Een samenleving waarin niemand ongelukkig hoeft te zijn, klinkt op het eerste gezicht als een utopie. In Heerlijke nieuwe wereld laat Aldous Huxley echter zien wat er gebeurt wanneer geluk niet langer iets is waar mensen zelf naar zoeken, maar een toestand die door de samenleving wordt geproduceerd. Vrijheid, liefde, familie, kunst en religie zijn in deze wereld grotendeels verdwenen, omdat ze onzekerheid en verdriet kunnen veroorzaken. Daarvoor in de plaats komen stabiliteit, consumptie en onmiddellijk genot.
Huxley publiceerde de roman oorspronkelijk in 1932. Bijna een eeuw later is het boek nog altijd opvallend actueel. De kracht van Heerlijke nieuwe wereld ligt niet zozeer in de voorspelling van concrete technologieën, maar in het onderliggende idee: een samenleving hoeft mensen niet noodzakelijk met geweld te onderdrukken wanneer ze hen ook tevreden kan houden. De officiële beschrijving van deze nieuwe Nederlandse editie benadrukt precies die combinatie van genetische manipulatie, hersenspoeling, seks en drugs waarmee de bevolking tot tevreden consumenten wordt gemaakt.
De bevolking van de Wereldstaat wordt niet meer op natuurlijke wijze geboren. Mensen worden in laboratoria geproduceerd en vanaf hun vroegste ontwikkeling ingedeeld in sociale klassen. Vervolgens worden ze door conditionering gevormd tot precies het soort burger dat de samenleving nodig heeft. Individualiteit is daardoor geen vanzelfsprekend recht meer, maar juist een bedreiging voor de maatschappelijke orde.
Dat idee maakt de roman ongemakkelijk. De mensen in Huxleys wereld zijn niet voortdurend ongelukkig of bang. Integendeel: ze hebben geleerd tevreden te zijn met hun plaats. Ze consumeren, vermaken zich en gebruiken soma wanneer onaangename gevoelens dreigen op te komen. De samenleving heeft daarmee een bijzonder effectieve manier gevonden om conflicten te voorkomen: ze heeft de mens zo gevormd dat hij nauwelijks nog verlangt naar iets wat buiten het systeem ligt.
Daarmee stelt Huxley een veel interessantere vraag dan simpelweg of een dictatuur slecht is. Hij vraagt wat vrijheid nog betekent wanneer mensen niet meer verlangen naar vrijheid.
Bernard Marx vormt een van de eerste barsten in dit systeem. Hij voelt zich anders dan de anderen en ervaart een onbestemd verlangen om zich aan de opgelegde normen te onttrekken. Zijn onzekerheid maakt hem geen klassieke revolutionair, maar juist een geloofwaardig personage: hij verlangt naar iets anders zonder precies te weten wat dat andere zou moeten zijn.
Zijn bezoek aan een reservaat waar mensen nog op de oude manier leven, vormt vervolgens een belangrijk contrast. Daar bestaan nog familiebanden, religie, ouderdom, ziekte, liefde en verdriet. Vanuit het perspectief van de Wereldstaat zijn dat allemaal tekenen van een primitief verleden. Vanuit een ander perspectief zijn het juist ervaringen die het menselijk bestaan betekenis geven.
Dat contrast vormt het filosofische hart van de roman. Huxley vraagt niet alleen of mensen gelukkig zijn, maar ook wat geluk waard is wanneer daarvoor alles wat het leven moeilijk, onvoorspelbaar en betekenisvol maakt, is verwijderd.
Vooral de tegenstelling tussen geluk en waarheid is sterk uitgewerkt. De Wereldstaat heeft geen behoefte aan kunst die verontrust, wetenschap die de gevestigde orde bedreigt of religie die vragen stelt over het bestaan. Alles wat mensen uit hun evenwicht kan brengen, wordt verwijderd of vervangen door amusement. Het resultaat is een samenleving zonder grote conflicten, maar ook zonder echte vrijheid.
Daarin zit Huxleys scherpste kritiek op consumentisme. Mensen worden niet alleen bestuurd door regels, maar ook door hun verlangens. Ze worden voortdurend aangemoedigd om nieuwe producten te kopen en zichzelf bezig te houden. Consumptie is geen bijkomstigheid van het systeem, maar een van de fundamenten ervan.
De roman is daarom veel meer dan een sciencefictionverhaal. Huxley gebruikt de toekomstige samenleving als een spiegel voor zijn eigen tijd, maar die spiegel blijft ook voor de eenentwintigste eeuw bruikbaar. De combinatie van technologie, entertainment, consumptie en gedragsbeïnvloeding geeft het boek een merkwaardige actualiteit.
Daarbij is Huxley minder geïnteresseerd in de vraag of technologie op zichzelf goed of slecht is. Het probleem ontstaat wanneer technologische mogelijkheden worden gebruikt om menselijke verlangens en gedrag volledig te sturen. De mens wordt dan niet meer gedwongen om zich aan het systeem te onderwerpen; hij wordt zo gevormd dat hij het systeem vanzelf prettig vindt.
De roman is niet overal even subtiel. Huxley laat zijn ideeën soms nadrukkelijk door personages uitspreken, waardoor het filosofische debat op bepaalde momenten zwaarder weegt dan de dramatische ontwikkeling. Ook zijn sommige personages duidelijker ontworpen als dragers van een idee dan als volledig uitgewerkte mensen. Dat is een kleine zwakte, maar het doet weinig af aan de blijvende kracht van het centrale gedachte-experiment.
Juist doordat de roman bijna honderd jaar oud is, valt bovendien op hoe weinig de fundamentele vraag aan actualiteit heeft verloren. Nieuwe technologieën veranderen voortdurend, maar de vraag blijft dezelfde: hoeveel vrijheid zijn mensen bereid op te geven wanneer daar comfort, veiligheid en geluk tegenover staan?
Ierland
Odyssee
Tabac
Eén boek per dorp
Zonnehuis
Rome en de Lage Landen
Zoeklicht op het gazon
Al onze gisterens
Voornamelijk vrouwen
Cum fraude
Epstein
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Hemels groen
De overbodigen
Het verdriet van de Moerasdraak
Tonio
Wolvenziel
Het Gore Lef
De zaak Alaska Sanders
Geheime kamers
Als alles bijzonder is, is niets nog bijzonder
Winst
Tijdgeest