Anneke Brassinga leest zoals ze schrijft: nieuwsgierig, eigenzinnig en met een bijna ontembare aandacht voor taal. In Grondstoffen is dat niet toevallig het centrale onderwerp. De bundel bestaat uit essays en leesbeschouwingen over schrijvers als Jean Paul, Karl Philipp Moritz, Saint-Simon en Robert Walser, aangevuld met vertalingen en beschouwingen over het vertalen. Maar gaandeweg wordt duidelijk dat Brassinga in haar bespreking van anderen vooral haar eigen verhouding tot literatuur onderzoekt.
De titel is veelzeggend. Voor Brassinga is taal geen neutraal gereedschap waarmee een schrijver een gedachte verpakt. Woorden zijn materiaal, de grondstoffen waaruit literatuur wordt gemaakt. Ze wil ze wegen, verbuigen, laten botsen en opnieuw betekenis geven. Dat verklaart haar karakteristieke stijl, waarin ongebruikelijke woorden, lange zinnen en onverwachte associaties elkaar voortdurend uitdagen. Haar proza is geen eenvoudige drager van een betoog, de taal zelf is een deel van het denken.
Dat wordt duidelijk in haar essays over schrijvers uit het Duitse taalgebied rond de overgang van de achttiende naar de negentiende eeuw. Brassinga kiest daarbij bewust niet alleen voor de grote namen. Jean Paul en Karl Philipp Moritz krijgen alle aandacht, terwijl ze juist worden afgezet tegen beroemdere figuren als Rousseau en Goethe. Ook minder bekende auteurs als Johann Peter Hebel krijgen een nieuwe plaats. Het is typisch Brassinga: ze leest niet om een literaire canon te bevestigen, maar om te ontdekken wat er buiten de gebaande paden nog te vinden valt.
Het essay over Walter Benjamin vormt vervolgens een belangrijke brug naar haar eigen vak als vertaler. Brassinga behandelt vertalen niet als een tweederangs vorm van schrijven, maar als een creatieve omgang met taal. Een vertaling is voor haar geen mislukte kopie van het origineel, beide zijn pogingen om iets van een tekst over te brengen wat nooit volledig bereikbaar is. Daarmee vervaagt ook het onderscheid tussen lezen, vertalen en zelf schrijven. Wie een tekst aandachtig leest, begint hem immers opnieuw te maken.
Dat is misschien de interessantste gedachte van de bundel. Brassinga schrijft nauwelijks over boeken alsof ze afgeronde objecten zijn. Een tekst wordt bij haar pas levend wanneer iemand hem opnieuw leest. Daarom kan zelfs een filosofisch werk als Hegels Fenomenologie van de geest in haar benadering bijna literair worden. Ze kijkt voortdurend naar wat een tekst kan losmaken, niet alleen naar wat de auteur ermee heeft bedoeld. Lezen wordt zo een vorm van creativiteit.
Tegelijk is Grondstoffen een boek over ontheemding. Brassinga zoekt in taal naar houvast, maar weet dat taal die grond nooit volledig kan bieden. Ze beweegt tussen de concrete werkelijkheid en de verbeelding, tussen lichaam en gedachte, tussen leven en dood. Dat maakt haar essays soms zwaar, maar opvallend genoeg ook speels. De ernst wordt geregeld opengebroken door humor, taalgrappen en onverwachte wendingen. De wereld is volgens Brassinga te grillig om in één sluitend systeem te passen, en haar proza weerspiegelt die grilligheid.
Die essayistische vrijheid is tegelijk de kracht en de beperking van het boek. Brassinga veronderstelt veel van haar lezer. Ze springt moeiteloos tussen auteurs, eeuwen, citaten en ideeën en schrijft in een taal die zelf aandacht vraagt. Wie vooral een helder overzicht of toegankelijke literatuurgeschiedenis zoekt, kan hier verdwalen. Maar wie bereid is zich aan haar manier van lezen over te geven, krijgt iets anders: geen gids door de literatuur, maar een uitnodiging om zelf anders te gaan kijken.
Daarmee is Grondstoffen uiteindelijk minder een bundel over afzonderlijke schrijvers dan een zelfportret van een lezer en schrijver. Brassinga gebruikt andere teksten als grondstof voor haar eigen denken en maakt van lezen bijna een vorm van literair avontuur. De werkelijke hoofdrolspeler is dan ook de taal: beweeglijk, weerbarstig, soms onbegrijpelijk en toch voortdurend in staat iets nieuws zichtbaar te maken.
Mrs Dalloway
De symptomen
Tussen de dagen
De ketter en de kerkvorst
Most Wanted
Lucebert – Biografie
Snijpunt
Retour Pretoria
Zwaluwstaarten
Dagboek 1933
Tabac
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Van onze jongens geen nieuws
Waar de wind slaapt
Koning van Katoren
Het verhaal van België
De Boomerclub
Wat er werkelijk is
Tosca
Waarom moet literatuur zichzelf altijd economisch bewijzen?
Peter Gillis: massa is kassa
Vuurvader
De laatste terugkeer