Roger Van de Velde is een schrijver die je moeilijk kunt losmaken van het drama van zijn eigen leven. Verslaving, psychiatrische instellingen, gevangenissen en internering zijn zo nadrukkelijk met zijn naam verbonden geraakt dat zijn literaire werk er gemakkelijk door overschaduwd wordt. Precies daar begint Ellen Van Pelt in Deze wereld is geen ergernis waard aan te wrikken. Ze wil niet van Van de Velde een tragische held maken, maar hem opnieuw zichtbaar maken als schrijver. Dat maakt deze biografie vanaf het begin meer dan een reconstructie van een bewogen leven.
Van Pelt neemt de lezer mee naar Boom, waar Van de Velde opgroeit, en vervolgens naar zijn jaren als journalist bij De Nieuwe Gazet. Daar ontwikkelt hij het scherpe oog waarmee hij later ook zijn literaire personages zal bekijken. Hij schrijft over mensen die niet gemakkelijk binnen de nette kaders van de samenleving passen. Achteraf bezien is het bijna alsof hij daarmee al vroeg een wereld beschrijft waarin hij zelf later terecht zal komen.
Dan verandert alles. Door ernstige maagproblemen raakt Van de Velde verslaafd aan Palfium, een pijnstiller die hem uiteindelijk steeds verder in de greep krijgt. Wat volgt is een neerwaartse beweging van verslaving, interneringen en gevangenisopnames. Van Pelt beschrijft die geschiedenis zonder er een spannend kunstenaarsverhaal van te maken. Juist de banaliteit en hardheid van het systeem komen naar voren: een intelligente schrijver die steeds verder wordt gereduceerd tot zijn dossier, zijn verslaving en zijn gedrag.
Wat betekent het wanneer iemand die zelf voortdurend observeert, opeens door anderen wordt geobserveerd, beoordeeld en opgesloten? Van Pelt laat zien hoe Van de Velde zijn ervaringen in psychiatrische instellingen en gevangenissen uiteindelijk terug de literatuur in schrijft. De knetterende schedels en Recht op antwoord worden daardoor niet zomaar boeken over zijn eigen lot. Ze zijn ook pogingen om terug te spreken tegen een systeem dat hem zijn stem dreigde af te nemen.
Dat Van Pelt die schrijver steeds opnieuw naar voren haalt, is misschien wel de grootste verdienste van het boek. Ze laat hem niet samenvallen met zijn ziekte. Ook zijn humor, zijn journalistieke talent, zijn liefde voor literatuur en zijn bewondering voor Willem Elsschot krijgen een plaats. Zelfs zijn familiegeschiedenis blijkt literair materiaal te bevatten. Zo ontstaat geleidelijk een veel ingewikkelder portret dan dat van de ‘tragische schrijver’ die de beeldvorming rond Van de Velde lange tijd heeft bepaald.
Van Pelt heeft daarvoor veel materiaal verzameld: archieven, interviews, brieven en eerder verschenen teksten. Toch leest haar boek niet als een stapel documenten. Ze vertelt het leven van Van de Velde met gevoel voor ritme en detail. Kleine gebeurtenissen krijgen soms pas later hun betekenis. Dat maakt de biografie levendig, maar het zorgt er ook voor dat Van Pelt af en toe iets te nadrukkelijk naar de schrijver kijkt met de ogen van iemand die hem opnieuw erkenning wil geven. Haar bewondering is voelbaar en neemt soms wat van de noodzakelijke afstand weg.
Dat is jammer, omdat Van de Velde zelf interessant genoeg is zonder dat hij voortdurend verdedigd hoeft te worden. Juist zijn tegenstrijdigheden maken hem boeiend: hij kan geestig en scherp zijn, maar ook moeilijk, afhankelijk en zelfdestructief. Hij is slachtoffer van een hard systeem, maar niet alleen slachtoffer. Van Pelt doet moeite om die verschillende kanten bijeen te houden en slaagt daar meestal in.
Ook de tijd waarin Van de Velde leefde krijgt betekenis. Zijn verhaal zegt iets over de manier waarop België in de twintigste eeuw omging met verslaving, psychiatrie en mensen die als onaangepast werden beschouwd. Daardoor krijgt de biografie een bredere lading. De vraag is niet alleen wat er met Van de Velde is gebeurd, maar ook wat een samenleving met iemand doet wanneer die niet meer in haar normale patronen past.
De titel Deze wereld is geen ergernis waard klinkt aanvankelijk bijna gelaten. Maar na het lezen krijgt die zin iets dubbelzinnigs. Er spreekt berusting uit, maar ook spot en verzet. Van de Velde keek scherp naar de wereld waarin hij leefde en wist tegelijk dat die wereld hem steeds minder ruimte gunde. Misschien is dat precies waarom zijn boeken nog altijd iets kunnen betekenen: ze zijn geschreven vanuit de ervaring van iemand die niet alleen over uitsluiting schreef, maar haar zelf ondervond.
Van Pelt heeft met deze biografie een schrijver opnieuw uit de schaduw gehaald. Niet door zijn tragiek groter te maken, maar juist door te laten zien dat er achter de verslaafde en geïnterneerde man een journalist, vader, echtgenoot en vooral een eigenzinnig literair talent zat. Deze wereld is geen ergernis waard maakt nieuwsgierig naar Van de Velde zelf. En dat is uiteindelijk het beste wat een biografie van een schrijver kan bereiken: dat je na het laatste hoofdstuk niet alleen meer over zijn leven wilt weten, maar vooral zijn boeken wilt gaan lezen.
Vuile lakens
Val maar niet van de bergen
Daar waar de rivierkreeften zingen
Kunnen we praten
De dood in Venetië
Eten met Emma
De duizelingwekkende jaren
Denken helpt
In goede en kwade dagen
De geur van hooi
Feesten als wilde beesten
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Een wild dier
De verwondering
De ijdelheid van de kanunnik
Nooit moet je me vragen
Onder anderen
De overtreder
Val maar niet van de bergen
Dius
Een zoektocht naar waarheid
De lijdende mens
Waarom voelen veel boekhandels tegenwoordig als lifestylewinkels?