Met Het puttertje schreef Donna Tartt een omvangrijke roman over verlies, kunst, liefde en de grillige manier waarop het lot een mensenleven kan bepalen. Het verhaal volgt Theo Decker vanaf zijn dertiende tot in zijn volwassenheid en laat zien hoe één traumatische gebeurtenis zijn verdere leven diepgaand beïnvloedt.
Theo woont in New York wanneer hij samen met zijn moeder een museum bezoekt. Daar vindt een aanslag plaats waarbij zijn moeder om het leven komt. Theo overleeft, maar verliest in één klap de belangrijkste persoon in zijn leven. In de chaos na de explosie neemt hij een klein schilderij mee: Het puttertje van de zeventiende-eeuwse Nederlandse schilder Carel Fabritius. Het kunstwerk wordt vervolgens een geheim dat Theo jarenlang met zich meedraagt.
Het schilderij is veel meer dan een belangrijk voorwerp in het verhaal. Voor Theo vormt het een tastbare verbinding met zijn moeder en met het leven dat hij vóór de aanslag had. Naarmate hij ouder wordt, krijgt het kunstwerk steeds nieuwe betekenissen. Het staat voor herinnering en schoonheid, maar ook voor schuld en verlies. Theo kan het verleden niet terugbrengen, maar hij kan het schilderij wel bewaren.
Na de dood van zijn moeder komt Theo terecht bij de familie van een rijke vriend. Daar ontdekt hij een wereld die sterk verschilt van de omgeving waarin hij is opgegroeid. Hij ontmoet de familie Barbour, raakt bevriend met Boris en ontwikkelt een bijzondere band met Hobie, een meubelmaker en restaurateur die hem kennis laat maken met de wereld van kunst en antiek.
Vooral Hobie is belangrijk voor Theo’s ontwikkeling. In zijn werk ontdekt Theo een manier om zich te verbinden met het verleden. Oude meubels en kunstvoorwerpen dragen sporen van eerdere levens en laten zien dat schoonheid de tijd kan overleven. Dat sluit nauw aan bij Theo’s verhouding tot het schilderij: ook hij probeert iets uit het verleden vast te houden.
Maar Theo’s leven wordt niet alleen bepaald door kunst. Hij raakt steeds verder verwijderd van de stabiele wereld waarin hij aanvankelijk terechtkomt. Zijn vader keert terug in zijn leven en Theo belandt uiteindelijk in Las Vegas, waar hij samen met Boris een leven leidt dat wordt beheerst door drank, drugs, gokken en roekeloos gedrag. De tegenstelling tussen de verfijnde kunstwereld en de destructieve wereld van Theo en Boris geeft de roman een belangrijke spanning.
Boris is daarbij een fascinerend tegenwicht voor Theo. Waar Theo zich voortdurend schuldig voelt en probeert zijn verleden te begrijpen, lijkt Boris veel losser met regels en gevolgen om te gaan. Hun vriendschap is intens, maar ook gevaarlijk. Samen raken ze betrokken bij situaties die Theo steeds verder van het leven verwijderen dat hij eigenlijk zou willen leiden.
Tartt laat zo zien dat trauma niet alleen bestaat uit herinneringen aan één gebeurtenis. Het beïnvloedt ook de keuzes die iemand daarna maakt. Theo probeert zijn verdriet op verschillende manieren te verdringen, maar blijft tegelijkertijd steeds naar zijn moeder terugverlangen. Zijn obsessie met het schilderij is daarom zowel een bron van troost als een last.
De roman stelt bovendien voortdurend vragen over de betekenis van kunst. Waarom kan een klein schilderij zo’n enorme invloed hebben op een mensenleven? Wat maakt een kunstwerk waardevol? En kan kunst iemand werkelijk troost bieden wanneer de werkelijkheid ondraaglijk is?
Tartt geeft daar geen eenvoudig antwoord op. Kunst kan de werkelijkheid niet herstellen, maar kan wel een manier zijn om ermee te leven. Het puttertje zelf wordt daarvan het belangrijkste voorbeeld. Het schilderij heeft een geschiedenis die veel ouder is dan Theo’s eigen leven en zal waarschijnlijk ook na hem blijven bestaan. Juist die duurzaamheid geeft Theo een gevoel van verbondenheid met iets dat groter is dan hijzelf.
De titel verwijst naar het schilderij van Carel Fabritius, waarop een puttertje aan een ketting is afgebeeld. Dat beeld krijgt binnen de roman een symbolische lading. Theo voelt zich zelf eveneens gevangen: door zijn verdriet, zijn geheim, zijn herinneringen en de gevolgen van zijn keuzes. Tegelijkertijd blijft hij verlangen naar vrijheid.
Een sterke kant van de roman is de manier waarop Tartt verschillende levensfasen van Theo met elkaar verbindt. De jongen die zijn moeder verliest, de adolescent die in Las Vegas ontspoort en de volwassen man die probeert zijn leven weer op orde te krijgen, zijn verschillende versies van dezelfde persoon. Zijn verleden verdwijnt nooit volledig, maar verandert voortdurend van betekenis.
De omvang van het boek is aanzienlijk. Tartt neemt dan ook veel tijd voor haar personages en hun omgeving. Dat levert een rijk en gedetailleerd verhaal op, maar het betekent ook dat het tempo sterk wisselt. Vooral in het middendeel zijn er lange beschouwende passages waarin het verhaal minder snel vooruitgaat. Een lezer die vooral spanning zoekt, kan dat als een nadeel ervaren.
Daar staat tegenover dat de roman juist door zijn omvang een overtuigend portret van Theo kan geven. Zijn ontwikkeling wordt niet in enkele grote sprongen verteld. Tartt laat hem jarenlang zoeken, fouten maken, terugvallen en opnieuw proberen zijn leven richting te geven. Daardoor voelt zijn ontwikkeling uiteindelijk minder als een plotmechanisme en meer als een werkelijk mensenleven.
De combinatie van spanning en beschouwing is kenmerkend voor het boek. Het puttertje bevat elementen van een misdaadroman, maar is uiteindelijk vooral een roman over identiteit en verlies. De vraag wat er met het schilderij gebeurt, zorgt voor spanning, maar de belangrijkere vraag is wat er met Theo gebeurt.
Ook de verschillende plaatsen waar Theo terechtkomt, functioneren als spiegel voor zijn ontwikkeling. New York staat aanvankelijk voor zijn vertrouwde leven, Las Vegas voor ontsporing en Amsterdam uiteindelijk voor de kunstwereld waarin hij een deel van zichzelf probeert terug te vinden. De geografische beweging van het verhaal weerspiegelt daarmee zijn innerlijke ontwikkeling.
De roman werd bekroond met de Pulitzer Prize for Fiction in 2014. Daarmee werd Tartts derde roman ook officieel erkend als een van de belangrijkste Amerikaanse literaire werken van zijn verschijningsjaar.
Barakstad
Redder
Het gebeurt, het gebeurt elke dag
Tabac
Val maar niet van de bergen
Occo
Retour Pretoria
Onderstroom
De Hit Encyclopedie
Dagboek 1933
Charley Toorop
Rouwdouwers
Val
Nathan Sid
Los
Geesten van Boedapest
Mannen met zwarte gezichten
De pruimenpluk
Gewassen vlees
Golden Earring
Literaire vendetta’s
Maria Philippens