De vleespotten van Egypte

Thieme Meulenhoff 2001 203 pagina's 9789023655572 Paperback

Wat gebeurt er wanneer een Europeaan zijn vertrouwde wereld achter zich laat en terechtkomt in een Amerika dat in vrijwel alles het tegenovergestelde lijkt te zijn? In De vleespotten van Egypte uit 1952 gebruikt Marnix Gijsen een reis door de Verenigde Staten om die vraag met humor, ironie en filosofische ondertoon te onderzoeken. De roman wordt in de oorspronkelijke uitgave niet toevallig een ‘sotternij’ genoemd.

De twee belangrijkste personages zijn dr. Robijns en Andreas van Bever. Ze reizen samen door Amerika, maar reageren heel verschillend op wat ze daar aantreffen. Robijns is een Europese historicus die sterk gevormd is door de cultuur en waarden van zijn continent. Andreas staat veel opener tegenover de Amerikaanse mentaliteit en voelt zich juist aangetrokken tot de energie, vrijheid en praktische instelling van de Nieuwe Wereld. Hun reis wordt daarmee ook een botsing tussen twee manieren van leven.

Gijsen maakt van die tegenstelling geen eenvoudige wedstrijd waarbij Europa verliest en Amerika wint. Dat is juist een van de sterkere kanten van de roman. Amerika fascineert de personages, maar het land wordt tegelijkertijd voortdurend met ironische blik bekeken. De roman stelt volgens de literatuurgeschiedenis vooral het probleem van culturele geborgenheid aan de orde: waar hoort een Europeaan thuis wanneer hij kennismaakt met een samenleving die zijn vanzelfsprekende waarden ter discussie stelt?

De titel verwijst naar het Bijbelse verhaal van de Israëlieten die in de woestijn terugverlangen naar de overvloed van Egypte. Bij Gijsen krijgt dat motief een moderne betekenis. Amerika is een land van overvloed, energie en mogelijkheden, maar de vraag is of die overvloed ook werkelijk geluk oplevert. De aantrekkingskracht van het nieuwe en onbekende staat voortdurend tegenover het verlangen naar het oude en vertrouwde.

Vooral Andreas ondergaat een opvallende verandering. Zijn aanvankelijke afkeer van het Europese traditionalisme maakt plaats voor een bijna enthousiaste omarming van de Amerikaanse levenswijze. Hij raakt in Amerika meer levensenergie en een nieuw perspectief op het bestaan. Uiteindelijk trouwt hij met Vivian en kiest hij ervoor in Amerika te blijven. Robijns daarentegen keert terug naar Europa, maar zijn beslissing geeft hem geen volledige zekerheid.

Daarmee weigert Gijsen de tegenstelling tussen beide continenten netjes op te lossen. Andreas vindt een nieuwe levensmogelijkheid in Amerika, maar Robijns blijft met twijfel achter. Zelfs op het moment dat hij besluit terug te keren, blijkt zijn fascinatie voor de toekomst niet verdwenen: aan het einde schrijft hij zich in voor een toekomstige reis naar de maan. Het is een geestige, maar ook veelzeggende afsluiting. Robijns wil eigenlijk niet gedwongen worden om tussen Europa en Amerika te kiezen.

De roman bestaat uit negentien hoofdstukken, die samen een reisverslag vormen vol ontmoetingen, uitstapjes en observaties. De hoofdstuktitels verraden al iets van de speelse aanpak: Een naakte vrouw, De cocktail party, Go West, young man, go West, Landelijke rust, Onweer op de prairie en uiteindelijk De reis naar de maan.

Gijsen gebruikt de reis voortdurend om culturele verschillen uit te vergroten. De personages bewegen door een Amerika dat tegelijk aantrekkelijk, vreemd en soms ronduit absurd wordt voorgesteld. De humor komt vaak voort uit het verschil tussen wat de Europese reizigers verwachten en wat ze daadwerkelijk aantreffen.

Toch is de roman meer dan een verzameling Amerikaanse observaties. Onder de humor zit een serieuze vraag naar identiteit. Robijns en Andreas zijn eigenlijk twee verschillende antwoorden op hetzelfde probleem: wat blijft er van je identiteit over wanneer je omgeving verandert? Kun je je waarden meenemen naar een andere cultuur, of veranderen die waarden zodra je met een andere samenleving wordt geconfronteerd?

Gijsen laat daarbij zien dat Europa zelf niet zo vanzelfsprekend is als de personages aanvankelijk denken. Amerika functioneert als een spiegel. Juist doordat de personages geconfronteerd worden met andere gewoonten, normen en verwachtingen, beginnen ze hun eigen Europese achtergrond opnieuw te bekijken. De roman gaat daardoor uiteindelijk minstens zo veel over Europa als over Amerika.

De stijl is geestig en essayistisch, maar Gijsen houdt zijn personages bewust enigszins scheef. Ze zijn geen volledig realistische psychologische portretten; ze functioneren ook als dragers van ideeën. Dat geeft het boek zijn intellectuele karakter, maar heeft als nadeel dat de personages soms minder overtuigen als mensen van vlees en bloed. Een eerdere literaire analyse wees eveneens op de losse compositie en het soms te sterke overwicht van ideeën boven psychologische ontwikkeling.

Juist daarin zit een kleine zwakte van de roman. Niet iedere episode draagt even sterk bij aan het centrale dilemma en sommige ontmoetingen voelen meer als aanleiding voor een geestige observatie dan als noodzakelijke onderdelen van het verhaal. Wie een strak opgebouwde roman verwacht, kan daardoor het gevoel krijgen dat Gijsen soms wat alle kanten op gaat.

Daar staat veel tegenover. De combinatie van humor, cultuurkritiek en filosofische vragen geeft De vleespotten van Egypte een eigen karakter. Bovendien is het interessant om een Amerikaanse samenleving uit het begin van de jaren vijftig door de ogen van een Europese schrijver te zien. Het boek is daardoor niet alleen een roman over twee reizigers, maar ook een document van een Europa dat na de Tweede Wereldoorlog opnieuw zijn verhouding tot Amerika probeert te bepalen.

Scroll naar boven
Librar
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.