Sneeuw maakt de wereld stiller, maar in In het wit van Roderik Six wordt die stilte vooral een beeld voor wat langzaam verdwijnt. Een jonge vrouw reist door een besneeuwd landschap naar haar dementerende vader. In zijn hoofd sneeuwt het al langer: herinneringen raken bedekt, woorden verdwijnen en de persoon die hij ooit was, wordt steeds moeilijker bereikbaar. Tegenover dat verhaal staat dat van een moeder die terugkijkt op haar jonge moederschap. In drie delen ontvouwt Six een intieme roman over ouders en kinderen, herinnering, identiteit en de angst om jezelf of een ander kwijt te raken.
Het eerste deel volgt M, een jonge vrouw die haar vader in een woonzorgcentrum bezoekt. Hij lijdt aan dementie en zijn geheugen en taalvermogen takelen steeds verder af. M probeert hem te bereiken, maar merkt dat de vanzelfsprekendheden waarop een relatie tussen ouder en kind rust langzaam verdwijnen. Haar vader is er nog, maar tegelijk ook steeds minder aanwezig. Dat maakt haar bezoek tot iets dubbelzinnigs: ze gaat naar hem toe om bij hem te zijn, maar moet ondertussen afscheid nemen van iemand die nog leeft.
Six beschrijft dementie niet alleen als een medische aandoening, maar vooral als een aantasting van identiteit. Wanneer herinneringen verdwijnen, verdwijnen immers ook de verbindingen waarmee iemand zijn eigen leven begrijpt. Wie ben je nog wanneer de namen, gebeurtenissen en verhalen die je tot jezelf maken stukje bij beetje verdwijnen? Het beeld van de sneeuw werkt hier bijzonder goed. Wat eerst mooi en bijna betoverend lijkt, bedekt langzaam alles wat eronder ligt.
In het tweede deel maakt Six een sprong terug in de tijd. De lezer leert Iris kennen, de moeder van M. Het perspectief verschuift daarmee van de dochter naar de vrouw die haar moeder is geworden. Dat is een sterke ingreep, omdat het beeld dat M van haar moeder heeft opgebouwd niet volledig overeenkomt met de werkelijkheid die de lezer nu te zien krijgt.
Iris worstelt met het moederschap. Het boek maakt daarbij korte metten met het romantische beeld van de jonge moeder voor wie een kind automatisch het hoogtepunt van haar leven vormt. Zwangerschap en moederschap kunnen ook lichamelijk uitputtend, verstikkend en verwarrend zijn. Six geeft Iris ruimte voor gevoelens waarover minder gemakkelijk wordt gesproken: twijfel, frustratie, vermoeidheid en het besef dat het leven dat ze zich had voorgesteld niet noodzakelijk het leven is dat ze daadwerkelijk krijgt.
Daarmee wordt In het wit ook een roman over de verwachtingen die aan moederschap worden opgelegd. De vraag is niet alleen of een vrouw van haar kind houdt, maar ook wat er gebeurt wanneer het moederschap haar identiteit, vrijheid en verwachtingen over zichzelf ingrijpend verandert. Six behandelt dat zonder Iris tot een eenvoudig slachtoffer of een slechte moeder te maken.
Het derde deel brengt de verschillende lijnen op een ingrijpende manier samen. M blijkt zelf ziek te zijn en krijgt te maken met afasie. Net als haar vader wordt ook zij geconfronteerd met het verlies van taal. Wat eerst vooral een angst van haar vader leek, komt daardoor gevaarlijk dichtbij.
Dat maakt de roman uiteindelijk veel meer dan een verhaal over dementie. Taal vormt de ruggengraat van In het wit. M is een schrijver en taal is voor haar niet zomaar een communicatiemiddel, maar een manier om de werkelijkheid te begrijpen en zichzelf uit te drukken. Wanneer woorden verdwijnen, wordt niet alleen communicatie moeilijker. Ook de toegang tot de eigen identiteit komt onder druk te staan.
Daarin ligt een van de sterkste ideeën van het boek. Six laat zien hoe nauw taal verbonden is met herinnering. We bewaren ons leven in verhalen, namen, zinnen en herinneringen. Wanneer die verdwijnen, wordt het steeds moeilijker om te weten wie we zijn en waar we vandaan komen.
