In Hotel du Nord laat Remco Campert een aantal personages samenkomen in een Amsterdamse omgeving waarin vervreemding, eenzaamheid en verlangen voortdurend onder de oppervlakte aanwezig zijn. Het hotel uit de titel vormt daarbij meer dan alleen een decor: het is een tijdelijke verblijfplaats voor mensen die zelf nergens helemaal thuis lijken te zijn.
Campert heeft een bijzondere gave om grote gevoelens in kleine gebeurtenissen te verpakken. Zijn personages maken geen heroïsche avonturen mee. Ze praten, drinken, ontmoeten elkaar, herinneren zich vroegere liefdes en proberen zich een houding te geven tegenover een bestaan dat niet altijd loopt zoals ze hadden gehoopt. Juist die alledaagsheid maakt de verhalen herkenbaar.
Een belangrijk motief is de behoefte aan contact. De personages zoeken elkaar op, maar weten tegelijk niet goed hoe ze werkelijk tot een ander kunnen doordringen. Achter luchtige gesprekken en terloopse opmerkingen schuilt vaak eenzaamheid. Campert schrijft daarover zonder zwaar psychologisch commentaar. Hij laat de lezer vooral zelf aanvoelen wat er onder de oppervlakte gebeurt.
Dat past bij zijn stijl. Campert schrijft helder, soepel en met een sterk gevoel voor ritme. Zijn proza heeft iets converserends: alsof de schrijver naast de lezer zit en zonder veel omhaal een verhaal vertelt. Maar achter die ogenschijnlijke eenvoud zit een nauwkeurige observatie van menselijke verhoudingen. Een kleine blik, een herinnering of een achteloze opmerking kan plotseling een hele voorgeschiedenis suggereren.
Ook humor speelt een belangrijke rol. Campert kijkt met enige ironie naar zijn personages en naar de wereld waarin zij zich bewegen. Die humor maakt het verdriet niet ongedaan, maar voorkomt wel dat het verhaal sentimenteel wordt. Zijn personages zijn tegelijk tragisch en komisch, zoals mensen in het dagelijks leven dat vaak zijn.
Hotel du Nord kan bovendien worden gelezen tegen de achtergrond van Camperts eigen literaire ontwikkeling. Hij was begonnen als dichter en maakte deel uit van de Vijftigers, maar ontwikkelde daarnaast een zeer toegankelijk proza waarin poëtische observatie en alledaagse spreektaal samengaan. Ook hier is die combinatie duidelijk aanwezig.
Wat het boek vooral aantrekkelijk maakt, is de sfeer. Campert heeft weinig woorden nodig om een bepaalde stemming op te roepen. Amsterdam wordt geen toeristisch decor, maar een stad van kamers, straten, cafés en ontmoetingen. De personages lijken voortdurend onderweg, maar hun beweging brengt hen niet noodzakelijk dichter bij een bestemming.
Daarin schuilt ook de betekenis van het hotel. Een hotel is per definitie tijdelijk. Mensen komen er aan en vertrekken weer. Het is een plaats waar vreemden elkaar kunnen ontmoeten zonder werkelijk deel van elkaars leven te worden. Dat past uitstekend bij Camperts belangstelling voor vluchtige relaties en mensen die proberen ergens houvast te vinden.
De kracht van het boek zit dan ook minder in een ingewikkelde plot dan in de manier waarop Campert menselijke situaties observeert. Hij schrijft over verlangen zonder grote verklaringen, over eenzaamheid zonder pathos en over liefde zonder die te romantiseren. De personages blijven enigszins ongrijpbaar, maar juist daardoor krijgen ze iets menselijks.
Voor de hedendaagse lezer kan het tempo soms rustig aandoen. Campert vraagt niet om voortdurend door te lezen om te weten wat er gaat gebeuren. Het plezier zit eerder in de toon, de dialogen en de kleine verschuivingen in de relaties tussen mensen.
Eén boek per dorp
De dood in Venetië
De zeventiende
Het verdampte land
Honger
Dood in Berlijn
De van Seksen-Coburgs
Het was mijn verdomde plicht
Je ziet mij nooit meer terug
De schoft
De gedrevene
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Zeven sloten
Als alles bijzonder is, is niets nog bijzonder
Val maar niet van de bergen
Parade
Bankgeheim
Het huis met de geesten
Meesterlijk
Mijn verzameling dode vrienden
Dagen van gras
In het licht van de leugen
Pallieter