In Foon voert Marente de Moor de lezer naar een afgelegen gebied in de Russische bossen, waar Nadja en Lev zich hebben teruggetrokken uit de samenleving. Ooit waren ze idealistische biologen die een opvangcentrum voor verweesde berenwelpen runden. Nu zijn de vrijwilligers verdwenen, raakt Lev steeds meer van zijn geheugen kwijt en wordt Nadja achtervolgd door herinneringen aan een verleden waarover ze liever zwijgt. Ondertussen klinkt rond hun huis een onheilspellend geluid waarvoor ze geen verklaring kunnen vinden.
Dat geluid, de foon uit de titel, wordt een van de belangrijkste motieven van de roman. Nadja en Lev proberen het te verklaren als iets meteorologisch of geologisch, maar het blijft zich aan iedere rationele verklaring onttrekken. Daardoor krijgt de foon iets dreigends en tegelijk iets raadselachtigs. Het is alsof de natuur zelf een boodschap probeert over te brengen die de personages niet kunnen ontcijferen.
De afgelegen Russische omgeving is daarbij veel meer dan een decor. De bossen, de beren en de geluiden van de natuur vormen een wereld die zich niets aantrekt van de menselijke behoefte aan orde en verklaringen. Nadja en Lev hebben zich juist uit de samenleving teruggetrokken omdat ze genoeg hebben van haar ontwrichting, maar ook in hun geïsoleerde bestaan kunnen ze niet ontsnappen aan wat ze met zich meedragen.
Vooral Nadja wordt bepaald door haar verleden. Ze probeert herinneringen te verdringen en tegelijkertijd te begrijpen wat er is gebeurd. De roman maakt daarbij niet steeds een duidelijk onderscheid tussen herinnering, verbeelding en werkelijkheid. Dat past bij haar psychologische toestand: het verleden is geen afgesloten hoofdstuk, maar iets dat voortdurend opnieuw vorm krijgt.
Lev ondergaat een andere vorm van vervreemding. Zijn geheugen begint hem in de steek te laten. Waar Nadja juist te veel met het verleden wordt geconfronteerd, verliest Lev er steeds meer grip op. Die tegenstelling is bijzonder effectief. Samen vormen ze een koppel waarin de een wordt achtervolgd door wat zij wil vergeten en de ander langzaam verliest wat hij zich nog zou kunnen herinneren.
De dierenwereld speelt eveneens een belangrijke rol. De voormalige berenopvang laat zien dat Nadja en Lev ooit een duidelijke overtuiging hadden over hun plaats in de natuur. Hun verhouding tot de dieren is echter niet eenvoudig idyllisch. De beren zijn wild en onvoorspelbaar en vormen een tegenwicht voor het menselijke verlangen om de natuur te begrijpen en te beheersen.
Daarmee wordt Foon ook een roman over de grens tussen mens en natuur. De mens probeert alles te verklaren, terwijl de natuur zich niet noodzakelijk naar die verklaringen voegt. Het onverklaarbare geluid wordt zo een symbool voor alles wat zich niet laat reduceren tot logica. De roman stelt daarmee indirect de vraag hoeveel onzekerheid een mens kan verdragen.
De stijl van de Moor is een van de grootste kwaliteiten van het boek. Haar zinnen zijn beeldend en vaak zeer precies. De natuur wordt niet alleen beschreven, maar bijna lichamelijk voelbaar gemaakt. Ook de geluiden, geuren en bewegingen in het landschap krijgen veel aandacht. De stijl heeft daardoor iets zintuiglijks en soms poëtisch. Een recensent merkte terecht op dat vrijwel iedere zin aandacht lijkt te vragen.
Daar staat tegenover dat Foon een roman is die geduld vraagt. De gebeurtenissen ontwikkelen zich langzaam en veel wordt bewust niet onmiddellijk verklaard. Wie vooral een helder opgebouwde plot verwacht, kan daardoor gemakkelijk afstand ervaren. Ook sommige passages zijn behoorlijk raadselachtig en kunnen de indruk wekken dat de roman meer vragen oproept dan beantwoordt.
Juist daarin zit echter ook de kracht van het boek. De Moor probeert het mysterie niet koste wat kost op te lossen. Het onverklaarbare mag blijven bestaan. De personages moeten leren leven met onzekerheid, net als de lezer. De verbeelding wordt uiteindelijk een manier om met die onzekerheid om te gaan. Dat sluit aan bij de centrale gedachte van de roman dat mensen verhalen nodig hebben wanneer de werkelijkheid geen houvast meer biedt.
Een eventuele kritiek is dat de symbolische en filosofische lagen soms nadrukkelijker aanwezig zijn dan de personages zelf. Nadja en Lev blijven daardoor op bepaalde momenten enigszins op afstand. De roman vraagt bovendien veel van de lezer voordat duidelijk wordt waar bepaalde herinneringen en gebeurtenissen naartoe leiden. Voor de ene lezer zal dat juist de aantrekkingskracht vormen, terwijl een ander het als te vaag kan ervaren.
Salami
Open hemel
Joegoslavië
De stad
Dagboek van een cipier
Het station
Weekdier
Konvooi
De kreeftenvrouwen
Retour Pretoria
Teflonbaby
De kleine vriend
Vuurdood
Een wild dier
Authenticiteit heeft grenzen
Import
Eric Rinckhout
Sneeuw
Feesten als wilde beesten
De reis van de walnoot
Solenoïde
Een danser in de sneeuw