We krijgen tegenwoordig te veel prikkels binnen. Nieuws, beelden, meningen, reclame, berichten, podcasts, filmpjes en eindeloze hoeveelheden tekst. Alles vraagt om aandacht en bijna niets krijgt die nog lang genoeg. Erik Jan Harmens maakt van die overprikkelde werkelijkheid het onderwerp van Iets wat beklijft.
Het boek bestaat uit honderden korte vignetten waarin Harmens persoonlijke ervaringen, observaties, taalvondsten en filosofische gedachten naast elkaar zet. Het ene fragment is geestig, het volgende wrang of ontregelend en een ander blijft juist hangen omdat het nauwelijks meer lijkt te zijn dan een eenvoudige observatie. Samen vormen ze geen traditioneel verhaal, maar een mozaïek van een hoofd waarin voortdurend iets gebeurt.
Die vorm is geen toevallige verpakking. Harmens schrijft over een wereld waarin concentratie steeds moeilijker wordt en waarin nieuwe informatie nauwelijks tijd krijgt om betekenis te krijgen. Het boek doet daarom iets merkwaardigs: het bestrijdt de overvloed aan prikkels met nog meer taal. Juist daarin zit de centrale paradox van Iets wat beklijft.
Harmens probeert niet één groot betoog op te bouwen. Hij vertrouwt op de kracht van het korte fragment. Een gedachte wordt neergezet, omgedraaid of soms bewust niet afgemaakt. Humor voorkomt dat het boek al te somber wordt. De schrijver kijkt scherp naar het alledaagse en weet geregeld iets gewoons zo te formuleren dat het plotseling vreemd wordt.
Dat levert mooie momenten op, maar de gekozen vorm heeft ook een keerzijde. Niet ieder vignet is even sterk. Wie honderden observaties achter elkaar leest, merkt onvermijdelijk dat sommige gedachten meer blijven hangen dan andere. Het boek gaat juist over de vraag wat beklijft, maar kan daardoor ook worden geconfronteerd met zijn eigen probleem: sommige passages verdwijnen vrijwel onmiddellijk nadat je ze hebt gelezen.
Dat is geen onbelangrijk bezwaar. De kracht van een fragmentenboek hangt sterk af van ritme en selectie. Harmens heeft duidelijk veel te zeggen, maar soms voelt de overvloed eerder als illustratie van het probleem dan als een oplossing ervoor. Het boek wil grip krijgen op een wereld waarin alles vluchtig wordt, terwijl het zelf voortdurend nieuwe gedachten aan de lezer toevoegt.
Toch is dat ook wat Iets wat beklijft interessant maakt. Harmens probeert de hedendaagse informatiestroom niet van buitenaf te analyseren. Hij staat er middenin. Zijn eigen denken, herinneringen en waarnemingen worden onderdeel van de maalstroom die hij beschrijft.
Harmens schrijft compact, associatief en met gevoel voor het absurde. Achter de humor zit geregeld iets kwetsbaars: de angst dat aandacht versnippert, herinneringen vervagen en woorden hun betekenis verliezen wanneer er simpelweg te veel van zijn.
Het boek sluit daarmee aan bij een oeuvre waarin persoonlijke ervaring en maatschappelijke observatie vaker door elkaar lopen. Na onder meer Hallo muur en Het Grote Autismeboek blijft Harmens geïnteresseerd in de manier waarop de wereld bij een individu binnenkomt.
De titel is meer dan een aardige woordspeling. Iets wat beklijft is een onderzoek naar aandacht en geheugen: wat blijft er over wanneer een mens voortdurend nieuwe indrukken moet verwerken? Harmens geeft daar geen sluitend antwoord op. Hij probeert vooral met taal enkele momenten uit die stroom te halen en ze vast te houden.
Wunderland
Denken helpt
De schaduw van Kolwezi
Residu
Gezicht van het kwaad
Pertinenties van Polly Dewit
De dood in Venetië
Dutch Americans
Een vrouw in Berlijn
Charley Toorop
Bres
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Ex-reporter
Meester Mitraillette
Monte Carlo
Nevermore
De tastbare wereld van Johannes Vermeer
Een geschiedenis van België
Scheuren in de toekomst
Tongkat
Noord
Mrs Dalloway
Waarom heeft een schrijver een corrector nodig?