Daan Doesborgh maakt met Occo zijn debuut als romanschrijver en kiest daarvoor een intrigerende historische figuur: Pompejus Occo, een uit Oost-Friesland afkomstige bankier die zich in het Amsterdam van het begin van de zestiende eeuw ontwikkelt tot een vermogend mecenas, kunstverzamelaar en humanist. Zijn huis, het Paradijs aan de Kalverstraat, vormt het middelpunt van een wereld waarin handel, religie, kunst en internationale politiek nauw met elkaar verbonden zijn. Vooral de relatie met zijn belangrijkste cliënt, de Deense koning Christiaan II, brengt de roman in beweging.
De historische context is rijk genoeg om een meeslepende roman te dragen. Doesborgh laat niet alleen Occo zelf aan het woord, maar ook diens vrouw Gerbrich en andere figuren uit zijn omgeving. Daardoor ontstaat een breed beeld van een samenleving die op een breukvlak staat: middeleeuwse geloofsopvattingen en machtsstructuren bestaan naast nieuwe vormen van handel, kennis, kunst en individuele ambitie. De figuur van Occo is juist interessant omdat hij zich niet eenvoudig in één tijdvak laat plaatsen. Hij is tegelijk een man van het oude geloof en een vertegenwoordiger van een vroegmoderne, internationaal georiënteerde wereld.
De roman heeft bovendien oog voor de merkwaardige details die de geschiedenis haar levendigheid geven. De wonderhostie van de Heilige Stede, de kunstcollectie en bibliotheek van Occo, de Deense hofintriges en de figuur van Sigbrit Willemsz, die als moeder van de koninklijke minnares grote politieke invloed krijgt, leveren materiaal op dat bijna vanzelf naar fictie lijkt te vragen. Doesborgh toont zich goed in het oproepen van die wereld, waarin het wonderlijke, het gewelddadige en het alledaagse zonder duidelijke scheidslijn naast elkaar bestaan.
Toch overtuigt de uitwerking niet overal. De verschillende verhaallijnen en personages worden niet altijd voldoende met elkaar verbonden, waardoor de roman soms eerder als een verzameling historische scènes dan als een hecht opgebouwde geschiedenis overkomt. Belangrijke politieke gebeurtenissen rond Christiaan II blijven bovendien te weinig toegelicht. Dat is jammer, omdat juist de financiële en politieke verwikkelingen voor Occo als bankier van groot belang zijn. De historische achtergrond is boeiend, maar wordt niet steeds zo helder uitgewerkt dat de lezer de gevolgen van de gebeurtenissen volledig kan overzien.
Ook stilistisch is Occo niet zonder tekortkomingen. Doesborgh beschikt over een levendige verbeelding, maar sommige formuleringen zijn nadrukkelijk of ongelukkig, waardoor momenten die spanning of intimiteit zouden moeten oproepen hun effect verliezen. De taal schiet dan van het verhevene plotseling naar het banale, zonder dat duidelijk wordt of dit een bewuste ironische keuze is. Daardoor ontstaat af en toe een afstand tussen de historische ambitie van het boek en de literaire uitvoering.
Nochtans is Occo geen oninteressant debuut. De keuze voor een relatief onbekende bankier biedt een ander perspectief op de overgang van de late middeleeuwen naar de vroegmoderne tijd, en de roman maakt nieuwsgierig naar de historische werkelijkheid achter de fictie. Doesborgh weet de rijkdom van zijn onderwerp geregeld overtuigend zichtbaar te maken, al had de roman aan scherpere structuur, meer historische duiding en een consequenter stilistisch niveau gewonnen. Occo is daarmee vooral een veelbelovende historische roman waarin de stof sterker is dan de uiteindelijke vorm.
Het was mijn verdomde plicht
Theodoros
De klopjacht op de sneer
De voorlezer
Retour Pretoria
Rome en Perzië
Het verdampte land
Ruw
Lázár
De rode koe
Liefde en aardbevingen
Een kleine selectie van Librar. elk weekend in uw mailbox?
Het verlaten individu
Twee levens
Drift
Reinaard
Berlijn muzikale revolutie
Nachtouders
Tachtig
De laatste zeppelin
Waarom moet literatuur zichzelf altijd economisch bewijzen?
Het ultieme geheim
Aan het einde van de oorlog