In Spaanse loopgraven van Vincent Scheltiens Ortigosa en Sven Tuytens verschuift de blik van de Spaanse Burgeroorlog zelf naar een vraag die in de geschiedschrijving minder aandacht heeft gekregen: wat deed België met de oorlog die vanaf 1936 in Spanje woedde? De auteurs laten zien dat die oorlog ook vanuit België werd gevoerd, ondersteund, bestreden en ondergaan. Ongeveer 2.400 vrijwilligers vertrokken vanuit België naar Spanje, onder wie Belgen en politieke vluchtelingen die in België verbleven. Daarnaast waren er Belgische verpleegkundigen, journalisten en hulpverleners, werden duizenden Spaanse kinderen in België opgevangen en speelde België een rol in de illegale wapenhandel.
Die brede invalshoek is de belangrijkste verdienste van het boek. In acht hoofdstukken behandelen Scheltiens en Tuytens uiteenlopende aspecten van de Belgische betrokkenheid: van de Internationale Brigaden en de medische hulp tot de opvang van Baskische kinderen, de Belgische economische belangen en de Belgische vrijwilligers die juist aan de kant van Franco vochten. Daardoor ontstaat geen klassieke militaire geschiedenis van de Spaanse Burgeroorlog, maar een geschiedenis van de vele manieren waarop het conflict in België doorwerkte. Een recente bespreking benadrukt precies die breedte en noemt het boek een uitgebreid, zij het niet allesomvattend overzicht.
Bijzonder sterk is het hoofdstuk over de Belgische vrijwilligers. De auteurs maken duidelijk dat de Internationale Brigaden niet alleen een Spaans of buitenlands fenomeen waren, maar ook een Belgisch verhaal. Veel van de vrijwilligers kwamen uit socialistische, communistische of syndicale kringen. Na hun terugkeer werden zij echter niet als helden ontvangen: sommigen werden vervolgd omdat zij in een buitenlands leger hadden gediend, terwijl anderen later hun oorlogservaring gebruikten in het Belgische verzet tegen de Duitse bezetter. De Spaanse Burgeroorlog verschijnt zo als een vooroorlogse episode die rechtstreeks doorloopt in de geschiedenis van België tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Minstens zo aangrijpend is het verhaal van de Spaanse kinderen die naar België werden gebracht. Meer dan vijfduizend kinderen uit republikeinse gebieden vonden hier tijdelijk een veilig onderkomen. De auteurs laten zien dat hun verhaal niet eindigde met de terugkeer naar Spanje. Kinderen van republikeinse ouders konden onder Franco worden gestigmatiseerd als hijos de rojo, terwijl sommige kinderen hun ouders verloren of via instellingen van Kerk en staat in andere gezinnen terechtkwamen. Daarmee maakt het boek duidelijk dat een oorlog ook lang na het verdwijnen van het front blijft doorwerken in individuele levens.
Ook de Belgische houding tegenover Franco wordt uitvoerig behandeld. België onderschreef de internationale politiek van non-interventie, maar achter die officiële neutraliteit gingen economische belangen schuil. Belgische ondernemingen en financiële instellingen bleven betrokken bij handel en kredietverlening. Dat levert een ongemakkelijke tegenstelling op: terwijl Belgische vrijwilligers naar Spanje trokken om de republiek te verdedigen en Belgische hulpverleners zich voor oorlogsslachtoffers inzetten, konden Belgische economische belangen tegelijkertijd profiteren van betrekkingen met het kamp van Franco.
De auteurs beperken zich bovendien niet tot de republikeinse kant. Een veertigtal Belgen vocht aan de zijde van de nationalistische opstandelingen. Dat onderdeel is belangrijk, omdat het voorkomt dat In Spaanse loopgraven uitsluitend een geschiedenis van Belgische antifascistische solidariteit wordt. De tegenstelling tussen beide groepen is echter niet symmetrisch: de auteurs plaatsen de Belgische deelname aan de oorlog nadrukkelijk binnen de bredere strijd tussen republikeins Spanje en het internationaal ondersteunde fascisme van Franco, Hitler en Mussolini. Dat perspectief is duidelijk en verdedigbaar, maar het boek is daardoor eerder geëngageerde geschiedschrijving dan een afstandelijke militaire studie.
Scheltiens en Tuytens schrijven opvallend toegankelijk. Het boek is geen academische verhandeling die zich verliest in theoretische discussies, maar een historisch overzicht waarin veel concrete personen en gebeurtenissen worden samengebracht. De vele foto’s versterken dat karakter. Een recensent merkt op dat de beelden van vrijwilligers, verpleegsters, journalisten, kinderen en oorlogsslachtoffers de historische afstand soms bijna doorbreken. De journalistieke achtergrond van Tuytens en de historische expertise van Scheltiens vullen elkaar hier goed aan.
De breedte van het boek heeft ook een keerzijde. Wie vooral een diepgaande geschiedenis van de militaire gebeurtenissen, de Internationale Brigaden of de Belgische vrijwilligers verwacht, krijgt geregeld minder detail dan de titel misschien doet vermoeden. Het boek wil immers veel meer behandelen dan de loopgraven alleen. Een recensie wijst er terecht op dat de titel aanvankelijk een militair boek doet vermoeden, terwijl de ondertitel en de inhoud duidelijk maken dat het in werkelijkheid om de volledige Belgische betrokkenheid gaat. Soms krijgt de lezer daardoor eerder een reeks goed gekozen historische vensters dan één diep uitgewerkte verhaallijn.
Toch is juist die keuze uiteindelijk overtuigend. In Spaanse loopgraven maakt aannemelijk dat de Spaanse Burgeroorlog niet alleen een ver-van-ons-bed-conflict was, maar ook deel uitmaakt van de Belgische geschiedenis. De oorlog bracht Belgische idealisten naar het front, vluchtelingen en kinderen naar België, bracht economische belangen in beweging en vormde mensen die enkele jaren later opnieuw tegenover het fascisme zouden staan. De auteurs verbinden die verschillende verhalen bovendien met de naoorlogse erfenis van Franco, waardoor het boek niet ophoudt in 1939.
De belangrijkste verdienste van In Spaanse loopgraven is daarom niet dat het een nieuw algemeen verhaal over de Spaanse Burgeroorlog vertelt, maar dat het een vergeten Belgische dimensie zichtbaar maakt. Het boek laat zien hoe ingewikkeld de verhouding tussen idealisme, neutraliteit, economie en politiek in de jaren dertig was. Daarmee is het een toegankelijk en inhoudelijk rijk overzicht van een stuk Belgische geschiedenis dat lange tijd in de schaduw van de grotere Spaanse tragedie is gebleven.
Grondstoffen
Vuile lakens
Patrick Conrad
Het Droompad
22 banen
De schoft
Je ziet mij nooit meer terug
Bach dag na dag
Ruw
Moord in het Grand Alpine Hotel
Een geschiedenis van België
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
De Nijhoffs en ik
Het huis met de geesten
Brussel
April in Spanje
Dodenuur
Als alles bijzonder is, is niets nog bijzonder
Mijn lieve gunsteling
Theet 77
De tijd van de oligarchen
De schuilplaats
Een ontgoocheling