Johan Anthierens schreef Jacques Brel. De passie en de pijn niet alleen als journalist, maar ook als bewonderaar. Brel was voor hem meer dan een beroemde Belgische chansonnier: hij was een soort grote broer, een kunstenaar met wie Anthierens zich sterk verbonden voelde. Dat persoonlijke element bepaalt het hele boek.
Anthierens volgt Brel vanaf zijn Brusselse jeugd en zijn eerste stappen als zanger tot zijn grote doorbraak en de laatste jaren van zijn leven. Hij probeert daarbij niet alleen de carrière van Brel te reconstrueren, maar vooral de mens achter de artiest zichtbaar te maken: de rusteloze man die steeds verder wilde, die geen genoegen nam met middelmatigheid en die uiteindelijk ook de muziek achter zich liet.
Het boek is opgebouwd als een journalistiek portret, met verhalen, interviews, foto’s, herinneringen en passages rond Brels chansons. Anthierens laat bovendien mensen aan het woord die Brel van dichtbij hebben gekend. Daardoor ontstaat geen afstandelijke biografie, maar een collage van indrukken rond een uitzonderlijke persoonlijkheid.
De chansons nemen vanzelfsprekend een belangrijke plaats in. Anthierens probeert niet alleen te vertellen wat Brel zong, maar ook te laten zien waar de emotionele kracht van zijn werk vandaan kwam. Liefde, verlangen, woede, ouder worden, eenzaamheid en dood keren voortdurend terug. Brel zong niet over gevoelens op veilige afstand; hij leek ze iedere keer opnieuw zelf te ondergaan.
Dat verklaart ook de ondertitel De passie en de pijn. Bij Brel zijn beide nauwelijks van elkaar te scheiden. Zijn enorme gedrevenheid is tegelijkertijd zijn kracht en zijn kwetsbaarheid. Anthierens is vooral geïnteresseerd in die spanning. De zanger die op het podium alles geeft, blijkt ook iemand die voortdurend op zoek is naar een volgende uitdaging.
Anthierens trekt bovendien een duidelijke parallel tussen zichzelf en Brel. Ze waren allebei Brusselaars, maar belangrijker is dat Anthierens in Brel een verwante geest zag: iemand die zich niet gemakkelijk liet vastleggen en die steeds opnieuw zijn eigen weg wilde bepalen. Schrijversgewijs noemt het boek daarom terecht een portret waarin Anthierens, meer dan hij zelf wilde toegeven, ook zichzelf portretteert.
Dat persoonlijke karakter is tegelijk de kracht en de zwakte van het boek. Anthierens schrijft met grote betrokkenheid, maar daardoor ontbreekt soms de noodzakelijke afstand. Een kritische bespreking in Biografie Bulletin vond bijvoorbeeld dat de bewondering voor Brel het journalistieke oordeel van Anthierens in de weg stond.
Die kritiek is interessant, maar hoeft het boek niet onderuit te halen. Jacques Brel. De passie en de pijn moet vooral worden gelezen als een hommage. Anthierens wilde kennelijk niet de definitieve, objectieve Brel-biografie schrijven. Hij wilde zijn eigen Brel vastleggen: de kunstenaar die hem al jaren fascineerde.
De vormgeving past bij dat uitgangspunt. De oorspronkelijke uitgave uit 1998 werd opgevat als een rijk geïllustreerd boek met sterke vertalingen van chansons, kanttekeningen en verhalen rond Brel. Anthierens werkte daarbij samen met Karl Crabbé van de Stichting Jacques Brel. Schrijversgewijs beschrijft het resultaat als eerder een kunstwerk of getijdenboek dan een klassieke biografie.
Ook daardoor onderscheidt het boek zich van een gewone levensbeschrijving. Anthierens probeert de sfeer rond Brel te benaderen: de Brusselse achtergrond, de Franse chansons, de optredens, de reizen en uiteindelijk de terugtrekking uit de muziekwereld. De lezer krijgt daardoor niet alleen informatie over Brel, maar wordt vooral meegenomen in de fascinatie voor de man en zijn werk.
Yalla
Een beetje gek
De zeven zussen
Rode zomer
Stoute schoenen
Een vrouw in Berlijn
Monster
Bach dag na dag
Normaliteit
Een ijzige stilte
Joegoslavië
De duiker
De lege stad
Een revolverschot
Schiereiland
Herberg in ’t misverstand
Een mens is maar een wandelaar
Waarom vertrouwen we dikke boeken meer?
Confrontaties
Open hemel
Brandende liefde
Guido Gezelle