Soms verschijnt er een debuutroman die al vóór publicatie een reputatie heeft opgebouwd. Dat overkwam Lázár van de Zwitserse auteur Nelio Biedermann. Het manuscript zorgde voor ophef op de Frankfurter Buchmesse, buitenlandse rechten werden massaal verkocht en critici spraken over een uitzonderlijk jong talent. Zulke verwachtingen zijn gevaarlijk. Ze kunnen een boek verpletteren nog voor het gelezen wordt. Verrassend genoeg weet Lázár zich grotendeels aan die druk te onttrekken.
De roman volgt vier generaties van de familie Lázár tegen de achtergrond van een Europa dat in de eerste helft van de twintigste eeuw ingrijpend verandert. Het verhaal begint op een Hongaars landgoed waar een jongen wordt geboren die van bij zijn eerste ademtocht omgeven is door geheimen. Zijn afkomst, zijn plaats binnen de familie en zijn verhouding tot de wereld zullen het verdere verloop van de roman bepalen. Van daaruit ontvouwt zich een geschiedenis die de laatste jaren van de Habsburgse monarchie, twee wereldoorlogen, de opkomst van totalitaire regimes en uiteindelijk de Hongaarse opstand van 1956 omvat.
Dat klinkt als een ambitieuze onderneming, zeker voor een auteur die nauwelijks de leeftijd heeft waarop veel schrijvers aan een debuut beginnen te denken. Toch toont Biedermann vanaf de eerste pagina’s een opmerkelijk gevoel voor vertelritme. Hij vermijdt lange historische uiteenzettingen en kiest voor korte, vaak krachtige scènes waarin grote gebeurtenissen worden weerspiegeld in individuele levens. Daardoor blijft de roman voortdurend in beweging.
Wat meteen opvalt, is de sfeer die Biedermann oproept. Lázár is geen klassieke historische roman waarin geschiedenis vooral decor is. Het boek heeft een donkere, soms bijna sprookjesachtige ondertoon. Bossen, vervallen gebouwen, familiegeheimen en figuren die achtervolgd worden door het verleden geven de roman een gotische kleur die doet denken aan Centraal-Europese verteltradities. De natuur is hier zelden idyllisch. Ze lijkt eerder een spiegel van de dreiging die voortdurend boven de personages hangt.
Die sfeer behoort tot de grootste kwaliteiten van het boek. Biedermann beschikt over een scherp oog voor details die een scène onmiddellijk tot leven brengen. Een gebaar, een voorwerp of een korte observatie volstaat vaak om een personage te karakteriseren. Daardoor krijgen ook nevenfiguren een verrassende aanwezigheid.
Tegelijk is Lázár een roman over erfenissen. Niet alleen materiële erfenissen, maar vooral de verhalen, geheimen en verwachtingen die van generatie op generatie worden doorgegeven. De personages dragen het verleden met zich mee, zelfs wanneer ze proberen eraan te ontsnappen. De geschiedenis verschijnt niet als een abstract gegeven, maar als een kracht die voortdurend ingrijpt in het leven van individuen.
Op stilistisch vlak toont Biedermann een opvallende zelfverzekerdheid. Zijn proza is helder, beeldrijk en vaak trefzeker. Hij schrijft met een vanzelfsprekendheid die doet vergeten hoe jong hij is. Vooral in de beschrijving van menselijke verhoudingen toont hij een opmerkelijke maturiteit. Liefde, verlangen, schaamte en verlies krijgen een tastbare vorm zonder dat de roman vervalt in sentimentaliteit.
Toch is Lázár niet helemaal vrij van tekortkomingen. De enorme historische reikwijdte van het verhaal werkt soms ook tegen het boek. Omdat Biedermann zoveel tijd en gebeurtenissen wil omvatten, krijgen bepaalde episodes minder ruimte dan ze verdienen. Vooral de confrontatie met enkele van de donkerste hoofdstukken uit de Europese geschiedenis wordt af en toe opvallend snel behandeld. Waar de roman elders de tijd neemt om een sfeer op te bouwen, lijkt hij op die momenten iets te haastig door zijn materiaal heen te bewegen.
Die kritische kanttekening neemt echter niet weg dat Lázár een indrukwekkend debuut is. Wat vooral blijft hangen, is het vertelplezier waarmee Biedermann zijn lezers door meer dan een halve eeuw Europese geschiedenis loodst. Hij bezit het vermogen om grote historische ontwikkelingen te verbinden met individuele lotgevallen, zonder zijn personages volledig onder het gewicht van de geschiedenis te laten verdwijnen.
Het is verleidelijk om vergelijkingen te maken met schrijvers als Joseph Roth, Sándor Márai of zelfs Thomas Mann. Die vergelijking valt voor een jonge debutant nauwelijks te winnen en is misschien ook niet helemaal terecht. Lázár mist nog de psychologische diepte en historische gelaagdheid van die grote voorbeelden. Maar het boek bezit iets wat minstens even belangrijk is: een natuurlijke drang om verhalen te vertellen.
Daarom is Lázár wellicht geen meesterwerk, ondanks de verwachtingen die de internationale aandacht hebben gecreëerd. Het is wel een uitzonderlijk veelbelovende roman van een auteur die op jonge leeftijd al laat zien over een zeldzaam vertelinstinct te beschikken. En misschien is dat uiteindelijk indrukwekkender dan een perfect debuut.
Want wanneer een schrijver van begin twintig erin slaagt een familiekroniek van deze omvang en ambitie tot leven te brengen, dan is het moeilijk niet benieuwd te zijn naar wat nog zal volgen.
Uitgeverij Guggenheimer
Reddend zwemmen
De druivenfluisteraar
De kreeftenvrouwen
Het gezoem van bijna alles
De wonderen
Schaduw van verlangen
Nachtouders
Vaderland
Dood in Berlijn
Het Gore Lef
Elias of het gevecht met de nachtegalen
De zwijgende miljardairs
Zon
Hotel Rozenstok
Vonkie
PR–Package
Bechamel Mucho
Mensen op Mars
Passage Parijs
Retour Berlijn en terug
De goede zoon