Maatschappelijke ongelijkheid wordt vaak besproken vanuit het perspectief van mensen die achtergesteld worden. Joris Luyendijk kiest in De zeven vinkjes voor de omgekeerde benadering. Hij richt zijn blik op de relatief kleine groep Nederlanders die zelden met uitsluiting of discriminatie wordt geconfronteerd en vraagt zich af welke invloed dat heeft op hun wereldbeeld. Niet slachtofferschap, maar bevoorrechting vormt het uitgangspunt van zijn onderzoek.
De titel verwijst naar zeven kenmerken die volgens Luyendijk de kans vergroten om vanzelfsprekend toegang te krijgen tot invloedrijke posities: man zijn, wit zijn, heteroseksueel zijn, minstens één in Nederland geboren ouder hebben, afkomstig zijn uit een hoogopgeleid of welgesteld gezin, een vwo-opleiding hebben gevolgd en een universitaire opleiding hebben afgerond. Wie aan al deze kenmerken voldoet, ervaart volgens de auteur zelden hoe het voelt om structureel buitengesloten te worden. Dat gebrek aan ervaring is, zo betoogt hij, op zichzelf een blinde vlek.
Opvallend is dat Luyendijk zijn analyse begint bij zichzelf. Hij presenteert zich niet als buitenstaander die anderen de maat neemt, maar als iemand die precies tot de groep behoort die hij onderzoekt. Daardoor krijgt het boek het karakter van een zelfonderzoek. Hij vraagt zich af hoe zijn afkomst, opleiding en sociale omgeving zijn denken hebben gevormd en in welke mate zijn succes uitsluitend aan persoonlijke verdiensten kan worden toegeschreven.
Die persoonlijke invalshoek maakt De zeven vinkjes toegankelijk. Luyendijk schrijft helder, zonder sociologisch jargon of ingewikkelde theoretische modellen. Hij illustreert zijn betoog met ervaringen uit zijn loopbaan als journalist, zijn verblijf in Londen en ontmoetingen binnen media, politiek en bedrijfsleven. Daardoor leest het boek eerder als een journalistiek essay dan als een wetenschappelijke studie.
De kracht van het boek ligt niet zozeer in nieuwe feiten, maar in de manier waarop het bestaande inzichten samenbrengt en toegankelijk maakt voor een breed publiek. Luyendijk laat zien dat macht niet alleen wordt bepaald door talent of inzet, maar ook door omstandigheden waar mensen zelf nauwelijks invloed op hebben. Tegelijkertijd benadrukt hij dat de aanwezigheid van privileges niet betekent dat individueel succes onverdiend is. Zijn centrale punt is dat kansen ongelijk verdeeld zijn en dat wie daarvan profiteert zich daarvan lang niet altijd bewust is.
Juist die benadering maakte het boek onderwerp van een breed maatschappelijk debat. Voor de ene lezer bood het een verhelderende analyse van de manier waarop maatschappelijke elites ontstaan en zichzelf reproduceren. Anderen vonden dat Luyendijk bestaande ideeën over privilege vooral toegankelijk verpakte zonder wezenlijk nieuwe inzichten toe te voegen. Ook was er kritiek dat hij vooral spreekt vanuit de Nederlandse, hoogopgeleide middenklasse en minder aandacht heeft voor andere vormen van ongelijkheid. Die uiteenlopende reacties illustreren dat het boek een gevoelige maatschappelijke snaar wist te raken.
Literair is De zeven vinkjes misschien minder meeslepend dan Het zijn net mensen of Dit kan niet waar zijn. Die eerdere boeken danken hun kracht aan de combinatie van persoonlijke ervaringen en uitvoerig journalistiek onderzoek in relatief gesloten werelden. De zeven vinkjes is beschouwender en essayistischer van aard. Dat maakt het minder spannend als reportage, maar niet minder relevant als aanzet tot maatschappelijke reflectie.
Luyendijk schrijft uiteindelijk geen aanklacht tegen individuen, maar tegen vanzelfsprekendheden. Hij vraagt de lezer niet om zich schuldig te voelen over afkomst of opleiding, maar om zich bewust te worden van de invloed die die factoren kunnen hebben op de manier waarop we naar de samenleving kijken. Of men zijn analyse volledig onderschrijft of niet, het boek dwingt tot nadenken over vragen die in een moderne democratie moeilijk te negeren zijn.
Feesten als wilde beesten
De dood in Venetië
Gezicht van het kwaad
De Repair Club
Een vrouw in Berlijn
Patrick Conrad
Hôtel du Lac
Ierland
Een beetje gek
De kille Kempen
De tijden
Valse getuige
Het Bernini Mysterie
Alles wat bleef liggen
Tricolore tranen
De komst van Joachim Stiller
De laatste zeppelin
Niets gaat voorbij
Moet literatuur nog verrassen of alleen bevestigen?
Brutus heeft honger
Ave verum corpus
Monika van Paemel