Van alle boeken die Agatha Christie schreef, is En toen waren er nog maar… wellicht haar meest meedogenloze. Het is niet haar bekendste Hercule Poirot-roman, niet haar beroemdste Miss Marple-verhaal en zelfs geen klassieke detective in de gebruikelijke betekenis van het woord. Toch wordt het vaak beschouwd als haar meesterwerk. Dat heeft alles te maken met de radicale eenvoud van het uitgangspunt.
Tien mensen ontvangen een uitnodiging om enkele dagen door te brengen op een afgelegen eiland voor de Engelse kust. De gasten verschillen sterk van elkaar. Sommigen kennen elkaar niet, anderen hebben slechts vage banden met de organisatoren. Wanneer zij aankomen, blijkt hun gastheer afwezig. Nog voor iemand begrijpt wat er werkelijk aan de hand is, sterft de eerste gast. Daarmee zet Christie een verhaal in gang dat even eenvoudig als genadeloos is.
Een voor een verdwijnen de aanwezigen.
De situatie lijkt op het eerste gezicht vertrouwd. Een afgesloten locatie, een beperkte groep verdachten en een reeks mysterieuze sterfgevallen: het zijn klassieke ingrediënten van het detectivegenre. Toch doet Christie hier iets fundamenteel anders dan in haar Poirot-romans.
Normaal gesproken biedt een detectiveverhaal de lezer een vorm van zekerheid. Hoe ingewikkeld de situatie ook wordt, er is altijd een onderzoeker die orde probeert te scheppen in de chaos. Hercule Poirot beschikt over zijn logica, Miss Marple over haar mensenkennis. Uiteindelijk verschijnt er iemand die de waarheid onthult. In En toen waren er nog maar… ontbreekt dat ankerpunt.
Er is geen detective.
Niemand staat buiten de gebeurtenissen. Niemand beschikt over een overzicht van de feiten. Iedereen is tegelijk verdachte, mogelijk slachtoffer en potentiële getuige. Daardoor ontstaat een gevoel van onzekerheid dat in Christies oeuvre vrijwel uniek is.
Vanaf het begin hangt er een sfeer van onvermijdelijkheid over het verhaal.
De bewoners van het eiland worden niet alleen geconfronteerd met een onbekende moordenaar, maar ook met hun eigen verleden. Langzaam wordt duidelijk dat ieder van hen een verborgen schuld met zich meedraagt. Niet noodzakelijk een juridische schuld, maar een morele. Christie gebruikt het mysterie daardoor om een veel grotere vraag te onderzoeken: kunnen mensen werkelijk ontsnappen aan hun daden? Dat thema verleent de roman een opmerkelijke duisternis.
Veel van Christies boeken bevatten humor, excentrieke personages en momenten van lichtheid. Hier overheerst iets anders. Wantrouwen groeit met iedere pagina. Vriendschappen verdwijnen. Bondgenootschappen vallen uiteen. Naarmate de groep kleiner wordt, wordt de angst groter. Het eiland zelf speelt daarin een cruciale rol.
Zoals de Oriënt-Expres in Moord in de Oriënt-Expres en de stoomboot in Moord op de Nijl creëert ook het eiland een afgesloten wereld. Maar waar die eerdere romans nog een zekere elegantie bezitten, voelt deze omgeving bijna claustrofobisch aan. Er is geen ontsnapping mogelijk. De zee vormt een grens waar niemand overheen kan. Christie gebruikt die beperking met indrukwekkende precisie.
Iedere dood verandert de dynamiek van de groep. Iedere onthulling maakt de situatie uitzichtlozer. De spanning ontstaat niet uit geweld of spectaculaire actie, maar uit de groeiende overtuiging dat niemand veilig is. Misschien verklaart dat waarom het boek zo’n blijvende invloed heeft gehad.
Vrijwel iedere moderne thriller waarin een groep mensen geïsoleerd raakt en systematisch wordt uitgeschakeld, staat in zekere zin in de schaduw van deze roman. Films, televisieseries, horrorverhalen en psychologische thrillers hebben het basisidee ontelbare keren herhaald. Toch blijft het origineel verrassend krachtig. Dat komt omdat Christie verder gaat dan een slimme constructie.
Onder het mysterie schuilt een onderzoek naar schuld en verantwoordelijkheid. De personages worden niet willekeurig gekozen. Zij vertegenwoordigen mensen die ooit beslissingen namen met ernstige gevolgen voor anderen. Sommigen handelden uit gemakzucht, anderen uit arrogantie of eigenbelang. Allen hebben zij zichzelf overtuigd dat hun verantwoordelijkheid beperkt was. Christie stelt die geruststellende gedachte ter discussie.
De vraag is niet alleen wie schuldig is, maar ook wat schuld eigenlijk betekent. Is iemand verantwoordelijk voor de gevolgen van een beslissing wanneer die gevolgen niet rechtstreeks werden gewild? Kan men zichzelf vrijpleiten omdat de wet nooit heeft ingegrepen? Of bestaat er een vorm van gerechtigheid die buiten rechtbanken om werkt? Voor een schrijfster die vaak wordt gereduceerd tot ingenieuze puzzels zijn dat opmerkelijk zware thema’s.
Stilistisch blijft Christie trouw aan haar bekende aanpak. Haar taal is helder, direct en zonder overbodige versieringen. Alles staat in dienst van het verhaal. Daardoor leest de roman vandaag nog steeds met een snelheid die veel modernere thrillers niet bereiken.
Misschien is dat de grootste prestatie van En toen waren er nog maar…. Het boek combineert een vrijwel perfecte spanningsopbouw met vragen die veel verder reiken dan het detectivegenre. Achter de reeks sterfgevallen schuilt een sombere visie op menselijke verantwoordelijkheid en de moeilijkheid om aan het verleden te ontsnappen.
Bijna een eeuw na verschijnen blijft het een van de meest invloedrijke misdaadromans ooit geschreven. Niet omdat Agatha Christie een ingenieuze moordenaar bedacht.
Maar omdat zij begreep dat de gevaarlijkste achtervolger vaak het geweten is.
Vaderland
Nevermore
Uitgeverij Guggenheimer
Dagen als vreemde symptomen
Boek vol levens
Wildevrouw
Een vrouw in Berlijn
De meeste mensen deugen
De ondergang van Rome
Lázár
De druivenfluisteraar
Het beste wat we hebben
Briefgeheim
De heilige Rita
De brief
Winteruren
Het jongetje dat bijen at
Waarom behandelen we poëzie alsof niemand ze echt hoeft te lezen?
M.J. Arlidge
Het duivelsboek
Winst
De donkere kamer van Damokles