Wat gebeurt er wanneer een school niet langer alleen wil dat studenten leren, maar ook wil weten waar ze zijn, hoe ze zich gedragen en wat er met hun lichaam gebeurt? In Normaliteit van Kees Postema wordt die vraag concreet gemaakt binnen een Nederlands mbo. De directie zet vol in op het chippen van studenten, waarna binnen de school een steeds harder conflict ontstaat tussen voorstanders van robotisering en mensen die vinden dat onderwijs in de eerste plaats over mensen moet blijven gaan.
Dat uitgangspunt maakt de roman direct actueel. Technologie wordt in Normaliteit niet als een neutraal hulpmiddel voorgesteld. Zodra een school studenten wil chippen, gaat het ook over macht, controle en de vraag wie eigenlijk bepaalt wat ‘normaal’ gedrag is. De technische ontwikkeling vormt daarmee vooral een aanleiding om een veel fundamentelere discussie over de mens te voeren.
Postema kiest daarbij bewust voor het mbo als decor. Dat is een interessante keuze. Het mbo is een omgeving waarin onderwijs, praktijk, sociale afkomst, verwachtingen en persoonlijke problemen voortdurend samenkomen. Studenten en docenten bevinden zich er niet in een theoretische onderwijswereld, maar in een dagelijkse werkelijkheid waarin druk en frustratie voelbaar zijn. De auteur kent die omgeving bovendien uit eigen ervaring: hij geeft al meer dan vijftien jaar les in het mbo.
Juist daardoor krijgt de roman een concreet karakter. Het conflict over het chippen staat niet los van de dagelijkse werkelijkheid van de school. Achter de discussie over technologie zitten mensen die ieder hun eigen opvattingen hebben over onderwijs en over wat een student nodig heeft.
Een van de interessantste vragen die Normaliteit oproept, is waar de grens tussen begeleiding en controle ligt. Een school kan technologie inzetten om studenten beter te ondersteunen, maar dezelfde technologie kan ook worden gebruikt om gedrag te registreren en te sturen. Wanneer verandert zorg in toezicht? En wanneer verandert efficiëntie in een aantasting van persoonlijke vrijheid?
De roman lijkt daarbij bewust geen eenvoudige tegenstelling tussen goed en kwaad te presenteren. Robotisering heeft vanzelfsprekend aantrekkelijke kanten. Technologie kan processen efficiënter maken en nieuwe mogelijkheden bieden. Maar zodra de mens zelf onderdeel wordt van een technisch controlesysteem, verandert de discussie van karakter.
De titel Normaliteit is daarom goed gekozen. Wie bepaalt wat normaal is? De schoolleiding? De technologie? De meerderheid? Of de student zelf? Het begrip lijkt vanzelfsprekend, maar wordt juist problematisch zodra het wordt gebruikt om gedrag te beoordelen en mensen in categorieën onder te brengen.
Daarmee raakt Postema aan een bredere ontwikkeling in de samenleving. Steeds meer menselijke activiteiten kunnen worden gemeten, geregistreerd en geanalyseerd. De roman trekt die ontwikkeling door naar een situatie waarin zelfs het lichaam van de student onderdeel van het informatiesysteem wordt.
De auteur schrijft overtuigend en gebruikt een taal die ook jongeren zal aanspreken. Dit maakt het boek zeker een aanrader voor gebruik in het onderwijs als basis voor een discussie over deze problematiek.
Hakenkruis in het knoopsgat
Hofdames
Het station
Hangmatbelegger voor het leven
Dagboek 1933
De gelukkige huisvrouw
Eigen aan mensen
Charley Toorop
CSI
De klopjacht op de sneer
Normaliteit
Rome en de Lage Landen
Kritiek
Ian Buruma
Patrick Conrad
Liever moe dan lui
BASK
De meeste mensen deugen
Au pair
Zoeklicht op het gazon
575 Haikoots
Reizen zonder John