Een huis in Engeland

De Bezige Bij 2020 256 pagina's 9789403182100 Hardcover

In Een huis in Engeland keert Maarten Asscher terug naar het huis van zijn grootouders in Londen, een plek die in zijn jeugd verbonden was met lange zomers, vertrouwdheid en familie. Maar achter die aangename herinneringen bevindt zich een veel ingewikkelder geschiedenis. Het huis wordt het vertrekpunt voor een persoonlijke zoektocht naar wat er met zijn grootouders en hun gezin tijdens en na de Tweede Wereldoorlog is gebeurd.

De aanleiding is opmerkelijk alledaags: slapeloosheid. Wanneer Asscher ’s nachts niet kan slapen, wandelt hij in gedachten door het vroegere huis. Kamer voor kamer komen herinneringen boven. Hij kent de woning uit zijn jeugd, maar ontdekt gaandeweg dat hij het verhaal van de mensen die er vóór hem woonden eigenlijk maar gedeeltelijk kent.

Dat besef zet een onderzoek in gang. Overdag duikt Asscher in brieven, dagboeken en officiële documenten. Langzaam probeert hij de levensloop van zijn grootouders te reconstrueren. De centrale vragen zijn indringend: hoe heeft het gezin de oorlog doorstaan, nadat het in Westerbork terecht was gekomen, en waarom vertrokken de grootouders na de oorlog plotseling naar Engeland?

Daarmee krijgt het huis een dubbele betekenis. Het is enerzijds een tastbare plaats van jeugdherinneringen, maar anderzijds een soort archief. Iedere kamer, ieder voorwerp en iedere herinnering lijkt een aanwijzing te bevatten voor een verleden dat lange tijd niet volledig is verteld.

Asscher schrijft het boek niet als een klassieke familiegeschiedenis. Het persoonlijke onderzoek wordt voortdurend vermengd met herinneringen, beschouwingen en observaties. Daardoor ontstaat een autobiografische roman waarin de zoektocht naar de grootouders ook een zoektocht naar de eigen afkomst wordt.

Een van de interessantste aspecten is de manier waarop herinnering en document tegenover elkaar komen te staan. De herinnering aan het huis is warm en concreet: zomers, voorwerpen, kamers en familie. De documenten vertellen ondertussen een veel grimmiger verhaal. Het verschil tussen wat iemand zich herinnert en wat uit archiefmateriaal naar voren komt, maakt duidelijk hoe selectief familiegeschiedenissen kunnen zijn.

De oorlog is daarbij geen decoratief onderdeel van het verhaal. De geschiedenis van de grootouders raakt aan de vervolging van Joden en aan de vraag hoe een gezin zich onder extreme omstandigheden staande probeert te houden. Tegelijkertijd blijft Asscher dicht bij het individuele verhaal. Hij probeert geen algemene geschiedenis van de Holocaust te schrijven, maar wil begrijpen wat deze geschiedenis voor zijn eigen familie heeft betekend.

Juist daardoor werkt het boek op twee niveaus. Het is een onderzoek naar een specifieke familie, maar ook een boek over de manier waarop volgende generaties proberen te begrijpen wat hun voorgangers hebben meegemaakt. De kleinkinderen erven niet alleen verhalen en voorwerpen, maar ook stiltes en vragen.

De titel is daarom goed gekozen. Een huis in Engeland verwijst naar een concrete plek, maar die plek wordt gaandeweg een geheugenruimte. Het huis bewaart de zichtbare resten van het verleden, terwijl Asscher probeert de onzichtbare geschiedenis erachter te reconstrueren.

Zijn belangstelling voor voorwerpen speelt daarbij een belangrijke rol. Asscher heeft als essayist vaker laten zien dat alledaagse objecten toegang kunnen bieden tot grotere culturele en persoonlijke verhalen. Ook hier kunnen dingen uit het huis aanleiding geven tot herinneringen of vragen. Het materiële verleden wordt zo een ingang naar het menselijke verleden.

De stijl is beschouwend en persoonlijk. Asscher schrijft niet gejaagd. Hij neemt de tijd om details te bekijken en verbanden te leggen. Dat past bij het onderwerp, maar kan ook betekenen dat lezers die vooral een strak opgebouwde familiegeschiedenis verwachten het tempo soms traag zullen vinden. Een kritische bespreking in de NRC Webwinkel vond juist dat de grote hoeveelheid details en herhalingen de roman minder spannend maakte.

Daar staat tegenover dat andere recensenten juist de precisie en de combinatie van intimiteit en historische context waarderen. De Bezige Bij omschrijft het boek als een autobiografische roman waarin zwaar en licht, intimiteit en geschiedenis en het persoonlijke en universeel-menselijke elkaar afwisselen.

Die dubbelheid is kenmerkend voor het boek. Een huis in Engeland wil geen oorlogsroman in de traditionele zin zijn. Het zwaartepunt ligt niet bij spectaculaire gebeurtenissen, maar bij de geleidelijke ontdekking van een familiegeschiedenis. De spanning komt vooral voort uit de vraag wat er nog boven water zal komen.

Daarbij is het belangrijk dat Asscher zijn grootouders niet achteraf tot helden of slachtoffers maakt. Hij probeert hun keuzes te begrijpen vanuit de omstandigheden waarin zij leefden. Dat levert een genuanceerder beeld op van een generatie waarvan de ervaringen voor een deel verborgen zijn gebleven.

Ook de verhouding tussen grootouders en kleinkind is van belang. De grootouders die Asscher als kind kende, waren niet dezelfde mensen als de jonge volwassenen die de oorlog hebben meegemaakt. Dat eenvoudige inzicht geeft het boek zijn emotionele kracht. Ieder familielid kent de anderen slechts binnen een bepaalde periode van hun leven.

Zo ontstaat uiteindelijk een boek over tijd. De tijd van de oorlog, de tijd van Asschers jeugd en de tijd waarin hij als volwassene terugkijkt, komen samen in één huis. Wat ooit een vertrouwde vakantiebestemming was, wordt een plaats waar verschillende generaties en tijdlagen elkaar ontmoeten.

Meer van deze auteur

Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?

Scroll naar boven
Librar
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.