Johan Anthierens was journalist, columnist, interviewer, schrijver en polemist, maar vooral iemand die zijn eigen stem nooit ondergeschikt maakte aan de omgeving waarin hij werkte. Leve mij laat precies die veelzijdigheid zien. Het boek is het autobiografische deel van Niemands meester, niemands knecht en bestaat uit een grote selectie teksten uit Anthierens’ journalistieke nalatenschap. Brigitte Raskin stelde de bundel samen in samenwerking met Karel Anthierens.
Het gaat dan ook niet om een klassieke autobiografie waarin Anthierens zijn leven netjes van geboorte tot ouderdom vertelt. Zijn levensverhaal ontstaat uit honderden teksten die hij tussen 1959 en 1999 schreef voor Vlaamse en Nederlandse kranten en tijdschriften. Daartussen zitten artikelen, reportages, interviews, columns, kronieken, brieven en schetsen. Samen vormen ze een mozaïek waarin de schrijver zichzelf voortdurend opnieuw laat zien.
Juist die vorm past uitstekend bij Anthierens. Hij was iemand die de werkelijkheid voortdurend observeerde en er onmiddellijk een mening, vraag of kwinkslag tegenover plaatste. In Leve mij wordt duidelijk hoe sterk zijn persoonlijkheid verbonden was met zijn journalistieke werk. Hij schrijft niet alsof hij boven zijn onderwerp staat, maar betrekt zichzelf er voortdurend bij. Zijn eigen leven, zijn ontmoetingen en zijn opvattingen worden onderdeel van het verhaal.
De bundel is opgebouwd in verschillende delen, waaronder Een zondagskind, Het lukte, Schrijfdrift, Een papieren tijger en Op bedaagde leeftijd. Daardoor ontstaat geleidelijk een beeld van een man die zijn hele leven door de journalistiek en literatuur werd gedreven.
Wat vooral opvalt, is de enorme stilistische vrijheid. Anthierens kan geestig en licht schrijven, maar enkele pagina’s later scherp, persoonlijk of ronduit polemisch worden. Hij heeft een sterke voorkeur voor observaties die iets blootleggen wat anderen liever verborgen houden. Tegelijkertijd is hij duidelijk iemand die plezier beleeft aan taal. Zijn journalistiek is daardoor zelden uitsluitend informatief.
Een mooi voorbeeld daarvan is het fragment waarin hij een gesprek in een Gentse bar beschrijft. Een ogenschijnlijk alledaagse ontmoeting wordt een klein literair tafereel waarin humor, zelfspot en observatie door elkaar lopen. Het laat zien waarom Anthierens meer was dan een journalist: hij kon van een situatie een verhaal maken.
Daarmee is Leve mij ook een document van een verdwenen journalistieke wereld. Anthierens werkte gedurende vier decennia in een periode waarin kranten, weekbladen, radio en televisie een heel andere plaats in het openbare leven innamen. Zijn teksten voeren de lezer mee langs journalisten, schrijvers, kunstenaars, politici, chansonniers en andere figuren uit de Vlaamse en Nederlandse cultuur.
Dat maakt het boek interessant voor wie niet alleen Anthierens zelf wil leren kennen, maar ook de wereld waarin hij werkte. Zijn autobiografie is tegelijkertijd een geschiedenis van de Vlaamse pers in de tweede helft van de twintigste eeuw.
Toch blijft Anthierens zelf altijd het interessantste personage. Hij toont zich niet als een schrijver die achteraf een zorgvuldig geconstrueerd beeld van zijn leven wil presenteren. Zijn teksten laten juist zijn eigenaardigheden, ijdelheid, onzekerheden, ergernissen en enthousiasme zien. Daardoor ontstaat een veel menselijker portret dan een traditionele biografie waarschijnlijk had kunnen geven.
De titel Leve mij heeft daardoor iets zelfbewusts en ironisch. Anthierens had voldoende ego om zichzelf centraal te stellen, maar ook voldoende humor om dat ego voortdurend onderuit te halen. Hij kon scherp zijn voor anderen, maar spaart in zijn beste teksten ook zichzelf niet.
De ondergang van Rome
Nacht in Parijs
Marten Toonder – Biografie
Honderd jaar eenzaamheid
Ik zie wat ik geloof
Eén boek per dorp
De loopjongen
Charley Toorop
Pertinenties van Polly Dewit
De klopjacht op de sneer
Barakstad
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Een tijdloze liefde
In de mist van Golden Gate Park
Honger
Wonderlamp
Otmars zonen
De Maanden: juli
Het diner
Morgenster
Tsjip/De Leeuwentemmer
Er is niks
Durf!