De sneeuw is het beeld dat de verschillende betekenislagen van de roman bijeenhoudt. Ze is aanvankelijk mooi en stil, maar ze bedekt ook de wereld. In de roman wordt sneeuw daarmee bijna een fysieke voorstelling van dementie en afasie: iets dat langzaam het zicht beneemt. Wat gisteren nog zichtbaar was, raakt vandaag bedekt.
Ook de tegenstelling tussen wit en warmte is belangrijk. De sneeuw maakt de omgeving koud en stil, terwijl de roman juist draait om menselijke nabijheid. M probeert haar vader vast te houden, Iris probeert zich tot haar moederschap te verhouden en de personages zoeken voortdurend naar manieren om contact te maken. De buitenwereld is koud; de menselijke relaties proberen daar iets tegenover te stellen.
De grootste kracht van het boek ligt in de taal. Six schrijft zinnen die niet alleen informatie geven, maar ook proberen te laten voelen wat er met zijn personages gebeurt. De sneeuw wordt bijvoorbeeld niet simpelweg beschreven als meteorologisch verschijnsel. Ze krijgt een eigen ritme en klank. Een recensent van Tzum noemt de stijl poëtisch, beeldend en tegelijk trefzeker en wijst erop hoe Six zelfs binnen dit zware onderwerp ruimte laat voor humor.
Die stilistische aandacht is geen versiering. In een roman over het verdwijnen van taal krijgt de taal van de schrijver juist extra gewicht. Six lijkt voortdurend te willen laten zien wat taal kan zolang ze nog beschikbaar is. Juist omdat zijn personages woorden dreigen kwijt te raken, worden de woorden van de roman zelf kostbaar.
Daarmee heeft In het wit ook iets zelfreflexiefs. Een schrijver maakt een boek over mensen die hun vermogen om herinneringen en ervaringen in taal vast te leggen verliezen. De roman wordt daardoor bijna een poging om te bewaren wat in het verhaal verloren dreigt te gaan.
De perspectiefwisseling tussen M en Iris werkt eveneens goed. De lezer krijgt eerst een beeld van de moeder vanuit de herinnering van haar dochter en krijgt vervolgens toegang tot de vrouw achter die herinnering. Daardoor wordt duidelijk hoe beperkt onze kennis van anderen eigenlijk is. Een kind kan jarenlang een bepaald beeld van zijn moeder koesteren, terwijl die moeder zelf een heel andere werkelijkheid heeft ervaren.
Ook de relatie tussen ouder en kind wordt daardoor minder eenduidig. Ouders geven hun kinderen een geschiedenis, maar kinderen maken vervolgens hun eigen versie van die geschiedenis. Later, wanneer de rollen door ziekte omkeren, kan het kind zelfs degene worden die de ouder probeert vast te houden.
Dat maakt de roman ook een boek over afscheid. Niet alleen het afscheid van iemand die sterft, maar het veel ongemakkelijkere afscheid van iemand die nog leeft en toch geleidelijk verdwijnt. De vader van M is lichamelijk aanwezig, maar zijn herinneringen en taal verdwijnen. En wanneer M zelf met afasie wordt geconfronteerd, wordt duidelijk dat ook zij niet aan die kwetsbaarheid ontsnapt.
In het wit is daarmee een veel intiemere roman dan Six’ eerdere werk. Na de post-apocalyptische dreiging van Vloed, Val en Volt en het donkere Monster richt hij zijn blik hier niet langer op een ontwrichte buitenwereld, maar op de kwetsbaarheid van het individu. De apocalyps is niet langer maatschappelijk of futuristisch. Ze voltrekt zich in het hoofd van een mens.
Van onze jongens geen nieuws
Weekdier
Vuile lakens
Een dag op het stembureau
Val maar niet van de bergen
Ola en de dingen
Een beetje gek
De grap
Moord in het Grand Alpine Hotel
Zeg, ken jij de mosselman?
Beste Michele
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Waarom behandelen we poëzie alsof niemand ze echt hoeft te lezen?
Vonkie
Top Secret
Het puttertje
De Belg
Wat bomen ons vertellen
Aria
De wijsheid van een eiland
Vlaamse vergezichten
Weldoeners
Killer