Met Kil levert Johnny Bollé een roman af die stilaan dwingt tot herwaardering van zijn plaats binnen het Vlaamse thrillerlandschap. Dit boek is geen vrijblijvende spanningslectuur, maar een indringende verkenning van een geest waarin elk spoor van moreel kompas ontbreekt. De lezer wordt niet zozeer toeschouwer, maar medereiziger in het hoofd van iemand voor wie andere mensen slechts obstakels zijn.
Dat Bollé nog altijd geen grote literaire prijs op zijn naam heeft staan, zegt uiteindelijk meer over de prijzen dan over zijn oeuvre. Sinds zijn debuut heeft hij met opvallende regelmaat nieuwe thrillers gepubliceerd, telkens met een andere invalshoek en een andere setting. Zijn werk bleef daarbij zelden onopgemerkt: titels als Bloedmaan, Hij noemde me duivelskind en Duistere grens doken herhaaldelijk op in jaarlijstjes en longlists. Toch bleef de echte bekroning uit. Kritiek was er ook: soms zou het plot te transparant zijn, dan weer te geconstrueerd, of de stijl niet overal even verzorgd. Het zijn opmerkingen die misschien hout snijden in detail, maar die het geheel onvoldoende recht doen.
Wat Bollé onderscheidt, is zijn hardnekkige weigering om op veilig te spelen. Elk boek lijkt een nieuw experiment: andere personages, een andere wereld, een ander moreel spanningsveld. Hij verplaatst zijn verhalen moeiteloos van steriele onderzoeksruimtes naar de oppervlakkige glitter van de modewereld, van folkloristische duisternis tot intieme psychologische drama’s. Steeds opnieuw staat de vraag centraal hoe het verleden zich vastzet in mensen, en hoe het heden daar onvermijdelijk door wordt ingehaald.
Ook Kil volgt die tweesporige beweging. Verhaallijnen uit verschillende tijden schuiven langzaam naar elkaar toe, als tektonische platen die pas op het einde botsen. Centraal staat een personage dat zich perfect weet aan te passen aan sociale verwachtingen, charmant en beheerst, maar innerlijk leeg. Mededogen is hem vreemd, schuldgevoel een onbekend concept. Juist die tegenstelling maakt hem gevaarlijk: wie hem ontmoet, ziet niet het monster, maar de façade. En wie hem in de weg staat, verdwijnt.
Opvallend is de soberheid waarmee Bollé dit verhaal vormgeeft. Geen overvloed aan nevenfiguren of ingewikkelde subplots, maar een klein, haast claustrofobisch gezelschap: een gezin, enkele kinderen en een inwonende lerares. Binnen die besloten ruimte groeit het ongemak. De dreiging zit niet in expliciet geweld, maar in de voortdurende vraag wie te vertrouwen is. Dat één van hen een vernietigende kracht in zich draagt, staat vast — wie dat is, blijft lang zorgvuldig verhuld.
Kil is daarmee geen boek dat om sensatie schreeuwt, maar een thriller die onder de huid kruipt. Het bevestigt Johnny Bollé als een schrijver die zijn genre serieus neemt en steeds verder aanscherpt. Misschien is het tijd dat ook de literaire jury’s dat gaan doen.
Queer geschiedenis van Nederland
Johnny Coconut
Minnaar tegen elke prijs
Dagboek 1933
Een danser in de sneeuw
De kreeftenvrouwen
Céline
De Repair Club
De bewaker
Hôtel du Lac
De zeven zussen
Vrouwen in duistere tijden
De lege stad
Val
Haruki Murakami
De beste vriend
Veronika besluit te sterven
Een beetje gek
Authenticiteit heeft grenzen
Publieke werken
Karakter
Het jongetje dat bijen at