Weinig Vlaamse romans hebben bij hun verschijnen zoveel discussie uitgelokt als De vrouw die de honden eten gaf. Niet zozeer door wat er in het boek gebeurt, maar door het perspectief dat Kristien Hemmerechts kiest. Ze geeft een stem aan een vrouw die onlosmakelijk verbonden is met een van de donkerste misdaadzaken uit de Belgische geschiedenis en begeeft zich daarmee op bijzonder gevoelig terrein.
De roman volgt een vrouw die een gevangenisstraf uitzit en terugblikt op haar leven. Terwijl een mogelijke vrijlating dichterbij komt, probeert ze haar verleden onder ogen te zien. Ze denkt na over haar jeugd, haar relatie met een dominante partner, haar keuzes en de gevolgen daarvan. Hemmerechts kiest daarbij niet voor een reconstructie van de feiten, maar voor een innerlijke monoloog waarin herinneringen, zelfonderzoek en zelfrechtvaardiging voortdurend door elkaar lopen.
De grote literaire uitdaging van het boek ligt in de vraag of een lezer bereid is een dergelijke stem te volgen. Hemmerechts vraagt niet om sympathie en evenmin om vergeving. Ze onderzoekt eerder hoe iemand zichzelf blijft zien wanneer de buitenwereld haar uitsluitend definieert door haar zwaarste fouten. Daarmee verschuift de aandacht van de misdaad zelf naar mechanismen van schuld, afhankelijkheid en morele verantwoordelijkheid.
Dat levert een aantal intrigerende passages op. De hoofdpersoon zoekt voortdurend naar verklaringen voor haar gedrag, maar botst telkens op de grenzen van die verklaringen. Zelfmedelijden, schaamte, ontkenning en berouw lopen door elkaar. Juist die ambiguïteit maakt het personage interessant. De lezer krijgt nooit volledige zekerheid over de oprechtheid van haar zelfanalyse.
Stilistisch kiest Hemmerechts voor een sobere vorm die goed aansluit bij het onderwerp. De monoloog creëert een beklemmende sfeer en maakt voelbaar hoe sterk het verleden blijft doorwerken. Tegelijk heeft die keuze ook nadelen. Omdat het volledige verhaal gefilterd wordt door één bewustzijn ontstaat soms een zekere eentonigheid. Het boek draait voortdurend rond dezelfde vragen, waardoor niet elke passage dezelfde impact behoudt.
Daarnaast blijft de historische werkelijkheid erg nadrukkelijk aanwezig. Hoewel Hemmerechts fictie schrijft, zijn de parallellen met bestaande personen zo herkenbaar dat de roman zich moeilijk volledig kan losmaken van de publieke beeldvorming rond de zaak. Daardoor blijft de lezer vaak denken aan de werkelijkheid achter het verhaal, eerder dan aan de personages als zelfstandige literaire figuren.
Toch schuilt precies daar ook de kracht van het boek. Hemmerechts dwingt haar lezers om na te denken over ongemakkelijke vragen. Kunnen we proberen te begrijpen zonder goed te keuren? Heeft literatuur het recht om zich in de geest van moreel verwerpelijke figuren te verplaatsen? En waar ligt de grens tussen verklaren en verontschuldigen?
Niet iedereen zal akkoord gaan met de keuzes die Hemmerechts maakt. Voor sommige lezers zal de afstand tot de historische gebeurtenissen nog te klein voelen om dergelijke fictie volledig te aanvaarden. Anderen zullen juist waarderen dat de auteur moeilijke vragen niet uit de weg gaat.
De vrouw die de honden eten gaf is daardoor minder een klassieke roman dan een moreel experiment. Het is een boek dat discussie oproept, weerstand uitlokt en ongemak veroorzaakt. Juist daarom blijft het een van de meest besproken werken uit het recente Vlaamse literaire landschap.
Johnny Coconut
Terug naar China
Vluchtvrouw
Levensvonk
Charley Toorop
Congo
Rome en Perzië
De Repair Club
Clint Eastwood
Ierland
Harry Potter en de Steen der Wijzen
De drie rivieren
De regels van het ciderhuis
CSI
Onwetendheid
De Maanden: september
Sommige auteurs bouwen vooral aan hun imago
Het Belgische domdenken
De buitenkant van meneer Jules
Schaduw
Overgave op commando
Jens Stoltenberg