Iedereen noemt Nooit meer slapen een roman over wetenschap, mislukte expedities en intellectuele ambitie. Dat klopt, maar het verklaart nauwelijks waarom het boek zo beklemmend blijft. In werkelijkheid gaat Nooit meer slapen over iets veel pijnlijkers: mannelijke vernedering.
Willem Frederik Hermans stuurt zijn jonge geoloog Alfred Issendorf naar het desolate noorden van Noorwegen, officieel op zoek naar meteorietkraters. Maar al snel wordt duidelijk dat de expeditie minder een wetenschappelijk onderzoek is dan een langzaam proces van afbraak. Alfred wil erkenning. Hij wil bewijzen dat hij ernstig genomen moet worden. Hij wil eindelijk iemand zijn.
En precies daarin ligt de tragedie van de roman.
Want Alfred faalt voortdurend. Niet heroïsch of spectaculair, maar op een beschamende, bijna lichamelijke manier. Zijn schoenen doen pijn. Zijn rugzak is te zwaar. Hij verdwaalt. Hij begrijpt signalen verkeerd. Hij voelt zich intellectueel onderschat door oudere wetenschappers en tegelijk fysiek inferieur aan de mannen rondom hem. Zelfs de natuur lijkt hem persoonlijk te vernederen.
Dat maakt Nooit meer slapen zo modern. Hermans schrijft geen klassieke heldenroman waarin een man zichzelf overwint in de wildernis. Hij toont juist hoe broos mannelijkheid wordt zodra prestige, controle en intellectuele superioriteit beginnen af te brokkelen.
Alfred is voortdurend bezig met hoe hij bekeken wordt. Door collega’s. Door wetenschappers. Door de andere expeditieleden. Achter zijn wetenschappelijke ambitie schuilt eigenlijk een wanhopige behoefte aan bevestiging. Hij wil geen kennis alleen; hij wil status. Respect. Autoriteit.
Hermans begrijpt iets fundamenteels over mannelijke trots: hoe dicht die tegen vernedering aanligt.
Daarom is de natuur in Nooit meer slapen ook geen romantisch decor. Noorwegen wordt een onverschillige leegte waarin alle menselijke illusies langzaam verdwijnen. De stenen, modder, muggen en eindeloze lichtnachten hebben niets heroïsch. Ze reduceren Alfred tot iets kleins, vermoeids en onzeker.
En toch blijft het boek vreemd grappig. Hermans bezit een meedogenloze ironie. Hij observeert Alfred met bijna sadistisch plezier, maar nooit zonder inzicht. De roman begrijpt dat intellectuelen vaak even ijdel, competitief en onzeker zijn als eender wie.
Misschien is dat waarom Nooit meer slapen nog altijd relevant aanvoelt. Veel hedendaagse romans behandelen identiteit alsof die volledig verklaard kan worden met theorieën en maatschappelijke modellen. Hermans kijkt dieper en ongemakkelijker. Hij toont hoe mensen zichzelf voortdurend proberen te beschermen tegen gevoelens van mislukking, kleinheid en vernedering.
Wetenschap is in deze roman uiteindelijk slechts de verpakking.
De echte expeditie speelt zich af in het gekwetste mannelijke ego.
Patrick Conrad
Hij wist het niet meer
Bres
Zephyr
Ik denk dat het zal regenen als ik doodga
De zeven zussen
De kille Kempen
Johnny Coconut
Van God mag je stelen
Lázár
De bewaker
Hemels groen
Nooit meer slap
Elf
Vaderland
Koning van Katoren
Paul van Ostaijen. De dichter die de wereld wilde veranderen
Stemvorken
Als alles bijzonder is, is niets nog bijzonder
Kritiek
De ongelovige Thomas heeft een punt
Tom Naegels