La guitarra
Empieza el llanto
de la guitarra.
Se rompen las copas
de la madrugada.Empieza el llanto
de la guitarra.
Es inútil
callarla.
Es imposible
callarla.Llora monótona
como llora el agua,
como llora el viento
sobre la nevada.Es imposible
callarla.Llora por cosas
lejanas.Arena del Sur caliente
que pide camelias blancas.Llora flecha sin blanco,
la tarde sin mañana,
y el primer pájaro muerto
sobre la rama.¡Oh guitarra!
Corazón malherido
por cinco espadas.
Er zijn weinig gedichten waarin Federico García Lorca met zo weinig woorden zo’n diepe emotionele wereld weet op te roepen als in La guitarra. Het gedicht verscheen in Poema del cante jondo, de bundel waarin Lorca zich liet inspireren door de eeuwenoude zangtraditie van Andalusië. Daar is de gitaar geen begeleidend instrument, maar een stem die het menselijk verdriet vertolkt wanneer woorden tekortschieten.
Vanaf de eerste regel krijgt de gitaar bijna iets menselijks. Haar klank wordt een onophoudelijk huilen dat niet tot zwijgen kan worden gebracht. Dat verdriet is niet verbonden aan één gebeurtenis of één persoon; het overstijgt het individuele en raakt aan een universeel besef van verlies, verlangen en vergankelijkheid. De beelden die Lorca oproept – het water, de wind, het warme zand, de dode vogel – lijken eenvoudig, maar verbergen een symboliek die zich niet makkelijk laat verklaren.
De kracht van La guitarra schuilt juist in die ogenschijnlijke eenvoud. De herhaling van woorden en ritme doet denken aan de bezwerende cadans van de flamenco, waarin muziek en emotie samenvallen. Zo wordt de gitaar niet alleen een instrument, maar ook een metafoor voor de menselijke ziel: kwetsbaar, gewond en tegelijk onverminderd levend.
Ruim negentig jaar na zijn ontstaan heeft dit gedicht niets aan zeggingskracht verloren. Het laat zien waarom Lorca tot de grootste dichters van de twintigste eeuw behoort: hij wist het persoonlijke te verheffen tot iets tijdloos, waarin iedere lezer een eigen echo van verdriet, schoonheid en verlangen kan herkennen.
Dankzij de bezielde vertaling van Bart Vonck blijft niet alleen de betekenis behouden, maar ook de ritmische cadans en de poëtische gelaagdheid die Lorca’s verzen zo tijdloos maken.
De stad
Daar zit een boek in!
Leve mij
Eigen aan mensen
Opwaaiende zomerjurken
Brussel Noir
Het station
Boos meisje
Terug naar China
Vallen is als vliegen
De zeventiende
Het verraad aan de Verlichting
Alleen
De vermaledijde vaders
Stoute schoenen
Tosca
Culturele zelfhypnose?
De schat van de falcon
Jan Sijnave
Dit kan niet waar zijn
De regels van het ciderhuis
De vrouw die uit Auschwitz ontsnapte