Kaas van Willem Elsschot wordt vaak gelezen als een ironische roman over een stuntelende kaashandelaar. Maar onder die droge humor schuilt iets veel herkenbaarders en pijnlijkers: een boek over een man die zichzelf probeert te heruitvinden omdat hij zich diep vanbinnen mislukt voelt.
Frans Laarmans leidt aanvankelijk een rustig, bijna kleurloos bestaan als kantoorklerk. Tot hij plots besluit in de kaasbusiness te stappen. Het is een absurd idee, en Elsschot weet dat zelf natuurlijk ook. Juist daarom werkt de roman zo goed. Want Kaas gaat nauwelijks over handel of ondernemerschap. Het gaat over sociale schaamte.
Laarmans wil eindelijk meetellen. Hij verlangt niet echt naar kaas, maar naar aanzien. Naar het gevoel dat hij iemand geworden is. Achter zijn nieuwe visitekaartjes, stapels Edammers en overdreven ambitie schuilt eigenlijk een man die bang is om onbeduidend te blijven.
Dat maakt Kaas vandaag nog verrassend modern.
Veel hedendaagse romans behandelen ambitie heroïsch: mensen moeten zichzelf “ontplooien”, risico’s nemen en hun dromen volgen. Elsschot kijkt veel cynischer — en eerlijker. Hij begrijpt dat ambitie vaak voortkomt uit onzekerheid. Uit de angst om door anderen als middelmatig gezien te worden.
Laarmans is ook geen klassieke tragische held. Hij is kleinburgerlijk, nerveus, ijdel en voortdurend bezig met hoe hij overkomt. Juist daardoor blijft hij zo menselijk. Iedereen kent dat gevoel: plots denken dat een ander leven mogelijk is, om daarna langzaam te ontdekken dat men zichzelf gewoon heeft meegenomen.
Elsschots stijl maakt de roman nog sterker. Zijn proza is sober, droog en precies. Geen grote psychologische verklaringen, geen emotionele uitbarstingen. De humor ontstaat juist uit de kalme manier waarop Laarmans zichzelf steeds dieper in absurditeit werkt. Onder bijna elke scène sluimert plaatsvervangende schaamte.
En toch wordt Kaas nooit wreed. Elsschot bespot zijn personage niet vanop afstand. Daarvoor begrijpt hij te goed hoe kwetsbaar menselijke waardigheid eigenlijk is. Achter de ironie zit zelfs iets teder: het besef dat mensen soms groteske dromen nodig hebben om het gewone leven draaglijk te maken.
Misschien blijft Kaas daarom zo geliefd. Niet omdat het over een mislukte zakenman gaat, maar omdat het blootlegt hoe dun de grens is tussen ambitie en zelfbedrog.
En hoe graag mensen willen geloven dat een ander leven hen eindelijk belangrijker zal maken.
Queer geschiedenis van Nederland
Een koffer vol citroenen
Een verhaal van twee geliefden
Dagboek van een cipier
Het was mijn verdomde plicht
De bewaker
Grand-hotel Europa
Beste Michele
Nevermore
Levensvonk
Theodoros
De drogreden
De goede zoon
Venetiaanse vespers
Eten met Emma
Nazomer
Harde regen
Waarom heeft een schrijver een corrector nodig?
Al onze gisterens
André Vermeulen
Het geheime dagboek van Emma M. Lion
Zolang de kippen draaien