Een ongeluk kan in één ogenblik een leven in tweeën breken. In Monster van Roderik Six staat precies zo’n breuk centraal. Veronique komt om bij een auto-ongeval en haar partner blijft achter met een verlies dat hij niet kan bevatten. Hij trekt zich terug uit de wereld en probeert de werkelijkheid zo klein mogelijk te maken. Alleen de nieuwslezer dringt nog tot zijn afgesloten bestaan door.
Six kiest daarmee voor een uitgangspunt dat op zichzelf eenvoudig is, maar hij werkt het niet uit als een conventioneel rouwverhaal. De dood van Veronique vormt eerder het beginpunt van een psychologische ontregeling. De hoofdpersoon kan het verlies niet onderbrengen in taal. Dat is een belangrijk motief in het boek: woorden blijken ontoereikend wanneer iemand die zo vanzelfsprekend onderdeel van je leven was er plotseling niet meer is.
De terugtrekking uit de buitenwereld maakt van het huis een soort afgesloten mentale ruimte. De man rouwt niet op een manier die naar verwerking leidt. Hij blijft gevangen in zijn herinneringen en in de werkelijkheid die hij na de dood van Veronique probeert te reconstrueren. Het onverwachte telefoontje dat hem uit zijn sluimer haalt, vormt vervolgens het moment waarop die stilstand wordt doorbroken.
Vanaf daar wordt Monster steeds minder een realistisch rouwverhaal en steeds meer een onderzoek naar wat er gebeurt wanneer werkelijkheid en verbeelding door elkaar beginnen te lopen. De hoofdpersoon gaat opnieuw naar buiten en tijdens verschillende uitstappen ziet hij dingen die er mogelijk niet zijn. De lezer wordt daardoor, net als hijzelf, onzeker over wat werkelijk gebeurt en wat door zijn ontredderde geest wordt voortgebracht.
Dat is een van de sterkste aspecten van de roman. Six geeft de lezer geen veilige positie buiten het hoofdpersonage. We moeten zijn waarnemingen aanvankelijk serieus nemen, maar kunnen er tegelijkertijd niet volledig op vertrouwen. Daardoor krijgt de rouw iets beklemmends: niet alleen het leven van de hoofdpersoon is veranderd, ook zijn vermogen om de werkelijkheid betrouwbaar waar te nemen staat onder druk.
De titel Monster krijgt in dat licht een dubbelzinnige betekenis. Het monster hoeft niet noodzakelijk een concreet wezen of een afzonderlijke bedreiging te zijn. Het kan ook verwijzen naar de angst, de dood of de ontwrichtende kracht van het verlies zelf. De mens die achterblijft, ontdekt dat iets wat niet zichtbaar is toch een enorme macht over zijn leven kan krijgen.
Six schrijft bovendien opvallend beeldend. Zijn taal is niet uitsluitend functioneel om het verhaal vooruit te brengen; de zinnen dragen zelf een groot deel van de sfeer. Dat stilistische karakter past goed bij het onderwerp. Waar de hoofdpersoon moeite heeft om zijn ervaringen onder woorden te brengen, probeert de schrijver juist voortdurend nieuwe manieren te vinden om die ontregeling voelbaar te maken. Daardoor ontstaat een interessante tegenstelling tussen een personage dat sprakeloos is en een auteur die zich juist zeer bewust van taal bedient.
Roderik Six kennen we ook van Vloed, Val en Volt, de drie romans die samen zijn V-trilogie vormen. Met Monster kiest hij voor een veel kleiner en persoonlijker verhaal, maar zijn belangstelling voor ontwrichting en de donkere kanten van de menselijke ervaring blijft duidelijk herkenbaar.
Charley Toorop
De eeuwige jachtvelden
Onvoltooid verleden
Konvooi
De dood in Venetië
De cartograaf en de wereld
Theodoros
Istanbul
Het Droompad
Schooljaren
Het meisjeseiland
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Kritiek
Al mijn vaders
Wat ik nog kwijt wil
Het einde van de wereld
Halfvolwassen
De kreeftenvrouwen
Job
Oorlog en terpentijn
Daar zit een boek in!
Het dodenschip
Bruiloft aan zee