Met Kameraad Baron richt Jaap Scholten zijn blik op een wereld die in West-Europa nauwelijks zichtbaar is: de oude aristocratie van Transsylvanië, een maatschappelijke bovenlaag die eerst door de Tweede Wereldoorlog en vervolgens door het communisme vrijwel volledig werd vernietigd. Scholten reist door Hongarije en Roemenië en spreekt met de nazaten van families die ooit over kastelen, landgoederen en enorme bezittingen beschikten.
Het resultaat is geen klassieke historische studie. Scholten schrijft als reiziger, journalist en betrokken buitenstaander. Hij bezoekt de plaatsen waar de aristocratische families vroeger woonden en spreekt met mensen die zelf de communistische periode hebben meegemaakt. Sommigen werden uit hun huizen verdreven, anderen belandden in kleine kamers of werden gedwongen tot zwaar lichamelijk werk. De vroegere adel werd door het communistische regime beschouwd als een vijandige klasse.
Juist die persoonlijke verhalen geven het boek zijn kracht. Scholten vertelt niet alleen wat er met kastelen en landgoederen gebeurde, maar vooral wat de onteigening met mensen deed. Families die generaties lang een bepaalde plaats in de samenleving hadden gehad, moesten plotseling helemaal opnieuw beginnen. Sommigen werden arbeiders, anderen leefden jarenlang in armoede of bleven in hun eigen omgeving als vreemden bestaan.
Een van de interessantste aspecten van het boek is dat Scholten de aristocraten niet uitsluitend als slachtoffers presenteert. Hij probeert ook te begrijpen wat deze families vóór het communisme betekenden. Dat levert een genuanceerder beeld op dan het eenvoudige verhaal waarin een nobele oude wereld door een kwaadaardig regime wordt vernietigd.
De Transsylvaanse adel had immers zelf een geschiedenis van macht en privileges. Het waren families die generaties lang land en mensen beheersten. Dat maakt hun ondergang historisch begrijpelijker, maar niet minder aangrijpend. Scholten laat vooral zien hoe radicaal het communisme met deze sociale laag afrekende.
De titel Kameraad Baron vat die tegenstelling mooi samen. ‘Kameraad’ verwijst naar de communistische samenleving, terwijl ‘baron’ juist staat voor een wereld van erfelijke titels en aristocratische tradities. Het zijn twee werelden die nauwelijks met elkaar te verenigen lijken. Toch komen ze in de verhalen van Scholten voortdurend samen.
Bijzonder is ook dat het boek niet ophoudt bij het verleden. Scholten spreekt met een jongere generatie die na de val van het communisme probeert iets van het familiekapitaal en de oude tradities terug te winnen. Zij zoeken naar manieren om landgoederen te herstellen, bossen te beheren of opnieuw een bestaan op te bouwen. Tegelijkertijd is de vraag wat zo’n aristocratische erfenis nog betekent in een moderne samenleving.
Daarmee wordt Kameraad Baron ook een boek over Oost-Europa na de val van het communisme. De politieke systemen zijn veranderd, maar de gevolgen van tientallen jaren onteigening en onderdrukking verdwijnen niet zomaar. Oude bezittingen moeten worden teruggegeven, historische verhoudingen moeten opnieuw worden bekeken en mensen moeten zich verhouden tot een verleden dat nooit helemaal is verdwenen.
Scholten heeft bovendien een duidelijke persoonlijke belangstelling voor het landschap. Zijn beschrijvingen van Transsylvanië zijn niet alleen informatief, maar soms uitgesproken lyrisch. De bossen, heuvels en oude landgoederen vormen een belangrijk onderdeel van de aantrekkingskracht van het boek. De jury van de Libris Geschiedenis Prijs wees expliciet op zijn liefde voor het Transsylvaanse landschap.
Die liefde wordt gecombineerd met humor. Scholten kan de aristocraten bewonderen en tegelijkertijd hun eigenaardigheden en hun soms ouderwetse vormen van snobisme met een zekere spot beschrijven. Ook de nieuwe rijken van Oost-Europa ontkomen niet aan zijn ironische blik. Daardoor wordt het boek nergens een nostalgische verheerlijking van de adel.
De journalistieke aanpak is misschien wel de grootste verdienste van Kameraad Baron. Scholten heeft duidelijk veel gesprekken gevoerd en veel materiaal verzameld. De geschiedenis wordt daardoor verteld vanuit herinneringen en persoonlijke getuigenissen. Het boek heeft in die zin een belangrijke oral-historycomponent: mensen die de communistische vervolging zelf hebben meegemaakt, vertellen wat hun familie is overkomen.
Dat maakt sommige passages bijzonder aangrijpend. Niet omdat Scholten ze zwaar aanzet, maar juist omdat de absurditeit van de gebeurtenissen voor zichzelf spreekt. Mensen die ooit in grote huizen woonden, konden plotseling nergens meer terecht. Familiebezittingen werden afgepakt, tradities verboden en levenslopen volledig omgebogen.
Tegelijkertijd blijft Scholten geïnteresseerd in het heden. Hij vraagt zich af wat er overblijft wanneer een oude maatschappelijke klasse bijna volledig is verdwenen. Kunnen de nakomelingen hun geschiedenis opnieuw betekenis geven zonder terug te verlangen naar een wereld die niet meer bestaat?
Dat is uiteindelijk de belangrijkste vraag van het boek. Kameraad Baron gaat niet alleen over de ondergang van de Transsylvaanse aristocratie, maar ook over het moeizame proces van herinneren. Wat moet een volgende generatie doen met een verleden dat zowel rijkdom en schoonheid als ongelijkheid en privilege bevat?
De aanpak van Scholten overtuigde de jury van de Libris Geschiedenis Prijs. In 2011 won hij de prijs met Kameraad Baron. De jury prees het boek als een bijzonder en belangrijk werk, onder meer vanwege het journalistieke onderzoek en het feit dat het een geschiedenis vertelde die volgens haar verteld moest worden.
Transit
Jazzportretten
Een vrouw in Berlijn
Duitse dagdromen over het keizerrijk
Op het scherpst van de snede
Schooljaren
Weekdier
Rivier van bloed
Occo
Snijpunt
Queer geschiedenis van Nederland
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Cruise
Pittig
Waarom voelen veel boekhandels tegenwoordig als lifestylewinkels?
Wat niemand weet
Wat nooit eerder gebeurd is
De meest besproken man van Nederland
Rome en de Lage Landen
Brutus heeft honger
Wegen naar macht
Zwaluwen keren altijd terug
De zeventiende