Lucinda Riley heeft een indrukwekkend oeuvre opgebouwd en staat bekend om haar vermogen om grote emoties te verweven met historische settings. Het laatste lied lijkt op papier alles in zich te hebben om opnieuw te overtuigen: Ierland in de jaren zestig, de opkomst van de rockmuziek, een allesverzengende liefde en een mysterie dat decennia later nog altijd doorwerkt. Toch liet deze roman me vaker met frustratie dan met ontroering achter.
Wat vooral opvalt, is hoe gehaast het verhaal aanvoelt. Dialogen volgen elkaar in hoog tempo op, maar missen regelmatig de natuurlijke overgangen die gesprekken geloofwaardig maken. Personages lijken soms van onderwerp te wisselen zonder duidelijke aanleiding, alsof bepaalde zinnen of gedachten zijn weggevallen. Dit zorgt niet alleen voor verwarring, maar wekt ook de indruk dat scènes snel moesten worden afgehandeld om plaats te maken voor de volgende plotontwikkeling. Als lezer blijf je achter met het gevoel dat je steeds nét te weinig houvast krijgt.
Ook de emotionele kern van het boek – de relatie tussen Sorcha O’Donovan en muzikant Con Daly – weet niet volledig te overtuigen. Hun liefde moet allesbepalend zijn, maar ontvouwt zich zo snel dat er weinig ruimte is om die band echt te voelen. De achtergrond van Ierland in 1964 en later Londen tijdens de muzikale doorbraak van Con wordt wel geschetst, maar blijft opvallend oppervlakkig. Het decor had zoveel meer kunnen betekenen voor de personages en hun keuzes, maar fungeert vooral als achtergrond, niet als dragende kracht.
De spanning waarop het verhaal leunt, wordt bovendien niet consequent waargemaakt. Plotwendingen die groots en onthullend zouden moeten zijn, komen vaak minder sterk uit dan gehoopt. Het duistere geheim uit Cons verleden, dat als een schaduw over het hele verhaal hangt, mist uiteindelijk de emotionele impact die het belooft. Ook de mysterieuze verdwijning van Con, en de implicaties daarvan twintig jaar later, voelt eerder geforceerd dan echt intrigerend.
De tijdsprong van twintig jaar biedt in theorie ruimte voor verdieping en reflectie, maar ook hier blijft Riley te veel aan de oppervlakte. Belangrijke ontwikkelingen worden verteld in plaats van beleefd, waardoor hun gewicht nauwelijks doordringt. Het verhaal lijkt voortdurend vooruit te willen, zonder stil te staan bij de gevolgen van wat er verloren is gegaan.
Het laatste lied is daarmee vooral een roman vol gemiste kansen. De ingrediënten zijn aanwezig, maar de uitwerking schiet tekort. Door het hoge tempo, de rommelige dialogen en de tegenvallende plotwendingen blijft het boek emotioneel op afstand. Voor een auteur die vaak uitblinkt in gelaagde verhalen, voelt deze roman verrassend onvoldragen aan — een werk dat had kunnen raken, maar uiteindelijk niet blijft nazingen. Zou het kunnen dat haar zoon die dit werk, na haar overlijden, heeft herschreven een appel is die wel erg ver van de boom gevallen is?
Patrick Conrad
Reddend zwemmen
Minnaar tegen elke prijs
Nazomer
De erfenis
Coudenberg
Levende wezens
Het dodenschip
Dwars door Afrika
Wachten
Een schitterend gebrek
Liefde heeft geen hersens
Bach dag na dag
Nog lang geen winter
Het Bernini Mysterie
Een zachte vernieling
Onderstroom
Genoeg nu over mij
Bechamel Mucho
Literaire vendetta’s
Marc van der Meer
De verovering van België