Er zijn boeken die hun plaats in de literatuurgeschiedenis veroveren door hun omvang, hun filosofische diepgang of hun stilistische vernieuwing. En er zijn boeken die generaties lezers weten te betoveren met iets veel moeilijkers: schijnbare eenvoud. Erik, of Het klein insectenboek van Godfried Bomans behoort tot die laatste categorie. Het is een boek dat zich voordoet als een luchtige vertelling voor kinderen, maar dat bij nadere beschouwing meer zegt over de menselijke samenleving dan men op het eerste gezicht vermoedt.
Sinds zijn verschijnen in 1941 heeft het verhaal nauwelijks aan populariteit verloren. Dat is opmerkelijk voor een boek dat zich afspeelt in een wereld van wespen, mieren, torren, vlinders en andere insecten. Toch ligt de aantrekkingskracht niet in de insecten zelf, maar in de manier waarop Bomans via hen naar de mens kijkt.
De jonge Erik Pinksterblom is een jongen van negen die op een nacht letterlijk een schilderij binnenstapt. Het doek boven zijn bed toont een idyllisch landschap dat hij de Wollewei noemt. Zodra hij de grens tussen zijn slaapkamer en het schilderij overschrijdt, komt hij terecht in een wonderlijke wereld waarin insecten spreken, redeneren, ruzie maken, liefhebben, werken en zich gedragen alsof zij een menselijke samenleving vormen.
Het uitgangspunt roept onmiddellijk herinneringen op aan klassiekers als Alice’s Adventures in Wonderland van Lewis Carroll en De kleine Johannes van Frederik van Eeden. Net als in die boeken verlaat een kind de vertrouwde werkelijkheid om een alternatieve wereld binnen te gaan. Maar waar Carroll de logica op haar kop zet en van Eeden een spirituele zoektocht beschrijft, kiest Bomans voor satire en observatie.
De insectenwereld blijkt namelijk een spiegel van de menselijke maatschappij. Iedere soort vertegenwoordigt een bepaald karaktertype. De wespen zijn arrogant en overtuigd van hun eigen superioriteit. De mieren zijn modelarbeiders die zonder veel vragen hun taken uitvoeren. De vlinders leven voor schoonheid en uiterlijk vertoon. De kevers zijn gewichtig en zelfingenomen. Wie goed kijkt, ziet dat Bomans geen insecten beschrijft, maar mensen.
Dat vermogen om menselijke zwakheden met humor bloot te leggen was een van Bomans’ grootste talenten. Hij bezat een zeldzame gave om spot en mildheid te combineren. Zijn personages zijn vaak lachwekkend, maar nooit kwaadaardig neergezet. Zelfs de meest belachelijke figuren behouden iets sympathieks. Daardoor krijgt het boek een toon die tegelijkertijd ironisch en warm is.
Toch zou het onjuist zijn om Erik uitsluitend als satire te lezen. Onder de humor schuilt ook verwondering. Erik kijkt naar de insectenwereld met dezelfde nieuwsgierigheid waarmee een kind de wereld van volwassenen probeert te begrijpen. Hij beschikt dankzij zijn natuurhistorische kennis vaak over meer inzicht dan de bewoners van de Wollewei zelf. Daardoor ontstaat een amusante omkering waarbij het kind de wijze wordt en de volwassenen – vermomd als insecten – de dwazen blijken.
Interessant is dat Bomans voortdurend balanceert tussen fantasie en werkelijkheid. Erik begrijpt de insecten omdat hij hun gedrag uit zijn schoolboek kent. Zijn kennis van de natuur blijkt in de droomwereld verrassend bruikbaar. Daarmee verbindt Bomans verbeelding en wetenschap op een speelse manier. Het wonderlijke wordt niet tegenover kennis geplaatst, maar er juist door gevoed.
Toch is Erik geen diepgravende filosofische roman. Wie op zoek is naar existentiële vragen zoals bij van Eeden of naar de intellectuele duizeling van Lewis Carroll zal hier minder vinden. Bomans blijft in essentie een verteller. Zijn grootste ambitie lijkt niet het formuleren van een wereldbeschouwing, maar het vertellen van een goed verhaal. Dat verklaart wellicht waarom het boek soms een zekere lichtheid behoudt waar andere klassiekers grotere diepten opzoeken.
Juist die lichtheid heeft ertoe geleid dat sommige critici het werk als minder belangrijk beschouwen dan andere Nederlandse klassiekers. Het verwijt luidt vaak dat Bomans een briljant stilist en entertainer was, maar geen schrijver van grote romans. Daar zit een kern van waarheid in. Erik bezit niet de psychologische complexiteit van Hermans, de symbolische rijkdom van Vestdijk of de filosofische reikwijdte van Van Eeden.
Maar misschien wordt daarmee een verkeerde maatstaf gehanteerd. Niet ieder literair werk hoeft de ambitie te hebben een totaalvisie op mens en wereld te ontwikkelen. Soms schuilt kwaliteit juist in beperking. Erik is een klein boek dat precies weet wat het wil zijn: een speelse vertelling waarin humor, verwondering en observatie samenvallen.
Daarnaast heeft het boek een eigenschap die veel “grotere” werken missen: het blijft leesbaar. Meer dan tachtig jaar na verschijnen kan een kind het nog steeds met plezier lezen, terwijl een volwassene andere lagen ontdekt. Dat dubbele perspectief verklaart wellicht waarom het boek generatie na generatie blijft terugkeren.
Wat vooral overeind blijft, is Bomans’ liefde voor het menselijke tekort. Zijn insecten zijn ijdel, koppig, bekrompen, nerveus en soms ronduit dwaas. Maar ze zijn nooit monsters. Ze lijken te veel op ons. In de Wollewei ontmoet Erik uiteindelijk niet zozeer een wereld van insecten als wel een miniatuurversie van de samenleving waarin hij zelf leeft.
Misschien ligt daarin de blijvende betekenis van het boek. Erik, of Het klein insectenboek is geen monument van de Nederlandse literatuur, geen allesomvattende roman over het menselijk bestaan. Het is iets bescheidener en daardoor misschien ook duurzamer: een geestig, intelligent en liefdevol boek over de eigenaardigheden van mens en maatschappij, verteld vanuit het perspectief van een jongen die nog in staat is zich over alles te verwonderen.
En dat vermogen tot verwondering blijkt uiteindelijk zeldzamer dan wijsheid.
Een geschiedenis van België
Jazzportretten
22 banen
Hamnet
Eén boek per dorp
Tussen de dagen
Istanbul
Bijna altijd prijs
De symptomen
De Repair Club
Yalla
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
De druivenfluisteraar
Het Vaticaan
Ik, Jan Cremer 2
Schemeroorlog
Vuelta a España
De overlevenden
Waarom behandelen we poëzie alsof niemand ze echt hoeft te lezen?
De Da Vinci Code
De toegewijde tuinier
Post voor mevrouw Bromley
Bezette stad