De financiële crisis van 2008 schudde de wereldeconomie op haar grondvesten. Banken moesten met publiek geld overeind worden gehouden, miljoenen mensen verloren hun baan of hun spaargeld en overheden grepen massaal in om een totale economische ineenstorting te voorkomen. Toch bleef voor veel buitenstaanders onduidelijk wat er nu precies was misgegaan. In Dit kan niet waar zijn probeert Joris Luyendijk die vraag te beantwoorden. Niet als econoom, maar als antropoloog die een onbekende stam onderzoekt.
Na zijn jaren als correspondent in het Midden-Oosten verhuist Luyendijk naar Londen, waar hij voor The Guardian honderden gesprekken voert met bankiers, handelaren, juristen, risicomanagers en andere medewerkers uit de Londense City. Zijn uitgangspunt is eenvoudig: als buitenstaander begrijpt hij weinig van de financiële wereld en wil hij eerst luisteren voordat hij conclusies trekt. Die nieuwsgierige houding levert een boek op dat even toegankelijk als verontrustend is.
Al snel ontdekt Luyendijk dat het populaire beeld van de bankier als gewetenloze speculant slechts een deel van het verhaal vertelt. De meeste mensen die hij spreekt, blijken intelligente en hardwerkende professionals die oprecht geloven dat zij hun werk goed doen. Juist daarin schuilt volgens hem het grootste gevaar. Niet individuele slechtheid, maar een financieel systeem waarin vrijwel niemand het geheel overziet, maakt de sector kwetsbaar.
Stap voor stap ontvouwt zich een wereld waarin enorme risico’s worden genomen zonder dat duidelijk is wie uiteindelijk verantwoordelijk is. Bonussen belonen kortetermijnsuccessen, complexe financiële producten zijn voor buitenstaanders nauwelijks te doorgronden en beslissingen worden verdeeld over zoveel afdelingen dat persoonlijke verantwoordelijkheid gemakkelijk vervaagt. Het systeem beloont gedrag dat voor de individuele werknemer rationeel is, maar dat voor de samenleving desastreuze gevolgen kan hebben.
Luyendijk vervalt nergens in simplistische bankierskritiek. Hij schrijft met dezelfde nieuwsgierigheid die ook zijn eerdere werk kenmerkt. Zijn gesprekspartners krijgen uitgebreid de ruimte om hun eigen werkelijkheid te beschrijven. Daardoor ontstaat een genuanceerd beeld van een sector die veel ingewikkelder blijkt dan de karikaturen die na de financiële crisis het publieke debat domineerden.
Een van de sterkste aspecten van het boek is de manier waarop Luyendijk ingewikkelde financiële processen begrijpelijk maakt zonder ze te versimpelen. Hij gebruikt heldere voorbeelden, persoonlijke gesprekken en concrete situaties om uit te leggen hoe de internationale financiële markten functioneren. Zelfs lezers zonder economische achtergrond kunnen zijn redeneringen moeiteloos volgen.
Gaandeweg verschuift de aandacht van individuele banken naar het systeem als geheel. Luyendijk stelt de ongemakkelijke vraag of de wereld sinds 2008 werkelijk veiliger is geworden. Zijn conclusie is weinig geruststellend. Volgens veel van zijn gesprekspartners zijn de fundamentele kwetsbaarheden nauwelijks verdwenen. De financiële sector blijft zo verweven met de wereldeconomie dat overheden zich bij een nieuwe crisis opnieuw gedwongen zouden kunnen voelen banken te redden.
Het boek leest daardoor niet alleen als journalistiek onderzoek, maar ook als een analyse van macht. De financiële wereld blijkt grotendeels onzichtbaar voor het grote publiek, terwijl de beslissingen die er worden genomen miljoenen mensen rechtstreeks beïnvloeden. Juist die tegenstelling maakt Dit kan niet waar zijn zo indringend. De lezer krijgt een inkijk in een wereld die van enorme maatschappelijke betekenis is, maar die voor de meeste mensen gesloten blijft.
Luyendijks stijl is helder, nuchter en toegankelijk. Hij vermijdt economisch jargon waar mogelijk en stelt steeds de vragen die een gewone lezer zelf ook zou stellen. Dat maakt het boek niet alleen informatief, maar ook spannend. De gesprekken volgen elkaar op als puzzelstukken die langzaam een onthutsend totaalbeeld vormen.
Ruim tien jaar na verschijnen heeft Dit kan niet waar zijn nauwelijks aan relevantie verloren. De financiële markten zijn nog altijd sterk internationaal verweven, banken spelen een centrale rol in de wereldeconomie en de vraag hoe financiële risico’s beheersbaar blijven, is actueler dan ooit. Het boek biedt geen eenvoudige oplossingen, maar laat overtuigend zien waarom transparantie, toezicht en maatschappelijke verantwoordelijkheid onmisbaar zijn.
Weekdier
Occo
Feesten als wilde beesten
Godendrank
Hangmatbelegger voor het leven
Dagboek van een cipier
Ola en de dingen
Wie was ik
De kreeftenvrouwen
De zeventiende
Voor wie de klok luidt
De kunst van het vallen
Je hebt het niet van mij, maar
Graham Greene
De broncode
De man die quizvraag wilde worden
Bonuskind
Het voorspel
Rauw
Ongebonden
Zuiver
De prijs van zichtbaarheid