dat kunst volgens hem geen eenvoudige afbeelding van de werkelijkheid moet zijn, maar een omzetting ervan. Hij zoekt daarbij bewust de grens tussen realiteit en droom op.
Dat uitgangspunt wordt in de structuur van de roman zichtbaar. Het boek bestaat uit twee delen, De Sedgwick’s en Paradeigmata, die elk vijftien hoofdstukken tellen. De verschillende verhaallagen spiegelen en beïnvloeden elkaar. Evert schrijft bovendien zelf aan een verhaal over de familie Sedgwick, waardoor het schrijven van een verhaal binnen het verhaal een belangrijk onderdeel van de roman wordt.
Juist die dubbele structuur maakt De trap van steen en wolken interessant. Het verhaal over de Sedgwick’s is niet eenvoudig een losstaand verzinsel dat naast Everts eigen leven staat. Geleidelijk ontstaat de indruk dat beide werkelijkheden elkaar raken. Daisne gebruikt daarmee literatuur zelf als een doorgang tussen het alledaagse en het onverklaarbare.
De titel vat Daisnes wereldbeeld kernachtig samen. De steen staat voor de concrete, aardse werkelijkheid; de wolken voor de droom, de verbeelding en het hogere. De trap vormt de verbinding tussen beide. Volgens Daisnes eigen toelichting is het menselijk leven een beweging tussen aarde en een hogere werkelijkheid. Daarmee krijgt de roman een uitgesproken idealistische en bijna filosofische onderlaag.
Dat maakt de roman meer dan een fantasieverhaal. Daisne probeert een werkelijkheid te verbeelden waarin het zichtbare leven niet het volledige bestaan omvat. Achter gebeurtenissen en mensen lijkt een diepere orde schuil te gaan. Toeval kan betekenis krijgen, een ontmoeting kan bijna voorbestemd lijken en dromen kunnen een werkelijkheid onthullen die rationeel niet te verklaren is.
De invloed van de oorlog is daarbij voelbaar. Daisne schreef de roman onder moeilijke omstandigheden in Brussel tijdens de Duitse bezetting. De vlucht uit de harde werkelijkheid naar een droomwereld is daarom niet alleen een literair principe, maar ook verbonden met de omstandigheden waarin het boek ontstond. Een studie over Daisne beschouwt het schrijven van de roman zelfs als een vorm van ontsnapping uit de oorlogswerkelijkheid.
Toch wordt het boek nergens een eenvoudige vlucht uit de werkelijkheid. Daisne neemt de werkelijkheid juist mee naar zijn droomwereld. Het bijzondere ontstaat doordat het fantastische niet tegenover het gewone wordt geplaatst, maar er langzaam uit voortkomt. Een medische diagnose, een ontmoeting, een herinnering of een reis kan plotseling een betekenis krijgen die verder reikt dan de gebeurtenis zelf.
Dat is precies wat Daisne later als romantisch magisch realisme zou omschrijven. In deze vroege vorm zijn droom en werkelijkheid nog sterk met elkaar in conflict. De grenzen zijn beweeglijk en de roman heeft daardoor een soms uitbundig en onvoorspelbaar karakter. Daisne zou later naar een meer ingetogen, klassiek magisch realisme evolueren. De man die zijn haar kort liet knippen uit 1947 vormt volgens hemzelf een overgang naar die latere stijl.
De stijl van De trap van steen en wolken is uitgesproken literair. Daisne schrijft associatief en beeldrijk en neemt de lezer mee in een wereld waarin gewone observaties kunnen overgaan in lyrische of filosofische passages. Dat levert soms prachtige momenten op, maar het maakt de roman ook veeleisend. De tekst laat zich niet altijd gemakkelijk volgen wanneer men uitsluitend een helder, realistisch verhaal verwacht.
Vooral de passages waarin Daisne de innerlijke wereld van zijn personages onderzoekt, zijn sterk. De personages zijn niet uitsluitend handelende figuren; ze zijn voortdurend bezig zichzelf, elkaar en hun ervaringen te interpreteren. Daardoor krijgt het boek iets introspectiefs. De vraag wat er werkelijk gebeurt is uiteindelijk minder belangrijk dan de vraag wat werkelijkheid voor een mens betekent.
De roman was bij verschijnen dan ook vernieuwend. Critici zagen er een duidelijke breuk met het traditionalisme in de Vlaamse literatuur in en beschouwden de publicatie als een belangrijk keerpunt. Daisne introduceerde daarmee een vorm van literatuur waarin het fantastische niet langer een afzonderlijke wereld hoefde te zijn, maar onderdeel kon worden van het gewone bestaan.
De trap van steen en wolken is niet voor iedere lezer even toegankelijk. De filosofische passages, de complexe structuur en de voortdurende verschuiving tussen verschillende werkelijkheidsniveaus kunnen afstandelijk of soms zelfs verwarrend werken. Maar juist die eigenschappen maken de roman historisch en literair belangrijk. Daisne probeert hier niet een gemakkelijk verhaal te vertellen; hij probeert een andere manier van kijken naar de werkelijkheid te vinden.
De blijvende kracht van het boek ligt uiteindelijk in dat idee. De werkelijkheid is volgens Daisne niet plat en eenduidig. Achter het zichtbare bestaan kunnen dromen, herinneringen en hogere betekenissen schuilgaan. De mens bevindt zich daar voortdurend tussenin: met beide voeten op de steen, maar met het hoofd in de wolken.
De trap van steen en wolken is daarmee een ambitieuze en eigenzinnige debuutroman. Soms overdadig en niet altijd eenvoudig, maar ook origineel en belangrijk voor de ontwikkeling van het magisch realisme in Vlaanderen. Wie Daisnes latere werk wil begrijpen, doet er goed aan bij dit boek te beginnen: hier ligt de basis van zijn overtuiging dat literatuur niet de werkelijkheid moet kopiëren, maar haar moet openbreken.
De Griekse dochter
Rome en de Lage Landen
Transit
Het geheugenpaleis
22 banen
Barakstad
Residu
Woesten
De tijden
Een beetje gek
Eén boek per dorp
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
De stille Amerikaan
Authenticiteit heeft grenzen
Ik ben geen robot
Sprakeloos
De mannentester
Verwarring
Gevangene 17683
Het elfde uur
Onsterfelijkheid
De uitvreter
De weduwe