In Ik denk dat het zal regenen als ik doodga schetst Daan Vanslembrouck een tragikomisch portret van Joseph Blaes, een man die het leven lange tijd heeft ondergaan in plaats van geleefd. Dik bebaard, excentriek en goedmoedig, maar ook diep vereenzaamd, draagt Joseph de herinnering aan Lutgarde als een molensteen rond zijn nek. Pas na haar dood, in de herfst van zijn leven, waagt hij zich aan een laatste groot project: Uitgeverij Blaes. Vanuit een oubollig dakappartement biedt de slechtziende Joseph onbekende schrijvers een kans om gelezen te worden. Die eenvoudige, haast ontroerende daad vormt het hart van een roman over laat ontluikende moed, gemiste kansen en de vraag of het ooit te laat is om betekenis te geven aan een leven.
Naast deze intieme karakterstudie laat Vanslembrouck de lezer meekijken over Josephs schouder naar Het Eindige, een bevreemdend manuscript dat voortdurend balanceert tussen absurditeit en existentiële reflectie. De bizarre beelden — middeleeuwse slotenmakers, tandartsen met een zorgwekkende trekdrang, snauwende viervoeters en een groteske wedstrijd op een Alpencol — zorgen voor een speelse, soms kolderieke ondertoon. Tegelijk confronteren ze Joseph (en de lezer) met ongemakkelijke vragen over sterfelijkheid, schuld en wat er na de dood zou kunnen resteren. Deze gelaagdheid maakt het boek meer dan een rechtlijnig verhaal: het is een dialoog tussen het geleefde leven en de verbeelding.
Vanslembrouck schrijft met een fijne balans tussen humor en melancholie. De roman is lichtvoetig zonder oppervlakkig te worden en filosofisch zonder zwaar op de hand te zijn. Ik denk dat het zal regenen als ik doodga is een warme, eigenzinnige roman die laat zien dat inspiratie, net als hoop, zich soms pas helemaal aan het einde van het leven aandient — en dan des te harder binnenkomt.
Sprokkelaars
Lázár
Redder
Stoute schoenen
De bewaker
Levende wezens
De druivenfluisteraar
Het was mijn verdomde plicht
Boek vol levens
Het geschenk
Coudenberg
De brief
Het onmogelijke verlangen van de poëzie
Levensvonk
Verzen
Menuet
Verwarring
Robert Haagsma
Paula
Amerika, dat zijn wij
Rode zomer
De meeste mensen deugen