De verdronkene

Querido 2025 352 pagina's 9789021498720 Paperback

Een verlaten auto in een veld. Een vrouw die verdwenen is. Een echtgenoot die beweert dat ze in zee is gesprongen. En een inspecteur die niet zonder hulp kan. Met die klassieke ingrediënten begint De verdronkene, de vierde roman rond inspecteur St. John Strafford en patholoog-anatoom Quirke. Maar John Banville gebruikt het misdaadverhaal vooral als ingang naar een veel donkerder onderzoek: naar schuld, verlies, geheimen en de manier waarop mensen zichzelf voor de gek kunnen houden.

Het verhaal speelt zich af in het landelijke Ierland van de jaren vijftig. Een eenzame man ontdekt een mysterieuze lege auto in een veld. Zijn nieuwsgierigheid wint het van zijn verstand en hij raakt betrokken bij de verdwijning van een vrouw. Haar echtgenoot beweert dat ze na een ruzie naar de kust is gegaan en zichzelf in zee heeft geworpen. Het verhaal lijkt daarmee aanvankelijk betrekkelijk eenvoudig: er is een verdwenen vrouw en er moet worden vastgesteld wat er met haar is gebeurd.

Vanuit Dublin wordt inspecteur Strafford naar het gebied gestuurd. Hij krijgt opnieuw te maken met Quirke, de briljante maar lastige patholoog-anatoom met wie hij al eerder heeft samengewerkt. Hun verhouding is gecompliceerd. Strafford is de bedachtzame politieman, Quirke de eigenzinnige arts die zich niet gemakkelijk laat leiden door procedures. Tegelijkertijd dragen beiden hun eigen problemen met zich mee. Quirke verkeert nog altijd in de schaduw van het verlies van zijn vrouw, terwijl Strafford worstelt met zijn huwelijk en zijn verhouding tot vrouwen.

Daarmee verschuift het zwaartepunt al snel van de vraag wat er met de verdwenen vrouw is gebeurd naar de mensen die achterblijven. Banville heeft duidelijk minder belangstelling voor de technische kant van een politieonderzoek dan voor de psychologische ruimte waarin zijn personages zich bewegen. De misdaad is de aanleiding; de menselijke verhoudingen vormen het werkelijke onderwerp.

Dat maakt De verdronkene tot een merkwaardige combinatie van detective en literaire roman. Wie vooral een klassieke whodunit verwacht, kan het tempo aanvankelijk traag vinden. Banville neemt uitgebreid de tijd voor zijn personages, hun gedachten en hun onderlinge verhoudingen. De oplossing van de zaak is belangrijk, maar nooit belangrijker dan de vraag waarom mensen handelen zoals ze handelen.

De titel is daarbij veelzeggend. De verdronkene is natuurlijk de vrouw die volgens haar echtgenoot in zee is verdwenen. Maar het beeld van verdrinking krijgt een bredere betekenis. De personages worden allemaal op een bepaalde manier bedreigd door hun eigen verdriet, verlangens, schuldgevoelens of obsessies. De misère waarin zij verkeren, ligt volgens een bespreking in Boekenkrant zelfs rechtstreeks aan de basis van de misdaad.

Banville weet die zwaarte opvallend licht te presenteren. Dat is misschien wel een van de grootste kwaliteiten van de roman. Ondanks de sombere thema’s blijft het boek levendig. Kleine observaties en droog-komische details geven het Ierland van de jaren vijftig een tastbare aanwezigheid. Een dorpsagent die zijn stomp geworden potlood telkens opnieuw bevochtigt, een hotelgast die een Engels ontbijt nauwelijks kan verdragen: het zijn details die weinig met de eigenlijke misdaad te maken hebben, maar de wereld van de roman geloofwaardig maken.

Ook het landschap speelt een belangrijke rol. Het landelijke Ierland wordt geen pittoreske achtergrond, maar een omgeving waarin de personages gemakkelijk geïsoleerd raken. De kust en de zee krijgen bovendien een dreigende betekenis. De zee is tegelijkertijd een geografische werkelijkheid en een mogelijkheid om aan het verleden te ontsnappen. Wie eenmaal verdwenen is, laat anderen achter met vragen waarop misschien nooit een bevredigend antwoord komt.

Banville schrijft bovendien met grote aandacht voor de psychologie van zijn personages. Strafford is geen klassieke speurder die met ijzeren logica de waarheid reconstrueert. Hij is zelf onderdeel van een wereld waarin niets volledig helder is. Zijn onderzoek wordt daardoor ook een onderzoek naar zijn eigen onzekerheden.

Quirke vormt een sterk contrast met hem. Zijn medische kennis maakt hem analytisch, maar zijn privéleven is veel minder beheersbaar. Zijn drankprobleem en zijn rouw maken hem kwetsbaar. Toch is hij juist daardoor in staat om iets te herkennen wat anderen missen. Zijn intuïtie komt voort uit een levenservaring die niet bepaald geruststellend is.

Interessant is ook de steeds ingewikkelder wordende verhouding tussen Strafford en Quirke. Hun samenwerking is geen vanzelfsprekend partnerschap. Er is onderlinge waardering, maar ook irritatie en wantrouwen. Hun samenwerking krijgt daardoor een menselijker karakter dan de gebruikelijke verhouding tussen rechercheur en briljante assistent.

De roman maakt bovendien duidelijk hoe moeilijk het is om waarheid van verhaal te onderscheiden. De echtgenoot van de verdwenen vrouw heeft een versie van de gebeurtenissen die plausibel klinkt. Maar achter ieder verhaal kunnen andere motieven schuilgaan. Banville laat zien dat mensen niet alleen feiten verbergen voor anderen, maar soms ook voor zichzelf.

Dat is precies waar De verdronkene boven het gemiddelde detectiveverhaal uitstijgt. De centrale vraag is niet uitsluitend: wie heeft het gedaan? De interessantere vraag is: hoeveel waarheid kan een mens verdragen voordat hij een andere versie van de werkelijkheid nodig heeft?

Meer van deze auteur

Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?

Scroll naar boven
Librar
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.