Kunst uit de kast

Borgerhoff & Lamberigts 2026 237 pagina's 9789493487772 Paperback

Kunst uit de kast van Thijs Dekeukeleire en Jonas Roelens vertrekt vanuit een eenvoudige maar verstrekkende vraag: wat gebeurt er wanneer je de Belgische kunstgeschiedenis bekijkt met meer aandacht voor gender, seksualiteit en verlangen? De auteurs proberen geen nieuwe canon naast de bestaande te plaatsen. Ze leggen een andere laag over bekende kunstwerken heen en laten zien dat beelden die lange tijd vooral vanuit religieuze, esthetische of historische kaders werden bekeken, ook iets kunnen vertellen over identiteiten en verlangens die niet binnen de dominante normen passen. De selectie omvat meer dan vijftig kunstwerken en bestrijkt een uitzonderlijk lange periode, van middeleeuwse kunst tot hedendaagse performance en fotografie.

De kracht van het boek zit allereerst in de keuze van de voorbeelden. Rubens, Anthony van Dyck en James Ensor staan naast minder bekende kunstenaars en werken uit verschillende disciplines. Daardoor ontstaat geen rechtlijnige geschiedenis van queer kunst, maar een verzameling casussen die telkens een andere verhouding tussen beeld en identiteit zichtbaar maken. Een voorstelling van de heilige Sebastiaan kan aanleiding geven tot vragen over homo-erotische beeldvorming, terwijl een historisch zelfportret van van Dyck vanuit hedendaagse ogen opnieuw kan worden gelezen. Juist het verschil tussen die voorbeelden maakt duidelijk dat er niet één queer beeldtaal bestaat.

Daarmee komen de auteurs ook op een belangrijk methodologisch punt uit. Een kunstwerk queer noemen betekent niet automatisch dat de kunstenaar zichzelf op die manier identificeerde. De hedendaagse categorieën waarmee wij naar gender en seksualiteit kijken, bestonden in vroegere perioden niet in dezelfde vorm. Het boek is het interessantst wanneer het die afstand serieus neemt en de lezer uitnodigt om mogelijkheden te onderzoeken zonder historische personen eenvoudigweg van een moderne identiteit te voorzien. De vraag of een werk queer gelezen kan worden, is daardoor soms belangrijker dan een definitief antwoord.

Dat maakt de benadering breder dan alleen het terugvinden van homoseksuele of lesbische thema’s in oude kunst. De auteurs kijken ook naar veranderende ideeën over mannelijkheid, vrouwelijkheid, lichamelijkheid en schoonheid. Vooral de bespreking van kunst uit de negentiende en vroege twintigste eeuw laat zien hoe schoonheidsidealen en lichamelijke representatie verbonden zijn met maatschappelijke normen. Dekeukeleire brengt daarbij zijn expertise over het mannelijke naakt en de beeldvorming rond mannelijkheid in het Belgische fin de siècle mee. Ook de verbinding tussen mannelijkheid, racisme en kolonialisme krijgt aandacht, waardoor het boek seksualiteit niet als een geïsoleerd onderwerp behandelt.

De chronologische reikwijdte levert vervolgens interessante contrasten op. Een middeleeuwse voorstelling van de hel, een schilderij van Rubens, werk uit de belle époque en hedendaagse genderfluïditeit worden niet behandeld alsof ze hetzelfde betekenen. Juist de verschillen tussen historische contexten maken zichtbaar hoe sterk opvattingen over het lichaam en over wat als norm geldt kunnen veranderen. Het boek gebruikt kunstgeschiedenis daarmee ook als geschiedenis van veranderende sociale verbeeldingen.

De variatie aan kunstvormen helpt daarbij. Schilderkunst wordt afgewisseld met beeldhouwkunst, boekverluchting, drukwerk, fotografie en performance. Daardoor wordt queer kunst niet beperkt tot het schilderij waarop een duidelijk herkenbaar onderwerp staat. Soms zit de relevante betekenis in de manier waarop een lichaam wordt afgebeeld, soms in de verhouding tussen twee figuren en soms juist in de reactie van een samenleving op een beeld. Die brede blik voorkomt dat het onderwerp wordt gereduceerd tot een verzameling verborgen homoseksuele verwijzingen.

Tegelijkertijd ligt daar ook een risico. Een interpretatiekader dat zo nadrukkelijk naar gender en seksualiteit zoekt, kan gemakkelijk méér in een kunstwerk leggen dan de historische bronnen toelaten. De auteurs lijken zich daarvan bewust en presenteren hun voorbeelden vaak als vragen en mogelijke lezingen. Dat is een verstandige keuze, maar het betekent ook dat sommige passages minder overtuigend zullen zijn voor lezers die uitsluitend historische intentie als maatstaf nemen. Het boek vraagt immers niet alleen om kennis van kunstgeschiedenis, maar ook om bereidheid om een werk vanuit een hedendaags perspectief opnieuw te bekijken.

De toegankelijkheid is een andere sterke kant. Kunst uit de kast is geen zwaar academisch onderzoek dat uitsluitend voor specialisten is geschreven. De afzonderlijke kunstwerken fungeren als ingang tot grotere historische vragen en de auteurs verwerken hun kennis in korte, concrete verhalen. Daardoor kan het boek zowel gelezen worden als kennismaking met queer kunstgeschiedenis als aanleiding om bestaande kennis over bekende kunstenaars te herzien. De aanpak sluit bovendien aan bij de eerdere lezingen van Dekeukeleire en Roelens, waarin dezelfde vragen aan de hand van concrete kunstwerken werden onderzocht.

Als geheel is Kunst uit de kast vooral geslaagd wanneer het niet probeert te bewijzen dat de volledige kunstgeschiedenis eigenlijk queer was, maar laat zien hoe beperkt één enkele manier van kijken kan zijn. De auteurs vervangen de bestaande kunstgeschiedenis niet; ze voegen er perspectieven aan toe die daarin lange tijd weinig ruimte kregen. Dat uitgangspunt maakt het boek zowel inhoudelijk als methodologisch sterker dan een simpele inventaris van queer kunstwerken.

Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?

Scroll naar boven
Librar
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.