Het ivoren aapje

Wereldbibliotheek 1935 580 pagina's Geen ISBN Hardcover

Met Het ivoren aapje uit 1909 schreef Herman Teirlinck een ambitieuze roman over het mondaine Brussel van het begin van de twintigste eeuw. De ondertitel, Een roman van Brusselsch leven, maakt meteen duidelijk dat de stad een belangrijke rol speelt. Toch is het boek uiteindelijk minder een brede stadsroman dan een psychologisch verhaal over een kleine groep mensen uit de gegoede Brusselse kringen.

Centraal staat de familie Verlat, met onder anderen Ernest en zijn zus Francine. Hun levens raken steeds sterker ontregeld door Rupert Sörge, een dandy die met grote vanzelfsprekendheid de zwakke plekken van anderen weet te vinden en te bespelen. Vooral de tegenstelling tussen uiterlijk vertoon en innerlijke kwetsbaarheid vormt een belangrijke motor van de roman. De personages beschikken over sociale positie, geld en vrijheid, maar weten daar niet noodzakelijk een gelukkig of zinvol leven van te maken.

Rupert Sörge is daarbij een van de opvallendste figuren. Hij is zelfverzekerd, geraffineerd en bijna voortdurend bezig met zijn voorkomen en zijn invloed op anderen. Het ivoren aapje dat hij bij zich draagt, is zijn kenmerkende attribuut. Het kleine voorwerp heeft geen grote praktische functie in het verhaal, maar past bij Sörges streven naar verfijning, afzondering en onaantastbaarheid. Het gladde ivoor wordt daarmee een passend symbool voor de houding die hij tegenover de wereld aanneemt.

Tegenover Sörges koele zelfverzekerdheid staan personages die juist door hun gevoelens worden meegesleept. Liefde, jaloezie, verlangen, schuld en teleurstelling krijgen veel ruimte. Vooral de ondergang van Ernest en zijn vrouw Vere geeft de roman een tragische lading. De personages zijn niet zozeer slachtoffers van grote maatschappelijke krachten als wel van hun eigen karakter, verlangens en onderlinge verhoudingen.

Teirlinck was met deze roman vernieuwend binnen de Vlaamse literatuur. Het boek wordt vaak beschouwd als een vroege psychologische roman, waarin vooral de mondaine psychologie van een bevoorrechte klasse wordt onderzocht. Het gaat minder om een realistische dwarsdoorsnede van Brussel dan om een specifieke wereld van mensen die veel vrijheid hebben, maar daar niet goed mee weten om te gaan.

Dat verklaart ook waarom Het ivoren aapje niet helemaal de stadsroman is die de ondertitel belooft. Een vroege criticus merkte al op dat Teirlinck geen echte synthese van het Brusselse leven had bereikt en dat de compositie niet overal even hecht was. De roman bevat verschillende verhaallijnen en personages die niet altijd even vanzelfsprekend in één geheel samenvloeien.

Daar staat een zeer eigen taal tegenover. Teirlinck schrijft rijk, beeldend en nadrukkelijk literair. De openingsscène, waarin de overleden mevrouw Chanteraine wordt opgebaard, laat meteen zien hoe sterk hij sfeer kan oproepen. De beschrijving van licht, bloemen, kleuren en stilte maakt van een sterfkamer bijna een afzonderlijke wereld.

Die stilistische rijkdom is tegelijkertijd de grootste drempel voor de hedendaagse lezer. Teirlincks taal is regelmatig zwaar aangezet en kan kunstmatig of overdadig overkomen. Ook het tempo ligt laag. De roman vraagt daardoor meer geduld dan een moderne psychologische roman. Dat is geen gebrek dat het boek volledig onderuit haalt, maar het maakt duidelijk waarom Het ivoren aapje tegenwoordig eerder als een historisch en literair interessant werk wordt gelezen dan als een vanzelfsprekend toegankelijke roman.

Opvallend is dat de kritiek daar al bij de verschijning genuanceerd over was. Een bespreking uit 1909-1910 noemde het boek een merkwaardig en belangrijk werk voor de Vlaamse literatuur, maar wees tegelijk op onvolmaaktheden in de compositie en op passages die de lezer konden ergeren. Het was volgens de recensent juist de combinatie van zwakke en zeer sterke passages die het boek interessant maakte.

De roman heeft bovendien een duidelijke Europese achtergrond. Teirlinck sluit aan bij de traditie van de mondaine psychologische roman en bij schrijvers die het gedrag van de gegoede klasse gebruiken om bredere vragen over verlangen, status en zelfbeeld te onderzoeken. Daarmee was Het ivoren aapje voor de Vlaamse literatuur van zijn tijd vernieuwend, ook al is de invloed van oudere literaire tradities duidelijk zichtbaar.

Voor de hedendaagse lezer is vooral interessant hoe Teirlinck de tegenstelling tussen uiterlijk succes en innerlijke leegte uitwerkt. Zijn personages leven in een wereld van elegante interieurs, sociale contacten en verfijnde genoegens, maar onder die oppervlakte bevinden zich onzekerheid, eenzaamheid en destructieve verlangens. Juist daarin heeft de roman nog steeds iets herkenbaars.

Een lichte kritiek is dat Teirlinck soms te nadrukkelijk laat zien hoe bijzonder en verfijnd zijn personages en hun omgeving zijn. De stijl staat regelmatig zo sterk op de voorgrond dat de menselijke emoties minder direct binnenkomen. Ook had het verhaal baat gehad bij een strakkere compositie. De roman is interessant om zijn observaties en taal, maar niet iedere passage draagt even sterk bij aan de centrale ontwikkeling.

Toch blijft Het ivoren aapje een belangrijk boek binnen de Vlaamse literatuur. Teirlinck probeerde met dit werk iets nieuws: niet alleen het Brusselse leven beschrijven, maar de psychologie van een bepaalde maatschappelijke wereld blootleggen. Dat hij daarbij soms te veel materiaal en te veel stijl in zijn roman heeft willen onderbrengen, doet weinig af aan de ambitie en de historische betekenis ervan.

Scroll naar boven
Librar
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.